Plaats voor Anton de Kom in Nederlandse canon is ‘stap naar eerherstel’, zegt zijn zoon

Cees de Kom De Surinaamse antikoloniale strijder, auteur en verzetsheld Anton de Kom staat in de geschiedeniscanon. Zoon Cees is verheugd.

Zoon Cees de Kom (92) met een foto van zijn vader Anton.
Zoon Cees de Kom (92) met een foto van zijn vader Anton. Foto Ranu Abhelakh

‘Ein-de-lijk!” Cees de Kom (92) roept het blij en opgelucht uit door de telefoon vanuit zijn huis in Paramaribo. „Weet je hoelang we al strijden voor erkenning van mijn vader in Nederland?” Dat Anton de Kom, de Surinaamse antikoloniale strijder, schrijver en verzetsheld een plek heeft gekregen in de nieuwe Nederlandse geschiedeniscanon, is ook voor de familie De Kom van grote waarde.

Zoon Cees is de enige van De Koms kinderen die nog in Suriname woont. Halverwege de jaren zestig vertrok hij met zijn gezin uit Nederland, naar het geboorteland van zijn vader. „Mijn vader is jarenlang achtervolgd door de Nederlandse binnenlandse veiligheidsdienst BVD. Zijn boek Wij slaven van Suriname vond men staatsgevaarlijk. Nu hij een plek in de canon krijgt leren Nederlanders zijn geschiedenis, maar het is ook een stap richting eerherstel, want mijn vader was niet fout zoals Nederland destijds deed geloven.”

Lees ook: De nieuwe Canon van Nederland: de belangrijkste wijzigingen op een rij

Cees de Kom is op zijn 92ste nog vol energie, met een scherp geheugen. „Mijn vader was een strenge man met wie ik soms behoorlijk kon botsen. Onze karakters lijken op elkaar, vandaar. Hij was altijd aan het schrijven. Zo herinner ik me hem.” In Suriname heet Anton de Kom in de volksmond Adek, naar de initialen waarmee hij veel brieven en geschriften ondertekende.

De Koms antikoloniale strijd én het verzet tegen de Duitsers waar hij zich in 1940 in Nederland bij aansloot – en wat hem uiteindelijk zijn leven kost – hebben de familie getekend. Cees de Kom was zestien toen zijn vader in 1944 werd opgepakt. „Hij kwam op een dag niet meer thuis. Later op de avond stormde de Gestapo binnen. Ze zochten wapens, zeiden ze, maar die had mijn vader helemaal niet. Ze namen zijn boek ‘Wij slaven van Suriname’ mee. Hij is later naar het Duitse concentratiekamp Neuengamme gebracht en daar overleden. We hebben hem nooit meer gezien.”

Het ouderlijk huis van Anton de Kom in Paramaribo.
Foto Ranu Abhelakh
Het ouderlijk huis van Anton de Kom op dinsdag 23 juni in 2020 in Paramaribo, Suriname. Foto Ranu Abhelakh
Het ouderlijk huis van Anton de Kom in Paramaribo.
Foto Ranu Abhelakh

Tussen Nederland en Suriname

Bij leven woont Anton de Kom afwisselend in Suriname en in Nederland, in beide landen voert hij actie. Geboren in 1898 als kind van een vader die nog in slavernij had geleefd, groeit De Kom op in Frimangron (vrij vertaald: grond van vrije mensen), een wijk waar ex-slaven een stukje grond kregen om een nieuw bestaan op te bouwen.

„Mijn vader vertelde vaak verhalen over de slavernij die hij van zijn oma en zijn vader hoorde. Hij zag en voelde hoe het trauma van de slavernij kan doorwerken. Als er niet bewust gewerkt wordt om van het minderwaardigheidscomplex los te komen, dat door de slavernij en kolonialisme is verankerd, dan blijft het eeuwenlang bij nakomelingen doorwerken. Daar schreef mijn vader over”, zegt Cees de Kom.

In 1921 vertrekt De Kom naar Nederland, waar hij als vertegenwoordiger in koffie, thee en tabak gaat werken. Ook leert hij zijn Nederlandse vrouw Petronella Borsboom kennen. Het stel krijgt vier kinderen, van wie er nog drie leven. Op een kleine zwart-witfoto eind jaren twintig kijkt het jonge gezin lachend in de camera. „We vielen als gemengd gezin enorm op, want zoveel donkere mensen waren er nog niet in Nederland. Ik herinner me dat we een keer op straat liepen met mijn vader toen een andere vader met zijn zoontje aan kwam lopen. ‘Kijk dat is de boeman’, zei de vader tegen zijn zoontje, die wees naar mijn vader. Mijn vader liep naar de man en heeft hem een blauw oog geslagen. Wij vonden dat prachtig, hij liet zich niet kleineren.”

De Kom wordt actief in nationalistische vrijheidsbewegingen van Indische studenten in Nederland. Als zijn moeder ernstig ziek wordt, stapt het gezin in 1932 op de boot naar Suriname. Maar het nieuws dat er een linkse activist op weg is, reist hem vooruit en bij aankomst in Suriname werd hij door het Nederlandse koloniale gezag in de gaten gehouden.

De slavernij is dan al circa zeventig jaar afgeschaft. Wel zijn tienduizenden contractarbeiders in India en Java geronseld om voor een hongerloon en onder erbarmelijke omstandigheden het werk op de plantages voort te zetten. De Kom heeft grote kritiek op hun situatie en richt bij zijn ouderlijke woning een adviesbureau voor contractarbeiders op.

In de documentaire ‘Wij slaven van Suriname’ (RVU, 1999) van de Surinaams-Nederlandse regisseur Frank Zichem vertelt een honderdjarige Javaanse contractarbeider over de heftige omstandigheden op de plantages. ,,De Nederlandse opzichter sloeg me met een lange stok op mijn rug als ik niet hard genoeg werkte”.

‘Papa de Kom’, zoals hij onder de arbeiders heet, wordt in februari 1933 op bevel van de toenmalige Nederlandse gouverneur Rutgers gearresteerd en maandenlang opgesloten. De bevolking eist zijn vrijlating, er breken rellen uit, waarbij doden vallen. „Ik weet nog vaag dat we halsoverkop op de boot terug naar Nederland werden gezet. Mijn vader werd uit de gevangenis gehaald en ging ook mee. Hij werd verbannen uit Suriname.”

Terug in Nederland wordt De Kom in de gaten gehouden door de BVD. Hij begint aan ‘Wij slaven van Suriname’, dat in 1934 uitkomt: een stevige aanklacht tegen de rol van Nederland in Suriname, de slavernij en een relaas van zijn eigen verzet.

Cees de Kom vertelt over zijn vader Anton de Kom. Foto Ranu Abhelakh

Niet naast zijn vrouw begraven

In Suriname is De Kom al jaren een nationale held, er is een universiteit naar hem vernoemd en hij heeft een borstbeeld. „Mijn vaders strijd is nog steeds actueel, kijk maar naar de hedendaagse antiracismeprotesten. Als ik in Nederland zou wonen stond ik nu ook op de barricades tegen Zwarte Piet en tegen institutioneel racisme”, zegt Cees de Kom bevlogen. „Ik heb per slot van rekening de genen van mijn vader”.

Anton de Kom ligt begraven op de erebegraafplaats in Loenen en in 1982 is hem het Verzetsherdenkingskruis toegekend. Cees de Kom zou het liefst zien dat de stoffelijke resten van zijn vader naar Suriname komen en worden bijgezet in het familiegraf waar ook Petronella Borsboom ligt begraven. „Mijn Nederlandse moeder is hier tijdens een vakantie overleden en ligt begraven in Paramaribo. Mijn Surinaamse vader ligt begraven in Nederland. Het zou prachtig zijn als ze weer herenigd worden en dat mijn vader eindelijk thuiskomt.”