Opinie

Offers

Ellen Deckwitz

Dus gisteren stond mijn neef (11) onverwacht op de stoep. „Hé, wat leuk”, zei ik, „heb je zin in een...” „De mens bracht vroeger kinderoffers”, siste hij en stampte naar binnen. Wat bleek: op school ging het over de IJzertijd en het meisje van Yde, Nederlands beroemdste veenlijk, was ter sprake gekomen. Geschokt was het neefje gaan googelen (dom plan wanneer je al verontwaardigd bent) en stuitte daarbij op nog veel meer kinderen en jongeren die dood moesten om de goden te lijmen.

„Waarom niet gewoon volwassenen”, mokte hij terwijl hij mijn koelkast plunderde, „een kind kan zich geeneens verdedigen.”

Ik wist niets te zeggen, vooral omdat ik een donkerbruin vermoeden had waar deze plotselinge loyaliteit aan de doden vandaan kwam. Het is iets wat ik de laatste tijd ook bij veel van mijn leerlingen zie: een groeiend wantrouwen naar volwassenen toe, wat op zich niet zo gek is. Als je kijkt naar hoe de politiek stelselmatig de toekomst van de jeugd negeert, is een fiks defaitisme onder jongeren niet meer dan logisch: ze hebben geen stemrecht, moeten er maar mee akkoord gaan dat er van hogerhand over hun toekomst wordt beslist. Hoe er vanuit Den Haag veels te weinig wordt gedaan aan kinderarmoede, aan huisvesting, scholing en werkgelegenheid voor de jeugd. Hoe er amper wordt gekeken naar een leefbare planeet, hoe een crisis wordt bestreden met leningen die zíj straks moeten aflossen.

En dan nog steeds van hen verwachten dat zij tijdens een volgende lockdown weer braaf allemaal thuis zullen blijven, binnenshuis hun jeugd verdoen terwijl de zon schijnt en de natuur in bloei staat.

Laatst zei een vriendin dat het verbazingwekkend is hoezeer kinderen en jongeren alsnog vertrouwen op volwassenen. Ze geloven in hen zoals ze geloven in Sinterklaas of God: in een hogere macht die het beste met hen voor heeft. De ontgoocheling is natuurlijk enorm als blijkt dat die hogere macht hoofdzakelijk met zichzelf bezig is, en amper stilstaat bij het lot van de aanbidders.

De neef was inmiddels achter de console gekropen om via een vechtspelletje zijn woede te koelen. Terwijl het kunstbloed in het rond vloog, moest ik denken aan een nummer van de geweldige Zweedse hiphopband Looptroop Rockers, ‘Carneval’, waarin de rappers een stadje bezoeken waar de inwoners hun kinderen aan het opeten zijn. Uiteindelijk blijkt het een metafoor voor hoe de mens omgaat met de jeugd: men geeft niets om de offers die zij straks moeten brengen zodat wij nu prettig kunnen leven. We vreten hun toekomst op. Geen wonder dat mijn neefje van slag is als hij leest over kinderoffers. Niet zozeer uit walging, als wel uit herkenning.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.