Opinie

Men likt wonden en telt geld

Dagboek Coronavirus

De meeste dingen eindigen nog rommeliger dan ze beginnen. Er klinkt zelden een slotakkoord en meestal is de finale zo ordeloos en nevelig dat je niet eens met zekerheid zou durven zeggen dat het al afgelopen is, totdat het lange tijd later al lange tijd voorbij blijkt te zijn. De geschiedenis heeft rafelranden. Niemand is op een ochtend wakker geworden in het besef dat de middeleeuwen voorbij waren. De hoofdstukindeling wordt pas eeuwen later aangebracht.

Terwijl het virus zich nog steeds verspreidt in Noord- en Zuid-Amerika, Rusland, India en het Midden-Oosten, vergat ik zojuist bijna mijn mondkapje voor te binden bij het plassen. Ik ben in overleg over een project waarvoor ik naar Nederland moet, ik moet morgen naar de studio voor iets anders, mijn manager is voor het najaar een tournee aan het plannen door Duitsland en het virus wordt in de kranten steeds verder weggedrukt naar achteren.

Men likt zijn wonden en telt zijn geld. De gemeente Genua heeft door de quarantaine een gat van 110 miljoen euro in de begroting. Er is 57,6 miljoen euro minder binnengekomen. Een kwart van dat tekort is toe te schrijven aan een spectaculaire daling van het aantal uitgeschreven en geïnde verkeersboetes. Tegelijkertijd is er 52,4 miljoen euro meer uitgegeven. Een groot deel van dat bedrag is opgegaan aan spray, stickers, afzetlinten en andere maatregelen om besmetting tegen te gaan. Er wordt gehoopt op geld uit Rome. Maar alle gemeenten staan rood. Dus waarschijnlijk zullen de gemeentebelastingen moeten worden verhoogd en moet er worden bezuinigd op voorzieningen.

Stella heeft eindelijk haar cassa integrazione van maart overgemaakt gekregen. In plaats van de beloofde 80 procent van haar salaris heeft ze 55 procent ontvangen. Ze was niet eens boos. Zoals alle Italianen weet zij dat ze van de staat niets hoeft te verwachten.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.