Opinie

Maak van voetbal weer een publieke zaak

Gebruik overheidssteun voor het betaald voetbal om de sector naar Duits model te democratiseren, schrijft .
Manchester United-fans protesteren tegen de eigenaren van de club.
Manchester United-fans protesteren tegen de eigenaren van de club. Foto Oli SCARFF/AFP

Voor het einde van deze maand neemt het kabinet een beslissing over de steunaanvraag van het Nederlandse betaald voetbal. De KNVB schrijft in het ‘Deltaplan, de toekomst van het Nederlands voetbal’ dat maximaal 140 miljoen euro nodig is als financieel vangnet om de clubs te ondersteunen: „zonder hulp van de overheid zal de bedrijfstak het niet overleven.” De overheid zal logischerwijs voorwaarden verbinden aan deze steunverlening. Laten we van deze gelegenheid gebruik maken om de publieke taak die voetbalclubs hebben te versterken.

Het Deltaplan stelt zelf ook al dat clubs tijdens de looptijd van de steunregeling niet „in overheersende zeggenschap” aan nieuwe eigenaren mogen overgaan. In Nederland is een deel van de betaaldvoetbalclubs geheel of gedeeltelijk eigendom van een investeerder of mecenas, zoals Vitesse, ADO Den Haag en FC Utrecht. Bij Feyenoord en Ajax is meer dan de helft van de aandelen in eigen handen. Bij Ajax via het gouden aandeel van de Vereniging Ajax, bij Feyenoord via de stichting Continuïteit Feyenoord. Iets meer dan de helft van de eredivisieclubs heeft alle aandelen zelf in bezit, PSV bijvoorbeeld.

In het Verenigd Koninkrijk zijn veel clubs volledig eigendom van externe partijen, zoals Chelsea in handen is van de Russische miljardair Roman Abramovitsj. Vaak is sprake van slechts één aandeelhouder. Als de voetbalclub door de eigenaars wordt gezien als een investeringsobject is het voornaamste doel het creëren van aandeelhouderswaarde. Maar de club kan ook gebruikt worden als een leuk speeltje voor een financieel onafhankelijke zakenman, voor het witwassen van crimineel geld (dat risico was er vorig jaar bij een poging tot overname van FC Den Bosch), of voor verbeteren van het imago, zoals bij de dreigende overname van Newcastle United door de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman.

Extra geld helpt niet altijd

Hebben de clubs baat bij externe geldschieters? Zeker, op korte termijn kan het nuttig zijn als ze er financieel slecht voor staan. Extra geld kan worden gebruikt om te investeren in de exploitatie en in een betere selectie. Maar op lange termijn zijn de voordelen minder. Niet zozeer sportief – want bij de ene club pakt een financiële injectie nu eenmaal beter uit dan bij de andere. Het probleem is vooral dat extern geld weinig doet met het verdienvermogen en de marketingvoorwaarden van clubs. Het ‘verzorgingsgebied’ van een club, de bron voor de economische exploitatie, is min of meer een gegeven. Maar een externe eigenaar kan wel leiden tot vervreemding van fans en sponsors. Dat kan het lastiger maken om steun te zoeken in de (lokale) gemeenschap op het moment dat het financieel niet goed gaat.

In Duitsland is de situatie heel anders. Daar geldt de 50+1-regel: een meerderheidsbelang van de betaaldvoetbalorganisaties moet in handen zijn van de vereniging, van de leden. Het zorgt ervoor dat de leden de zeggenschap hebben over de club. Dat is in de geest van het Rijnlandse model in de economie: de belangen van méérdere stakeholders zijn in de eigendoms- en bestuursstructuur van de organisatie vertegenwoordigd. Bij voetbalclubs impliceert dit dat leden en fans ook (mede)eigenaar zijn, evenals andere stakeholders, zoals werknemers, de lokale gemeenschap en sponsorende ondernemers. Het is van belang dat ook hún belangen behartigd worden. Dit soort constructies doet denken aan de klassieke coöperatie-gedachte, zoals bij Rabobank.

Lees ook: Financiële steun aan het betaald voetbal? De basis is al heel lang wankel

Het betaald voetbal verdient steun van de overheid. De branche heeft een enorme maatschappelijke betekenis, biedt plezier aan miljoenen fans en is een platform voor meer dan tienduizend veelal commerciële partners. Maar de overheid zou de huidige crisis moeten aangrijpen om het Angelsaksische model in het betaald voetbal om te buigen naar het Rijnlandse model.

Veranker clubs in samenleving

De regering zou meer steun moeten geven aan clubs die werken met een democratische eigendoms- en zeggenschapsconstructie. Het zou een criterium kunnen zijn bij de uiteindelijke toewijzing van de gelden aan de verschillende clubs. De overheid kan nu van de KNVB vragen om het beleid in deze richting te sturen en de eigendoms- en zeggenschapskwestie een belangrijke plaats te geven in het licentiebeleid.

Dat de markt niet de oplossing is voor alle maatschappelijke vraagstukken speelt breder in de samenleving. GroenLinks bekritiseert de ‘economisering’ van de leefwereld, Gert-Jan Segers van de ChristenUnie sprak recent van ‘Angelsaksisch roofkapitalisme’ en ook binnen VVD en CDA gaan stemmen op tegen het doorgeslagen marktdenken. De coronacrisis heeft de sociale ongelijkheid meer zichtbaar gemaakt. Overheid en politiek hebben nu de kans om het betaald voetbal bij te sturen. Ze kunnen voorwaarden stellen aan steunverlening: ze kunnen nu kiezen voor democratisering van eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen.

Spreiding van eigendom van en zeggenschap over clubs geeft leden en fans de plaats die ze verdienen, namelijk in het hart van de club. Het doet ook recht aan de belangen van andere directbetrokkenen. Door het betaald voetbal te democratiseren raakt de sector sterker verankerd in het maatschappelijke middenveld. Vanuit die positie zijn voetbalclubs beter in staat om naast sportieve ook culturele, zakelijke én publieke waarden te realiseren: rechtvaardigheid en sociale cohesie bijvoorbeeld. Sport is een publieke zaak – nu is het moment om die te versterken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.