Limburg blijft uithoek in de canon

Vaderlandse geschiedenis De canon is diverser geworden. Maar hoe zit het met de aandacht voor de regio? Limburg is nog niet helemaal tevreden.

Trijntje , het oudste skelet dat ooit is gevonden in Nederland.
Trijntje , het oudste skelet dat ooit is gevonden in Nederland. Foto RMO Leiden

‘Kolen en gas’ is een van de vensters van de herijkte geschiedeniscanon. In de vorige versie ging het nog alleen over de gasbel. „Een terechte aanpassing”, vindt Peer Boselie, stadsarchivaris in de gemeente Sittard-Geleen. „De sociaalgeografische impact van de steenkolenmijnen was veel groter dan die van de gaswinning. Het zette echt een hele streek op zijn kop.”

Boselie wijst wel op een schoonheidsfoutje: „Sittard wordt genoemd als een van de grote mijnsteden. Dat is vast opgeschreven door iemand uit Holland. Het was toch echt vooral Geleen dat onherkenbaar veranderde.”

Boselie hoorde in 2006 bij de criticasters die de eerste canon te „hollandocentrisch” vonden. De regio kwam er te bekaaid vanaf. Zoals vaker, vindt Boselie, die de Limburgers in het verleden wel eens „witte negers” noemden in een column van zijn hand. „Maar die term zou ik nu natuurlijk niet meer gebruiken.”

Boselie noemt de nieuwe canon „een stuk evenwichtiger”. Maar hij ziet meer mogelijkheden om het verhaal nog iets minder Randstad-gericht te maken. „Limburg kende tot de Franse inval in 1795 tal van vrije heerlijkheden zoals Thorn, Cartils en Limbricht, die, hoewel soms niet groter dan enkele hectaren of vierkante kilometer, min of meer zelfstandig functioneerden. Tegelijkertijd vielen ze onder het Heilig Roomse Rijk. Hoe mooi is het om dat te vergelijken met het huidige nationale en supranationale, Europese niveau – en om dat verhaal naast dat van de Republiek der Verenigde Nederlanden te zetten?”

Jos Venner, samensteller van de in 2009 verschenen Canon van Limburg, ziet verbeteringen in de nieuwe canon, maar hij mist ook zaken. „Een deel van de prehistorie wordt nu samengebracht in Trijntje, het oudste skelet ooit gevonden in Nederland. Maar waar zijn de Neanderthalers en de bandkeramiekers, die hier in Limburg de eerste potten met versiering maakten? Via hen besteed je ook meteen aandacht aan het begin van de landbouw in Nederland.”

Venner, gepensioneerd leraar en nog altijd een van de auteurs van de geschiedenismethode Feniks voor het middelbaar onderwijs, pleit daarnaast voor aanpassingen in andere vensters: „Dat venster over het Kinderwetje van Van Houten blijft nu tamelijk abstract. Waarom niet wat concreter door aandacht voor de inzet van kinderen in de aardewerkfabrieken van Regout in Maastricht?”

Het venster over Vincent van Gogh gaat naar de zin van Venner te veel over zonnebloemen en zijn Franse periode. „Richt dat wat meer op zijn Brabantse en Drentse jaren. Met De aardappeleters en andere schilderijen besteed je meteen aandacht aan de armoedige leefomstandigheden op het platteland in die jaren.”

Met een venster over „dat raadselachtige zinnetje Hebban olla vogala”, als begin van de Nederlandse taal, kan het onderwijs volgens Venner maar beperkt uit de voeten. „Kies dan bijvoorbeeld voor het mirakelspel Mariken van Nimwegen en je zit meteen in de regio en in de religieuze sferen van de Middeleeuwen.”

Steeds eenzijdiger dieet

Joep Leerssen, hoogleraar moderne Europese Letteren aan de Universiteit van Amsterdam en nationalisme-expert, heeft „wel bewondering” voor de herijking van de canon. „Al heb ik de indruk dat het beter gelukt is aandacht te geven aan anderen dan witte mannen, dan aan de regio’s.”

Leerssen, opgegroeid en deels woonachtig in Zuid-Limburg, maakt ook verder voorbehoud: „Ik heb een groot probleem met het fenomeen canon als zodanig. Het proces van totstandkoming is naar binnen gekeerd. Het haalt identiteit uit het verleden en niet uit de toekomst en leidt altijd tot een soort kluitjesvoetbal. Cultuur bestaat uit conventie en innovatie. Die conventie belandt in de canon en niet het creatieve, uit de pas lopen. Het is een dieet dat de neiging heeft om steeds eenzijdiger te worden.”

Volgens Leerssen is het nuttiger om iedereen ervan te doordringen dat er verschillende culturele cirkels naast elkaar bestaan: internationaal, nationaal, regionaal, lokaal. „Lijstjes maken hoort heel erg bij deze tijd en leidt al snel tot provinciale verongelijktheid. Kijk naar zo’n Unesco Werelderfgoedlijst. Daar komen eerst de onbetwiste monumenten op als de piramides in Egypte en de Chinese Muur. Maar daarna wil elk land er wat op. Dan wordt het een soort Songfestival.”