Japans beesten inkten: van gierzwaluw tot hangbuikzwijntje

Zomerdieren Aan het hand van een oude Japanse meester keek Paul Steenhuis met andere ogen naar de dieren in de stad en tekende ze.

Hangbuikzwijntje met kauw op zijn rug.
Hangbuikzwijntje met kauw op zijn rug. Illustratie Paul Steenhuis

Ik inkt beesten op zijn Japans om de naweeën van mijn coronabesmetting te bestrijden. Midden maart werd ik ziek, koorts – corona volgens de check-app. Pas toen de koorts weg was begonnen benauwdheid en vermoeidheid – en die houden al drie maanden aan. Wel heel langzaam minder, maar ik kan nog weinig. Ik merkte dat ik veel plezier had in het naschilderen met inkt van de dieren die een Japanse kunstenaar ruim twee eeuwen geleden in een voorbeeldboek had getekend. Het gaat om Verkorte manier om vogels en dieren te tekenen (‘Choju ryakuga shiki’) van Kuwagata Keisai (1764-1824), een tijdgenoot van de veel bekendere Hokusai. Ik kwam de tekeningen toevallig tegen op internet, omdat het Metropolitan Museum of Arts in New York het boek uit 1797 integraal online heeft staan.

Het gaat Keisai niet om een uitgebreide fraaie weergave van de dieren, schrijft hij in de inleiding, maar hij wil hun ‘geest’, de essentie van het dier op een simpele manier weergeven. Mensen en landschappen behandelde hij in latere boeken.

Ik heb me, aan de hand van een paar dieren die deze zomer voor mij markeren, in de geest van Keisai’s boek, gewaagd aan het Japans inkten van beesten. Soms heb ik zijn voorbeeld zo direct mogelijk gevolgd, soms wat aangepast. Je ontdekt dan wat voor meester hij was, Kuwagata Keisai (kunstenaarsnaam van Kitao Masayoshi), in het simpel, levendig en elegant typeren van dieren in enkele sierlijke inktlijnen. Lijnen die ademen.

Gierzwaluw

Tekening Paul Steenhuis

Gierzwaluw

Zomer zonder gierzwaluwen boven de stad, is niet echt zomer. Rond Koningsdag komen ze, sikkelvormige supersnelle en wendbare vliegenvangers uit Afrika, die lijken op zwaluwen maar geen familie zijn. Ze maken een gierend, piepend geluid als ze overvliegen. Ze wemelen deze zomer gelukkig boven de Jordaan. En toen ik voor een corona-medische check in de Pijp moest zijn, kwam ik langs de Oranjekerk, waar op een bord in de tuin stond dat ze gierzwaluwnesten in de kerktoren hadden gemaakt. Ze meldden ook dat de gierzwaluw in de Bijbel voorkomt. Dat wist ik niet. Dat is ook wat vaag: de zwaluw wordt in verschillende bijbelvertalingen herhaaldelijk genoemd. In de nieuwste online bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap is de zwaluw vervangen en zegt een zieke, klagende koning: „Ik piep als een gierzwaluw.” (Jesaja 38:14).

Keisai tekende drie verschillende zwaluwen in zijn boek, ik heb geprobeerd een daarvan iets meer tot gierzwaluw om te vormen.

Olifant

Tekening Paul Steenhuis

Olifant

De olifant is het coronadier bij uitstek. Niet alleen omdat er een jong olifantje in Artis is geboren in coronatijd. Ook omdat de dokter concludeerde, toen ik mijn kortademigheid en beklemming op de borst na mijn corona-koorts probeerde te omschrijven: „Alsof er een olifant op je borst zit.” Bij wijze van spreken heeft het daar wel iets van. Overigens weegt een jonge olifant, zoals Bo Gyi uit de dierentuin in Emmen die in 1993 zijn poot brak bij een val en later afgemaakt moest worden, al snel 500 kilo.

De olifanten in Keisai’s boek met houtdrukken naar inkttekeningen hebben allemaal een doek op de rug (die heb ik weggelaten). Kleurige doeken, er zitten steunkleuren in het boek. Misschien gebruikte Keisai circusolifanten, of afbeeldingen daarvan, als model.

Ganzen

Tekening Paul Steenhuis

Gans

In de verlaten, voormalige dierentuin in het hart van het dorp Emmen heb je tegenwoordig een ‘mensenpark’ of ‘mensentuin’. In grote lijnen zijn alle dierenbuitenverblijven als parkomgeving gehandhaafd, inclusief looproute. Je loopt dus door een dierentuin zonder dieren, en dat heeft iets heel rustgevends en weldadigs. (De dieren zijn verhuisd naar een duur dierenpark buiten het centrum.) Er zijn wat lokale kunstinitiatieven in de oude gebouwen, en een Engels theehuis met lekkere scones. Die eet ik daar graag met mijn moeder, maar vanwege corona gaat dat niet nu. Er wonen toch nog een paar dieren in de oude dierentuin: in een opvang-dierenboerderij, voor afgedankte en gekwelde dieren. Die wordt gerund door een ganzenopvangcentrum uit het nabijgelegen Coevorden, genaamd Akka’s Ganzenparadijs. Dat is een op boeddhistische leest geschoeide opvangorganisatie voor gekwelde en of verwaarloosde dieren, waarvoor boeddhisten evenveel mededogen hebben als voor mensen.

Duivin met doffer (rechts).

Tekening Paul Steenhuis

Duif

Op een markt in Amsterdam woei onlangs een jong vogeltje uit een nest in een boom. En landde hard op de tafel van een marktkoopman. Eerst leefde het bijna blinde, naakte beestje nog, maar toen ik de tweede keer kwam kijken, was er nog een jonkie uit de boom gevallen – en waren ze beide dood. Zielig, maar duiven genoeg, vonden omstanders. De productie van duivenjonkies gaat inderdaad altijd door.

Keisai tekende met enkele zeer sierlijke lijnen een duif die door een bronstige doffer, met hoge borst, het hof wordt gemaakt. Of wordt lastig gevallen. #Metoo heeft de vogelwereld nog niet bereikt. De doffer bestaat uit weinig lijnen, maar die treffen zijn duivengeilheid precies. Ik probeer het ademloos na te doen. In zijn boek inkte Keisai op soortgelijke onovertroffen manier ook parende (of vechtende) mussen en een haan die een oogje heeft op een kip. Aan humor en levendigheid heeft Keisai’s tekenkunst na twee eeuwen nog niets afgedaan.

Hangbuikzwijn

Hangbuikzwijntje met kauw op zijn rug. Tekening Paul Steenhuis

Hongerige kauwen pikten afgelopen winter op de ruggen van de hangbuikzwijnen Henk en Fiona. Om de wonden van de scherpe snavels te laten genezen, moesten de zwijntjes binnen op stal staan, in kinderboerderij de Gliphoeve in de Bijlmer, midden tussen de hoge flats.

Nu de Bijlmerboerderij vorige week weer openging na coronalockdown ben ik even gaan kijken hoe ze het maken. Mijn eerste uitje. Henk ligt te slapen, Fiona graast tussen de kippen in het gras. Ze zijn weer opgeknapt, en de kauwen hebben elders genoeg te eten, zodat ze geen insecten of huidschilfers op de rug van de zwijnen hoeven te zoeken, vertelt boerin Nynke. Wel moeten de varkens, net als ik, afvallen. Dat gaat Henk makkelijker af dan Fiona.

Keisai tekende geen Vietnamese hangbuikzwijnen, maar een slanker wildzwijnachtig varken dat hier flink aangedikt is, aangevuld met een variant op een kraaiachtige uit het boek.

Kuwagata Keisai, Verkorte manier om vogels en dieren te tekenen(1797) Foto Metropolitan Museum of Art/ Rogers Fund, 1918

Kuwagata Keisai, Verkorte manier om vogels en dieren te tekenen(1797) Foto Metropolitan Museum of Art/ Rogers Fund, 1918

Bekijk Kuwagata Keisai’s tekenboek over dieren Abbreviated Drawing Styles for Birds and Animals (‘Choju ryakuga shiki’) op metmuseum.org (zoek op ‘choju ryakuga’).