Opinie

‘Identiteit’, ik kan het woord niet meer horen

Aylin Bilic

‘Waar kom je vandaan?” Die vraag stellen aan mensen zoals ik, is discriminerend, zo konden we ook in NRC (13/6) lezen. Ik ben het daarmee eens wanneer die vraag niet voortkomt uit oprechte interesse.

Ook ik heb die vraag in mijn leven ontelbaar vaak gekregen. Maar gek genoeg zelden van mijn blanke buurvrouw, werkgever, sportvereniging of collega’s. Die durfden dat niet. Het waren bijna altijd gekleurde landgenoten die de vraag stelden. De Marokkaanse en Turkse gemeenschappen in Nederland denken bij uitstek in identiteiten. Je bent vrouw, je bent islamiet, je bent westers, je bent goddeloze homo, je bent… Belangrijke kwesties, want ze bepalen of je erbij hoort, of niet: inclusie of exclusie. Ik kon daar altijd (en nog steeds) slecht tegen. Want inclusie betekent ook: onze normen zijn dus ook jouw normen, zo en zo hoor jij je te gedragen.

Ik moest bij de vraag „waar kom je vandaan?” altijd laveren. Zeggen dat ik in Rotterdam ben geboren en mijn ouders in Izmir: dat was nooit voldoende. Ze wilden de hele stamboom, waarbij de kernvraag was: tot welke groep behoor je precies? Politiek, religieus, historisch, etnisch… „Wat is je afstamming?” is voor veel Turkstaligen een veel belangrijker vraag dan „Wat doe je?”. Die laatste vraag kreeg ik vooral van blanke Nederlanders die ik in mijn leven ontmoette.

Wanneer ik bij het grote doorvragen vertelde dat mijn diepere wortels vooral op de Balkan en in Griekenland liggen, veel meer dan op het Turkse vasteland, dan was de argwaan gewekt. „Wonen daar wel moslims?” wilde een klasgenoot weten. „Je vader gaat toch wel naar de moskee, hè?” vroeg een ander. Vanaf dat moment lag ik onder een vergrootglas. Of ik meeging met schoolreisjes, blanke kinderen bij me thuiskwamen of – o verschrikkelijk – ik zelfgemaakte kerststukjes mee naar huis nam, werd door Turkse en Marokkaanse ouders openlijk veroordeeld. Zondigen tegen je ‘identiteit’, veel dieper kon je niet vallen.

Nu, tientallen jaren later, zie ik het opnieuw gebeuren bij mijn dochtertje van zeven. Ze heeft een Nederlandse voor- en achternaam. Ze is heel sociaal en vertelt graag over van alles. Zo spreekt ze ook enthousiast over de afkomst van haar moeder en grootouders. Maar dat heeft consequenties. Mijn dochtertje wordt regelmatig bij de opvang als moslima behandeld door allochtone begeleiders, krijgt bij de lunch te horen dat ze geen varkensvlees mag eten, of krijgt van Marokkaanse meisjes op het schoolplein – niet eens uit haar eigen klas – het bevel om niet met jongens te spelen.

Identiteit, we dachten dat we ervan af waren na de verzuiling. Maar het is helemaal terug. En het rare is: het wordt massaal omarmd als toppunt van politiek correct denken én handelen. Terwijl ik altijd dacht dat je een racist bent als je onderscheid maakt tussen zwart en wit, zijn het nu de ‘antiracisten’ die dat onderscheid tot in het absurde doorvoeren.

De tv-kok Gordon Ramsay kreeg vorig jaar gedoe: als blanke man een restaurant openen met Aziatische menukaart en blanke koks. Dat kan niet. Als je doorredeneert op dat identiteitsdenken dan kan een Britse kok alleen nog maar wittebonenprutjes maken. Een fotograaf van een landelijke krant vertelde me dat er boze brieven volgen als een zwart persoon wordt gefotografeerd door een blanke fotograaf. Lijstjes van zwarte fotografen worden toegemaild: voor de volgende keer. Blanke mannelijke schrijvers mogen geen romans meer schrijven vanuit vrouwelijk perspectief, laat staan vanuit zwart. En de Amsterdamse stadszender AT5 krijgt verwijten wanneer een blanke journalist op reportage gaat in een zwarte wijk. Er werd afgelopen jaar bijna een gekleurde stadszender opgericht, C-Amsterdam: alleen gekleurde mensen kunnen gekleurde mensen interviewen.

In de wereld die ik voorsta, zijn mensen primair individu en dus allemaal per definitie gelijk. Huidskleur, geslacht, seksuele geaardheid, religie (mits op verdraagzame wijze): het maakt allemaal niet uit. Dat je een vrij, verantwoordelijk en gelijkwaardig mens bent die door geen enkele groep geclaimd kan worden: dat is je wezen. De rest is bijzaak.

Identiteitsdenken staat hier haaks op. Identiteitsdenken is denken vanuit de vraag: „Waar kom je vandaan?” Die vraag wordt op die manier juist essentieel in plaats van een onbeduidende bijzaak. Het is een van de merkwaardige paradoxen van het huidige racismedebat.

Waar kom je vandaan? Als we die vraag niet meer stellen dan moeten we consequent zijn. Niet aan blanke journalisten die een zwarte wijk bezoeken, niet aan de witte muzikanten die ‘zwarte muziek’ maken (George Michael kreeg dat verwijt regelmatig), niet aan zwarte sollicitanten op de Zuidas, niet aan Turkstalige kinderen die varkensvlees eten en al helemaal niet aan mijn dochter die met jongens speelt.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist. Ze schrijft om de week op deze plaats.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.