Hoe ver kunnen we nog versoepelen?

Coronavirus Het aantal besmettingen is laag en het draagvlak voor coronamaatregelen neemt af. Maar hoeveel speelruimte is er voor versoepeling?

Drukte Op het strand bij het Schildmeer in Steendam.
Drukte Op het strand bij het Schildmeer in Steendam. Foto Venema Media / ANP

Nu de verspreiding van het coronavirus onder controle is, neemt het draagvlak voor de maatregelen met de dag af. Het gevaar lijkt geweken, en actiegroepen als Virus Waanzin willen het liefst per direct de anderhalvemetermaatregel overboord gooien en het normale leven weer oppakken. De versoepelingen die het kabinet woensdagavond aankondigde, gaan verder dan eerder werd verwacht. Maar de regel om anderhalve meter afstand te houden, blijft in de meeste situaties overeind, behalve voor jongeren tot achttien jaar. Op middelbare scholen moet die gehandhaafd worden tussen leerlingen en docenten, op universiteiten geldt die voor iedereen.

Kunnen er op termijn nog meer maatregelen versoepelen, of is dit waarmee we moeten leren leven? Hoeveel speelruimte voor versoepeling is er nog?

Dat steeds minder mensen zich aan de maatregelen houden, is niet verwonderlijk. „Wat we zien gebeuren is een duidelijk voorbeeld van de preventieparadox: wat mensen persoonlijk moeten doen om op bevolkingsniveau een volgende uitbraak van het coronavirus te voorkomen, levert op individueel niveau weinig winst op,” zegt Johan Mackenbach, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg van het Erasmus MC in Rotterdam. „Individueel is bijna geen winst te behalen door je aan de richtlijnen te houden. Het aantal besmettelijke mensen in Nederland is minder dan 1 op 10.000, dus de kans dat iemand persoonlijk geraakt wordt als die niet de 1,5 meter aanhoudt of zijn handen wast, is verwaarloosbaar. Maar op bevolkingsniveau wil je echt heel graag voorkomen dat het virus op grote schaal terugkomt.”

Om draagvlak te houden is het belangrijk om de verhouding tussen persoonlijk voordeel en winst voor de samenleving zo gunstig mogelijk te maken, zegt hij. „Die is compleet zoek op dit moment, met heel algemene maatregelen. Hoe meer je gerichte maatregelen kunt toepassen, hoe kleiner die preventieparadox wordt.” Dat kan door algemene lockdown-maatregelen zoveel mogelijk los te laten en vooral in te zetten op het testen, opsporen en isoleren van mensen die het virus hebben of in aanraking zijn geweest met iemand die besmet is, denkt Mackenbach.

Scheve verdeling

De aangekondigde versoepelingen vindt Mackenbach daarom verstandig. „Het is ontzettend belangrijk dat de samenleving weer op gang komt. De schade die de coronamaatregelen hebben aangericht, kan op termijn groter blijken dan de schade die we ermee hebben voorkomen. Een diepe recessie heeft grote gevolgen voor het welzijn en de gezondheid van mensen.”

Bovendien, zegt hij, zullen de effecten scheef verdeeld zijn: mensen met lage inkomens, losse contracten, een lage opleiding of met een migratieachtergrond, en jongeren zullen veel harder geraakt worden. „We doen het ter bescherming van ouderen, maar de schade komt grotendeels bij de jongeren terecht. Dat krijgt nog veel te weinig aandacht.”

Maar waar zit de ruimte voor versoepelingen nog? Is bijvoorbeeld bekend in hoeverre handen wassen bijdraagt aan het remmen van de virusverspreiding, en in hoeverre afstand houden? In epidemiologische studies zijn die zaken niet uit elkaar te trekken, zegt epidemioloog Hans Heesterbeek van de Universiteit Utrecht. „De kans dat je besmet raakt in een concertzaal, met een bepaalde hoeveelheid ventilatie, op een bepaalde afstand van een geïnfecteerde, dat is niet uit te rekenen. Ook het percentage mensen dat zich aan deze regels moeten houden om de beoogde bescherming van de bevolking te houden, weten we niet. Het enige wat we kunnen doen is uitproberen. Langzaam loslaten. En dat doen we dan ook.”

Wat wel duidelijk is geworden is dat superverspreidende gebeurtenissen een belangrijke rol spelen in de verspreiding. Van Korea tot Lissabon, van Duitsland tot de Verenigde Staten, over de hele wereld worden kleine uitbraken gemeld van groepen mensen die besmet raken in slachterijen, kerken, karaokebars, restaurants, of andere plekken waar grote groepen dicht bij elkaar komen. Vooral onder jongeren verspreidt het virus zich nu. In Lissabon wordt weer een avondklok ingesteld omdat het aantal coronabesmettingen weer oploopt onder feestvierders.

Lees ook: Feestje? In Lissabon worden de versoepelingen deels teruggedraaid

Dat grote bijeenkomsten, zoals demonstraties in Amsterdam of Den Haag, soms niet tot verspreiding leiden kan toeval zijn, zegt Heesterbeek. „Voor hetzelfde geld is daar wel iemand en krijg je een uitbraak.”

„Superverspreiding is een reëel gevaar”, zegt Heesterbeek. Hij pleit voor een actief testbeleid bij sommige groepen of evenementen, slachterijen bijvoorbeeld, om sneller infecties op te sporen. Dat gebeurt nu niet als er geen mensen met klachten zijn, op dit moment melden met name mensen zichzelf aan voor een test als ze klachten hebben.

Handschoenen zijn onzinnig

Niet elke maatregel is even belangrijk, zegt de Nijmeegse hoogleraar infectiepreventie Andreas Voss. „Het dragen van handschoenen buiten ziekenhuizen is onzinnig, de meeste mensen gebruiken ze niet goed. En met een desinfectiedoekje oppervlakten afnemen is waarschijnlijk de minst nuttige maatregel. Maar thuisblijven als je ziek bent, je eigen handen schoon houden, anderhalve meter afstand houden en grote groepen en slecht geventileerde ruimtes vermijden blijven allemaal belangrijk.”

In sommige situaties, en voor sommige groepen, kan van bijvoorbeeld die afstandsmaatregel worden afgeweken. Het kabinet gaat naar verwachting bepalen dat scholieren en studenten vanaf september weer gewoon les kunnen hebben, vlak naast elkaar. „Maar dat betekent niet dat je als jongere daarna overal, in alle situaties, ook zo dicht bij elkaar kunnen zijn”, zegt Voss, „in de bioscoop, bij grote feesten.” Ook jongeren dragen immers bij aan de verspreiding van het virus, naar ouders en grootouders. En met elke situatie waarbij contact kan plaatsvinden neemt de kans op besmetting toe. Daarom is het niet vreemd dat het in de ene situatie niet kan en in de andere wel: dat verkleint het risico. „Maar dat is ontzettend moeilijk voor tieners en jongeren.”

Veel jongeren doen dat dan ook niet. En het is niet te zeggen hoeveel ruimte daar zit. „Als we alle maatregelen loslaten in deze groep, die de meeste sociale contacten heeft, komen er weer meer infecties, en als dan het systeem van opsporing en bronnen-contact onderzoek zijn grens bereikt, dan loopt het uit de hand”, zegt Voss. Dan moeten hele flatgebouwen, wijken of steden weer op slot , zoals nu gebeurt in het gebied rond de Duitse stad Gütersloh na een massale uitbraak in een slachthuis. „Ik moet nog zien hoe Nederlanders op een dergelijke situatie reageren.”

Alles loslaten, en ons uitsluitend verlaten op testen bij klachten, contacten opsporen en quarantaine van die personen, is dat niet mogelijk? „Dan weet je dat er uitbraken zullen volgen”, zegt Voss. „Als mensen op een vaste plek zitten en geregistreerd zijn, en er is van tevoren uitgevraagd of er klachten zijn, dat is heel anders dan een festival waar iedereen door elkaar loopt. Als daar iemand zit die het virus verspreidt, vind je die contacten nooit meer terug.”

Lees ook: Hoesten, niezen, zingen… niemand kent het gevaar van kleine druppels

Een andere strategie zou zijn: wie echt geen corona wil oplopen, houdt zelf 1,5 meter afstand van anderen, wast zijn handen, en vermijdt drukke plekken, de rest – jongere en gezonde mensen - leeft door. „Onhoudbaar”, zegt Voss. „Het is niet te voorkomen dat zij het dan toch verspreiden, op het werk of thuis.”

Een argument voor die strategie is dat het virus zich dan zal verspreiden onder jongeren, die er toch niet erg ziek van worden, en de zo vurig gewenste groepsimmuniteit lekker snel stijgt. Maar ook dat is niet gezegd. „We zien dat mensen die milde covid-19 hebben gehad soms niet voldoende afweer hebben opgebouwd”, zegt Voss. „Daarnaast hebben we nog geen flauw idee van wat dit nieuwe virus op lange termijn doet bij jongvolwassenen. Er zijn jongeren die langdurig klachten houden. Virusinfecties hebben vaak een waaier aan effecten in het lichaam.” Opzettelijk mensen blootstellen aan deze ziekte is geen optie, vindt hij.

„Met het huidige maatregelenpakket zeggen we in feite: we hebben zo weinig infecties dat we het risico kunnen nemen”, zegt Heesterbeek. „We vertrouwen op het testen, afstand houden waar dat kan, en de verantwoordelijkheid van de burgers. Als je symptomen hebt, ga dan niet de deur uit en zeker niet naar een grote bijeenkomst. Niet alleen voor jezelf, maar vooral voor je medemens. Zo kan hopelijk de verspreiding van het virus voldoende afgeremd worden, zodat een tweede golf geen kans krijgt.”

Dit artikel is na de persconferentie van 24 juni geactualiseerd.