Cao-coördinator Zakaria Boufangacha van FNV vecht vooral voor vaste banen.

Foto Jeroen Jumelet / ANP

Interview

FNV’er Zakaria Boufangacha: ‘Werkzekerheid staat voor ons met stip op één’

Zakaria Boufangacha | FNV-bestuurslid De FNV matigt zijn looneis, maar alléén in sectoren die last hebben van de crisis. De vakbond wil vooral meer vaste banen.

Een loonstijging van 5 procent eisen in crisistijd? De grootste vakbond FNV doet het én blijft het doen – maar niet in alle sectoren.

In noodlijdende branches laat de FNV die looneis varen, maakte de vakbond woensdag bekend. In sectoren die nog geen last hebben van de coronacrisis, blijft de vakbond de forse loonsverhoging wel eisen. De bond eist die 5 procent al sinds eind 2018. Deze hoogste looneis in zeker dertig jaar vond de FNV nodig omdat de loongroei van werknemers achterbleef bij de economische groei.

Lees ook: Wie gelooft er in loonstijging van 5 procent? (2018)

Maar een ander onderwerp vindt de FNV in cao-discussies nóg belangrijker, zegt Zakaria Boufangacha, de landelijk cao-coördinator van de vakbond: werkzekerheid en vaste banen. „Dat staat met stip op één.” Als een bedrijf bereid is om daar vergaande afspraken over te maken, kan ook de looneis omlaag. „Een cao is altijd een totaalpakket.”

In welke sectoren blijft de FNV 5 procent eisen?

„We zijn nu in onderhandeling met de supermarkten. Daar vragen we zelfs meer dan 5 procent, omdat we ook willen dat zij jongeren gaan uitbetalen volgens het volwassen minimumloon. Bij pakketbezorger DHL hebben we laatst mooie afspraken gemaakt [3,2 procent loonsverhoging op jaarbasis]. Dat willen we ook gaan doen bij PostNL, waar het hartstikke goed mee gaat, en in de schoonmaaksector.”

Sommige ondernemers presteren nog goed, maar vrezen voor de toekomst. Hoe gaan jullie daarmee om?

„Als bedrijven de afgelopen periode goede winsten hebben gemaakt, dan is de nieuwe cao hét moment om het personeel daar een eerlijk deel van te geven, in de vorm van een loonsverhoging.

„Als het daarna toch slecht gaat, kunnen we altijd in overleg te treden. Dat hebben we nu ook gedaan in de metaalsector. Bedrijven die aantoonbaar in slecht weer verkeren, krijgen de ruimte om de al eerder afgesproken loonsverhoging uit te stellen.”

Voor vitale beroepen heeft FNV een alternatieve looneis bedacht.

„Klopt. In de lockdown is er een massaal besef ontstaan dat er beroepen zijn waar we niet zonder kunnen, die veel meer waardering verdienen: de zorg, vuilnismannen, schoonmaak. Vaak is het werk dat op het minimumloon zit, of net onder modaal. Het is mooi dat er voor hen applaus is, maar wij willen nu dat iedereen in die sectoren er structureel tweehonderd euro per maand bij krijgt.”

Lees ook: Gaan bonden looneis al verlagen?

Waarom zo’n vast bedrag?

„De mensen die het minst verdienen, zijn er de afgelopen jaren het minst op vooruit gegaan. Op deze manier krijgen zij procentueel meer. In voorgaande crises hebben we gezien dat de ongelijkheid toenam. Dat willen we nu voorkomen. We willen centen in plaats van procenten.

„Ons streven is een minimumloon van 14 euro per uur. Met deze tweehonderd euro zetten we al een flinke stap. Als er volgend jaar 125 euro bijkomt en het jaar daarna weer, dan zitten we eind 2022 voor de laagste schalen op 14 euro per uur.”

Wat is de looneis van FNV in sectoren waar het slecht gaat?

„Dat is maatwerk, maar we vinden dat iedereen recht heeft op koopkrachtbehoud: dat je in ieder geval de inflatie corrigeert. Ook willen we afspraken maken over werkzekerheid. In een sector waar nu 50 procent een onzeker contract heeft, kunnen we bijvoorbeeld zeggen: we matigen nu de lonen, maar op díé datum heeft 80 procent een vast contract. Dat kost de werkgever nu niks, maar geeft ons wel perspectief.

„En als een bedrijf wil inkrimpen, willen we eerst een goede analyse zien dat dat nodig is. Daarna kunnen we afspreken hoe we dat zo sociaal mogelijk doen. Bijvoorbeeld door iedereen iets minder te laten werken met behoud van loon. Of door ouderen te stimuleren om iets eerder te stoppen met werken. Zo vang je de krimp op met natuurlijk verloop.

„En we willen harde afspraken over scholing, zodat wie zijn baan verliest, snel weer aan de slag kan.”

Zou scholing niet de eerste prioriteit moeten zijn? Alle werknemers – vast en flex – kunnen hun baan verliezen. Scholing vergroot hun baankans.

„Nee. Wij vinden scholing hartstikke belangrijk, maar wij zien dat mensen met een onzeker contract helemaal geen scholing krijgen. Er wordt niet in hen geïnvesteerd omdat werkgevers denken: hun contract loopt toch af. Als we eerst zorgen dat er meer vaste banen komen, kunnen we daarna afspraken maken over bijvoorbeeld scholing.”

Lees ook: Achter de schermen bij moeizaam cao-overleg: ‘Zoals we al vreesden: ze laten ons in de steek’

Volgens werkgevers is soms een tijdelijke loonverlaging nodig om faillissement te voorkomen. Wat vinden jullie daarvan?

„Daar voelen we niet veel voor. Als een bedrijf al omvalt door een loonsverhoging van 2 procent, dan heeft het blijkbaar geen vet op de botten en is dit alleen maar uitstel van executie. Daar werken we niet aan mee.

„Alleen als het bedrijf serieus perspectief heeft op herstel, willen we nadenken over een tijdelijke pas op de plaats voor het personeel. Op voorwaarde dat we afspraken kunnen maken over onder andere vaste banen. Ook willen we afspreken wat werknemers krijgen zodra de economie aantrekt: een winstdeling of structurele loonsverhoging.”

Correctie: in een eerdere versie was de naam van Zakaria Boufangacha in de kop verkeerd gespeld, dat is gecorrigeerd.