Elektrische Jaguar valt tegen

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal: onenigheid over een spiksplinternieuwe Jaguar.

Via zijn eenmanszaak koopt een ICT-consultant in 2018 een fonkelnieuwe Jaguar I-Pace bij de Rotterdamse autodealer Breeland. De elektrische auto, waar hij extra dikke wielen onder laat monteren, kost 107.000 euro.

Al na zes weken eist de koper zijn geld terug. Hij worstelt met de boordcomputer en het stoort hem dat de radio soms doorspeelt terwijl de auto op slot zit. Maar het grootste probleem zijn de actieradius en oplaadsnelheid. Die lopen uit de pas met wat hem beloofd is. Daarom probeert hij via de rechtbank Rotterdam de koop ongedaan te maken. Hij wijst op de verkoopfolder die vermeldt dat er 480 kilometer met de Jaguar kan worden gereden. Maar de Jaguar haalt de 350 kilometer niet eens, zonder op te laden. Ook de laadsnelheid – 80 procent van de accu in 45 minuten – blijft achter bij de belofte.

De autodealer verdedigt zich onder meer door te wijzen op de algemene voorwaarden, die het terugdraaien van een aankoop uitsluiten. De rechter kan die voorwaarden als onredelijk bestempelen, maar in dit geval doet hij dat niet. Aan de koper is namelijk geen valse voorstelling van zaken gegeven. Zo vermeldt de verkoopbrochure duidelijk als voorbehoud dat de actieradius en oplaadsnelheid „in werkelijkheid anders kunnen zijn”.

De ICT’er krijgt zijn geld niet terug en moet bovendien de juridische kosten van de dealer – à 7.500 euro – betalen.