Opinie

De vrouwelijke premier dient zich aan

Lotfi El Hamidi

Is Nederland klaar voor een vrouwelijke premier? Dat de vraag anno 2020 nog gesteld moet worden geeft het nodige aan. We kijken niet naar geslacht, klinkt het dan, zoals we geen kleur zien. Het gaat om ideeën – maar natuurlijk. Als er ooit een vrouw geschikt was als premier, dan was ze het vast wel geworden.

Intussen hebben een rits landen, van Pakistan tot Brazilië, al vrouwelijke regeringsleiders gehad (wat overigens verder geen toverformule blijkt voor een rechtvaardige en stabiele samenleving). Als het elders kan, zou het toch ook hier moeten kunnen.

Welnu, Nederland lijkt op dat vlak eindelijk mee te gaan in de vaart der volkeren. Sigrid Kaag kandideert zich voor het lijsttrekkerschap van D66, en wat haar betreft doet ze daarmee ook meteen een gooi naar het hoogste ambt. Met een trackrecord waar je in elk ander modern land minstens de ministerpost van Buitenlandse Zaken zou mogen bekleden geen misplaatste ambitie. Al zijn er volgens critici ook twijfels over de atypische D66’er; dat ze niet opgewassen zou zijn tegen de politieke straatvechters ter linker- en rechterzijde bijvoorbeeld, en geen binding zou hebben met het ‘gewone volk’. Het eerste moet nog blijken, dat laatste lijkt me na twee decennia politiek van de onderbuik niet per se ongezond.

Uit de christen-democratische hoek dient zich ook een vrouwelijke kandidaat aan. Staatssecretaris Mona Keijzer wil straks net als vicepremier Hugo de Jonge de CDA-kar trekken. Het verschil tussen de twee is zo groot dat een ware richtingenstrijd verwacht wordt.

De Jonge wil de ‘c’ in de partijnaam in ere herstellen. Met de grote stad als referentiekader hoopt hij de ramen te kunnen opengooien binnen de partij, al is het maar om de stank van tien jaar rechts-populisme te verdrijven. Door bij voorbaat samenwerking met FVD uit te sluiten lijkt hij het CDA van de ongemakkelijke positie op de rechterflank terug te willen brengen naar het midden, de natuurlijke habitat van de partij.

Niet als het aan Keijzer ligt, die een ruk naar rechts (nóg rechtser?) voorstelt. Het electorale kanon uit Volendam richt zich op Buma’s legendarische ‘gewone Nederlander’, die niets moet hebben van al die randstedelijke discussies over klimaatbewustzijn, genderneutraliteit en institutioneel racisme. De hardwerkende ondernemers en boeren, daar moet Den Haag zich over ontfermen. Keijzer, die zich als „ruimdenkende conservatief met een sociaal hart” presenteert, geeft kleinburgerlijk Nederland een stevig alternatief voor boreaal-rechts – met wie ze trouwens moeiteloos flirt.

Het is nog allemaal hypothetisch, maar Mona Keijzer als de Nederlandse Thatcher lijkt mij waarschijnlijker dan Sigrid Kaag als Merkel in de polder. Het zou hoe dan ook betekenen dat we over tien jaar een vrouwelijke premier aan de historische canon kunnen toevoegen. Maar het gaat om de ideeën. Uiteraard.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.