Opinie

Canon weerspiegelt zowel heden als verleden

Canon van Nederland

Commentaar

Aan het eind van een maand waarin de houding tot de Nederlandse geschiedenis al volop is bevraagd, is nu ook de herziene Canon van Nederland gepresenteerd. Een commissie onder leiding van historicus James Kennedy herijkte de eerste Canon van Nederland, die stamt uit 2006, en destijds werd samengesteld onder leiding van mediëvist Frits van Oostrom.

Van de vijftig ‘vensters’ uit de oorspronkelijke canon werden er 36 herschreven, vier vensters zijn in naam gewijzigd, en tien vensters zijn vervangen. Meest in het oog springend in die laatste categorie zijn het afscheid van Floris V, Karel V, De Republiek en Willem Drees die plaats moesten maken voor onder meer ‘Trijntje’, een van de eerste bewoners van Nederland wier geraamte in 1997 werd opgegraven, Jeroen Bosch, Anton de Kom en Marga Klompé.

Aanleiding voor de nieuwe canon was een opdracht van Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66), die in eerste instantie meer nadruk wenste voor de ‘zwarte bladzijden’ van de geschiedenis – een wens die van een meerderheid van de Tweede Kamer uit de opdrachtbrief aan de commissie moest worden geschrapt. Ook de commissie van Kennedy vond dat er in de oorspronkelijke canon al wel aandacht was voor ‘zwarte bladzijden’, maar dat de verhalen door meer diverse stemmen en invalshoeken zouden moeten worden verteld.

Zo is de herijkte canon een afspiegeling van wat er maatschappelijk speelt, zoals een interpretatie van de geschiedenis – in het geval van de canon een selectie van vijftig individuen, objecten, bewegingen en andere historische ijkpunten – dat altijd is. Deze canon is dan ook niet zozeer een product van nieuwe wetenschappelijke inzichten als van verschuivende maatschappelijke waarden. Dat impliceert geen relativisme – een ander perspectief betekent niet dat historisch onderbouwde feiten worden ondergraven.

Toch werpt de nieuwe canon wel een definitiekwestie op. Volgens het gangbare gebruik is een historische canon een overzicht van de belangrijkste personen en gebeurtenissen uit de geschiedenis. En historisch gezien is het moeilijk hard te maken dat hertogin Maria van Bourgondië wezenlijker is geweest voor de loop van de Nederlandse geschiedenis dan haar kleinzoon Karel V, of dat het skelet van Trijntje van groter belang is voor Nederland dan Willem Drees.

Maar met een dergelijk eenvoudige definitie van wat een canon zou moeten zijn, raakt ook de voornaamste functie van deze canon uit beeld. Die is, zo benadrukken ook de auteurs, om kinderen in het primair en voortgezet onderwijs via die verschillende vensters een veelzijdig beeld van de geschiedenis te geven, via aansprekende figuren en objecten. Alleen al de in opzet gefragmenteerde benadering met die vensters laat zien dat er geen enkele aanspraak wordt gemaakt op een volledig of afgerond verhaal.

Het rapport van de commissie-Van Oostrom uit 2006 opende met een citaat van de literatuurcriticus Edward Saïd. Daarin wijst Saïd erop dat ‘canon’ ook muzikaal op te vatten is, als een geheel waarin verschillende stemmen elkaar steeds afwisselen, de stemmen naast elkaar kunnen bestaan. En voor iedereen die deze nieuwe canon nog geen harmonisch geheel vindt is er een geruststellende gedachte: de commissie-Kennedy beveelt aan de canon over tien jaar opnieuw grondig te herzien.