Arcadia (Hoogzomerdialogen)

Speel toneel Deze zomerse scène schreef Hannah van Wieringen voor de lezers van NRC. Om te lezen, samen te lezen of om te spelen.
Foto Getty Images

Twee badgasten in de avondzon. Tussen hen in twee koude flesjes bier. De één tegen de ander:

Ben jij het al vergeten?

Wat?

Nou, gewoon. Thuis, je weet wel, de hele, nou ja, alles.

Wat, omdat we nu hier zijn?

Ja. En avond, en ondergaande zon.

Hm.

Nou?

Nee.

(even stil)

En jij?

Wat?

Ben jíj het al vergeten?

Wat?

Wat je wil vergeten? Alles.

Omdat we nu hier zijn.

Nee.

(even stil)

Is het te laat voor een duik?

Het is hoogseizoen, het is voor alles te laat.

Heerlijk, hè. Ik houd hartgrondig van het hoogseizoen.

Dito.

Vanaf nu: alles bergafwaarts.

Proost, lieve vriend.

Proost.

Toch nog even zwemmen?

Ja, graag.

(niemand komt in beweging)

Er is ergens een baaitje, met een paar dobberende vissersscheepjes erin, en tegen de bergen, alsof iemand ze er loom tegenaan gestrooid heeft: huisjes, kleurige. Een dorpsplein, een boom voor schaduw, en een zwart-witte caféhond met gele ogen.

Hm. Dat is dus niet dít baaitje?

Nee.

Ben je er ooit geweest?

Je komt er niet.

Het is zo specifiek.

Ik heb het hier. (tikt tegen de zijkant van het hoofd)

Ah.

(even stil)

Woont daar toevallig een stokoude klokkenmaakster met een kakelende lach, die je de toekomst voorspelt?

(glimlacht) Ja, nu wel ja.

Waar je alleen kunt komen via dat achterommetje. Eerst de ommuurde tuin door.

Ja. Daar tref je haar aangenomen dochter op de veranda, die maakt piepkleine vogeltjes van klei.

Ze rolt de velletjes met de voorspellingen op. En steekt die dochter ze door de buik van het vogeltje van klei. Dan pas krijg je ze mee.

Mooi.

Ik heb er een hele trits.

Jij leest ze ook niet?

Ik kijk wel uit.

(even stil)

Haal je dan ook ijs bij Pelle met de groen-witte luifels?

Jazeker. Pistache, als ze het hebben.

Beter wordt het niet, hè?

Nee. Nooit.

En die jonge vrouw met die ezeltjes?

Elisabeth, daar heb ik ooit geluncht. Zonnevis met kerstomaat, en klokkende glazen gin met ijs naderhand.

Wist je dat ze de stad is ontvlucht vanwege een misdaad?

Verbaast me niet, er glittert moordlust in die ogen.

Maar niet als ze tegen die ezeltjes spreekt.

Nee, dan is er, ja vrede.

(even stil)

Toen ik niet kon slapen ben ik ooit op het dorpsplein gaan zitten onder de citrusboom.

Stil zeker, alleen cicades?

Nee. Geesten, overal waar je kon kijken. Er bleek een dansfeest voor geesten in volle gang.

Oh?

Het Titanic-orkest speelde, Hannah Arendt danste met mijn grootmoeder, die als Europa was verkleed.

Merkwaardig.

Maria Dermoût citeerde over de muziek heen Chinese dichters. Margaret Thatcher zat onderuitgezakt tegen de citrusboom, toetertje tegen Rosa Luxemburg te oreren.

(lacht) Veel, lijkt me.

Het leek op dat Sluijters-schilderij. Overal licht, beweging, glanzende gezichten. Er was iets geks met de tijd.

Maar. Wat had het te betekenen?

Ja. Niets, alles? Zeg jij het?

(even stil)

God, maar hoe heet het toch weer?

Wat?

Het dorp aan dat baaitje.

Vergeten.

Eindelijk.

Ja. Eindelijk.

Of. Arcadia?

Ja, of Arcadia natuurlijk.

Nu dan zwemmen?

Yes please.

Als u wilt kunt u een opvoering van deze tekst filmen en sturen naar zomerboek@nrc.nl