Alsnog debatteert Duitsland over het racisme van filosoof Kant

Duitsland In Duitsland is een debat opgelaaid over de vraag: was Immanuel Kant, de filosoof van de Verlichting, een racist?

De graftombe van Kant in Kaliningrad (voorheen Koningsbergen).
De graftombe van Kant in Kaliningrad (voorheen Koningsbergen). Afbeelding Johann Gottlieb Becker

De strijd speelt zich nog af in krantenkolommen en niet rond standbeelden. Maar in de Duitse versie van het internationale racismedebat is nu Immanuel Kant, de grote filosoof van de Verlichting, in opspraak geraakt.

In filosofische vakkringen was het geen geheim dat Kant (1724-1804) een theorie had ontwikkeld (en tot op hoge leeftijd bleef aanhangen), die moeilijk anders genoemd kan worden dan racistisch. Maar nu worden de Duitse krantenlezers in hoog tempo bijgepraat.

Op de cultuur- en opiniepagina’s verschijnen bijna dagelijks artikelen over de auteur van onder meer Kritiek van de zuivere rede, met koppen als Was Kant een racist?, Kritiek van de witte rede, Kritiek van de politiek-correcte rede en Kant was een racist.

De lont in dit politiek-filosofische kruitvat werd aangestoken door de historicus en slavernij-deskundige Michael Zeuske. Nu op allerlei plaatsen standbeelden van racisten en slavenhandelaren omver worden getrokken, betoogde hij op de radio, zou men in Duitsland „bijvoorbeeld Immanuel Kant moeten aanpakken, die in zijn antropologische geschriften mede de basis heeft gelegd voor het Europese racisme”.

Zeuske doelde niet op de hoofdwerken van Kant, die bepalend zijn geweest voor de westerse filosofie en ethiek. Maar in andere geschriften verdeelde de filosoof uit Koningsbergen (het huidige Kaliningrad) de mensheid onder in vier rassen.

Het witte ras was in zijn visie superieur. De oorspronkelijke inwoners van Amerika achtte hij het zwakst. Zwarten staan een tree hoger, want zij kunnen, hoewel van nature lui, nog tot slaaf worden gemaakt. En de inwoners van India kunnen opgeleid worden, maar niet abstract denken.

Dat geen fatsoenlijk mens deze visie nog deelt, bestrijdt niemand in het Duitse debat. Maar kan het Kant meer dan twee eeuwen later worden aangerekend? Of moeten we hem zien als een kind van zijn tijd?

‘Ik moet er bijna om lachen’

Dat laatste is moeilijk vol te houden, stelt de Frankfurter Allgemeine Zeitung, want ook in zijn tijd leverden collega’s al harde kritiek op Kants rassentheorie. „Ik moest er bijna om lachen”, schreef een van hen, „als de verschuldigde hoogachting voor de professor het me niet verbood.”

Is het dan tenminste mogelijk Kants gezaghebbende hoofdwerk los te zien van deze dubieuze rassentheorie, om die als marginale, achterhaalde en racistische borrelpraat terzijde te schuiven? Of moeten we juist die obscure werken bestuderen, om de historische achtergronden van het Europese racisme te begrijpen? En moeten we ons afvragen of Kants universele moraal alleen maar gold voor de witte man? Man, want behalve racistische, hield hij er ook seksistische ideeën op na en stelde hij de man hiërarchisch boven de vrouw.

De Nederlandse hoogleraar ethiek Pauline Kleingeld, een Kant-expert die in het Duitse debat wordt aangehaald en vorige week is bekroond met de Spinoza Premie, publiceerde een artikel over de omgang met het racisme en seksisme van Kant. Ze vindt het „heel belangrijk” dat het publieke debat nu gevoerd wordt, zegt ze per telefoon. „In 1785 schreef hij in zijn eerste ethische hoofdwerk dat men nooit een ander mens als slechts een middel mag gebruiken. En alle rassen waren voor hem mensen. Tegelijk verdedigde hij toen nog slavernij van niet-witte mensen. Alleen al filosofisch was dat duidelijk inconsistent.

Portret van Immanuel Kant (1724-1804).

Johann Gottlieb Becker

„Later, op hoge leeftijd, heeft hij een draai van 180 graden gemaakt. Hij gaf de hiërarchie tussen de rassen op, keerde zich tegen kolonialisme en tegen het gebruik van niet-witte mensen als slaven. Zijn ideeën zijn gebruikt in de strijd tegen kolonialisme en slavernij. Kant was een ambivalente figuur. De vraag is: hoe ga je daar nu mee om?”

Kleingeld stelt die ambivalentie altijd aan de orde bij haar studenten. „Bij heel veel filosofen uit het verleden kom je uitgesproken seksistische en racistische ideeën tegen. We moeten onderzoeken waar dat sporen heeft nagelaten in hun filosofie. Stop niet met lezen, maar blijf zelf nadenken.”