Opinie

Wie onderprikkeld is, heeft baat bij kauwen

Maxim Februari

Opeens voelde ik de overweldigende behoefte een hap te nemen uit het tafelblad. Van baby’s is het bekend dat ze in de rand van hun wieg bijten. Iets oudere kinderen kauwen op ritsen, knopen, sleutels, vingers, ze bijten gaten in hun kleren en eten hun potloden op. Minder algemeen bekend is dat volwassenen tijdens een dodelijk saaie vergadering soms dreigend naar een koffiepot kunnen staren. „Als ik daar nou eens mijn tanden in zette?”

Het is verveling. Het is de bloedstollende, ijzingwekkende verveling die je overvalt als mensen beginnen over beleid. „Alles overwegende ...”, zeggen ze en je snakt naar een stuk van de stoelleuning. „Niettegenstaande dat...”, zeuren ze en je knaagt in gedachten al op de houten doos met de Pickwick-theezakjes.

Te veel overleg in de wereld. Te veel praten om het praten. Wopke Hoekstra wil geen lijsttrekker worden van het CDA omdat hij zich volgens ingewijden ergert aan het „gelul in de Kamer”. Geef de man een liniaal om op te kauwen, zou je zeggen. Laat hij een hap nemen uit de microfoon. De geestdodende discussies, de abstracties, de controverse tussen cultuurpessimisme en cultuuroptimisme: het valt alleen maar te overleven als je tijdens het luisteren alvast begint aan de spijlen van het traphek en de balustrade.

‘Waarom bijt mijn baby in alles?’, vragen ouders wereldwijd aan deskundigen. Baby’s gebruiken bijten vooral als een vorm van wereldoriëntatie, zeggen de deskundigen. Maar bij oudere kinderen kan het een signaal zijn dat ze behoefte hebben aan proprioceptieve input. Aan wát? Prikkels van het eigen lichaam. Wie overprikkeld is geraakt door indrukken van buiten, kan zichzelf weer intern organiseren door mond en kaak iets te doen te geven. Het zware lichamelijke werk brengt het zenuwstelsel tot rust.

Voor volwassenen geldt hetzelfde, begrijp ik. Vooral als ze zintuigelijk tobben en hun indrukken slechter verwerken dan anderen. Als geluid te hard bij ze binnenkomt, bijvoorbeeld, en het licht te fel voor ze is. Op harde dingen kauwen kan dan rustgevend zijn. Pennen, pinda’s, granny smiths, het hoesje van de telefoon. Daarbij hoef je helemaal niet aan autisme te denken; je kunt het gewoon zien als fijnbesnaardheid.

Ook wie onderprikkeld is geraakt, heeft dus baat bij kauwen en smakken. Wie zich verveelt, geniet van druk op de orale musculatuur. De wát? De spieren in het gebied van de mond. Je verveelt je en geeft je brein een duw door op het lichtknopje te knabbelen. Het uiteinde van je das in je mond stoppen helpt je focussen op de beleidsvisie voor je op tafel.

De zaak loopt uit de hand als je door het kauwen niet meer toekomt aan andere dingen. Als het je werk in de weg gaat zitten. Of als je kauwt op materie die weerstand biedt, zoals plinten of asfalt. Dat kan een teken zijn dat zware lichamelijke input op oraal gebied niet voldoende is. Dan wordt het tijd voor zwaar lichamelijk werk in het algemeen.

Voor mij op tafel ligt een advies van de Raad van State. Het is een ongevraagd advies van de afdeling advisering over de ministeriële verantwoordelijkheid. De wát? „Het mechanisme om aanspreekbaarheid van de overheid om te zetten in controle en verantwoording.” Ik wil in het advies iets opzoeken, maar mijn fijnbesnaardheid speelt op. Of is het verveling? Ik bijt op mijn bril, en o god, wat zou ik zin hebben in een stuk van de printer.

Volgens mij zegt de Raad van State dat het parlementaire debat te zeer gericht is op prikkels. Dat er tegelijkertijd onderprikkeling en overprikkeling is. Overprikkeling? Jawel, door de gerichtheid van parlement en pers op scoren en winnen, door het jagen op schuldigen, het bestraffen van fouten. „Wie wist wat wanneer? Wie heeft wanneer wat gedaan? Wie moet aftreden?” Al die onrust zorgt voor bijtdwang onder de burgers. Ze gaan op meubels kauwen en op elkaar. De spanning moet ergens heen, zeggen deskundigen.

Onderprikkeling is er doordat debatten tot vervelens toe worden gevoerd; net als je denkt dat het gezeur voorbij is, begint het van voren af aan, omdat de kranten weer over het onderwerp zijn begonnen. Ik denk dat uit verveling niemand nog lijsttrekker wil worden.

Als je het mij vraagt, ligt de oplossing bij orthopedagogen met verstand van obsessief kauwen. Zij kennen tactieken waarmee je je kaak aan het werk zet, zodat het lichaam zichzelf tot bedaren brengt. Ballonnen opblazen, tuba spelen, soep eten met een rietje. Geloof me, ik zou er nog tijden over door kunnen zeuren, over het belang van proprioceptieve input voor de parlementaire democratie, maar ik ga nu even een hap nemen uit het asfalt.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.