Analyse

‘Voortgezet onderwijs lijkt nu meer op een cursus’

Onderwijs tijdens corona Scholieren en studenten krijgen na de zomervakantie weer grotendeels fysiek les. Online onderwijs blijkt toch niet zaligmakend.

De eerste schooldag met coronamaatregelen op middelbare school Het Rhedens in Rozendaal.
De eerste schooldag met coronamaatregelen op middelbare school Het Rhedens in Rozendaal. Foto Flip Franssen

Terwijl middelbare scholen slechts een kwart van hun leerlingen tegelijkertijd mogen ontvangen, zien leraren via de webcam dat leerlingen met z’n vijven op een kluitje huiswerk maken. Terwijl leraren hun leerlingen in de school vermanen dat ze geen afstand houden, vliegen dezelfde leerlingen elkaar in de armen zodra ze van het schoolplein zijn. En ‘s avonds mogen ze wél gewoon samen hockeyen of voetballen.

Aan deze verwarrende situatie komt na de zomervakantie een einde. Dan mogen middelbare scholen weer helemaal open – mits het coronavirus niet opnieuw oplaait. Ze moeten wel hygiënemaatregelen blijven treffen, zoals desinfectiegels in de klas. En leerlingen moeten anderhalve meter afstand blijven houden tot hun docent. Het kabinet zal dat naar verwachting woensdagavond bekend maken.

Scholen en vakbonden hamerden sinds de start van de coronacrisis op de veiligheid van hun personeel. Ze wilden hun gebouwen alleen openstellen voor leerlingen als wetenschappelijk onderzoek zou aantonen dat kinderen en jongeren het virus niet of nauwelijks kunnen overdragen.

Lees ook: Looproutes in de gangen, desinfectiegel in de klas

Onderzoeken wijzen er tot nu toe op dat met de leeftijd de kans op besmetting en verspreiding van het coronavirus toeneemt. Maar nu de middelbare scholen al een paar weken (gedeeltelijk) open zijn, en het aantal besmettingen gestaag blijft dalen, wegen de nadelen van de strenge coronaregels steeds zwaarder. Leerlingen moeten zich aan heel arsenaal regels houden als ze op school zijn, maximaal twee dagen per week. De rest van de tijd krijgen ze afstandsonderwijs: leraren moeten dus zowel fysiek als online onderwijs verzorgen.

Verschralend onderwijs

Het onderwijs verschraalt op die manier, zeggen leraren en ouders – zozeer dat je het misschien niet eens meer onderwijs kunt noemen. „Het lijkt nu meer op een cursus in plaats van het brede pakket aan persoonsvorming, waarbij je elkaar ontmoet en in gesprek bent”, zegt bijvoorbeeld Allert de Geus, bestuurder van drie grote vrijescholen in Eindhoven, Nijmegen en Zeist.

Leerlingen hangen thuis op de bank, hun motivatie sijpelt weg en ze lopen achterstanden op. Dat is extra schrijnend voor de groep die school zo hard nodig heeft, omdat ze minder kennis meekrijgen van hun ouders. Voor aankomende eersteklassers is het extra belangrijk dat ze het nieuwe schooljaar in het gebouw starten, met échte lessen, van échte docenten, waar ze échte vriendjes kunnen maken.

Lees ook: Ook in een gezellig huis is het niet goed altijd thuis te zijn

De combinatie van een hoge werkdruk bij leraren, slechter onderwijs en regels die steeds moeilijker uit te leggen zijn, maakte dat de onderwijslobby vorige week de boodschap wijzigde: van zo min mogelijk naar school naar het liefst zo snel mogelijk weer hele dagen in de klas. In een ledenvergadering van de VO-raad een week eerder, was een ruime meerderheid voor heropening van de scholen mits verantwoord, zegt een woordvoerder. „Als deze situatie ook na de zomer nog maanden of zelfs een schooljaar voortduurt, baart dat onze leden grote zorgen”, schreef vakbond CNV Onderwijs vorige week in een brief naar de Tweede Kamer.

Bij mbo’s, universiteiten en hogescholen spelen dezelfde sentimenten. Online onderwijs was een goede noodoplossing, maar voor de lange termijn voldoet het niet, schreven rectoren in een open brief. En ook: volle vliegtuigen maar lege collegezalen, hoe leg je dat uit?

Stevige lobby

Nog maar drie weken geleden gingen bestuurders in het hoger onderwijs er vanuit dat online onderwijs de norm zou blijven, maar die terughoudendheid lijkt nu voorbarig. Na een stevige lobby vanuit het hoger onderwijs om meer studenten toe te laten op de campus, is er een versoepeling aanstaande.

Lees ook: Hoorcollege volgt de student nog wel even online

Naar verwachting zal premier Mark Rutte in de persconferentie van woensdagavond aankondigen dat studenten na de zomer weer grotendeels welkom zijn in de collegezalen.

Van het kabinet mocht het onderwijs op de campus aanvankelijk alleen plaatsvinden tussen elf uur ’s ochtends en drie uur ’s middags, om te voorkomen dat studenten tijdens de spits met het openbaar vervoer zouden reizen. Deze beperking is nu van de baan, zeggen betrokkenen tegen NRC.

Vanaf 1 augustus mag het aantal reisbewegingen van en naar het hoger onderwijs 40 procent zijn van vóór de coronacrisis, dus ook tijdens de spits. Dat geeft instellingen meer ruimte om colleges op de campus aan te bieden.

Studenten en docenten moeten zich nog wél houden aan de anderhalve meterafstandregel, wat in de praktijk betekent dat ongeveer 30 procent van alle studenten tegelijk in een gebouw aanwezig kan zijn.

Voor roostermakers wordt dat een flinke klus: ze moeten proberen om zoveel mogelijk studenten fysiek onderwijs te geven op anderhalve meter afstand, en tegelijkertijd de druk op het ov zo laag mogelijk houden.

Ze zullen daarbij rekening houden met het soort onderwijs: practica gaan voor hoorcolleges, die ook online kunnen, en eerstejaars gaan voor ouderejaars. Juist voor hen is het, net als voor de toekomstige brugklassers, belangrijk om elkaar en de docenten te leren kennen.