Opinie

Vertier is onze ondergang

Dagboek Coronavirus

Een klant op het terras van het restaurant op Piazza delle Erbe vroeg de serveerster of hij zijn telefoon mocht opladen. Zij zei dat ze binnen een oplader hadden. Hij gaf zijn telefoon aan haar. Zij ging met zijn telefoon het restaurant in.

Stella had het gezien. En ze had ook gezien dat de serveerster ons vervolgens water en glazen had gebracht zonder haar handen te ontsmetten. Ik zag mij gedwongen om onze hele lunch te annuleren. We hadden al besteld en de gerechten waren zo goed als klaar, maar het was uitgesloten dat Stella ook maar een vinger zou uitsteken naar wat er zou worden geserveerd en dat zij ooit van haar leven nog op dat terras zou zitten. Ik betaalde alles en begeleidde mijn nog nafoeterende geliefde naar een ander etablissement.

Daar kalmeerde ze, al was dat van korte duur. Ze zag toeristen. Ze begon te citeren uit een interview met de Turijnse filosoof en socioloog Luca Ricolfi dat ze net had gelezen. Hij waarschuwt daarin voor optimisme over het verloop van de epidemie. De grafieken in Italië dalen, maar dat is een gemiddelde, dat het feit aan het oog onttrekt dat de besmettingsgraad in verschillende provincies weer aan het toenemen is.

De oorzaak daarvan is volgens Ricolfi het toerisme. De heropening van kantoren, winkels en fabrieken van half mei had nauwelijks een negatief effect op de besmetting. Daar zijn mensen voorzichtig. Recreatie is onze ondergang. Sinds de regiogrenzen en later ook de landsgrenzen heropend zijn en volk zich verplaatst voor vertier, is het weer mis aan het gaan.

Ik vroeg Stella of ik Schopenhauer mocht citeren.

„Nee”, zei ze.

Ik deed het toch: „Ik weet niet waartoe wij mensen op aarde zijn, maar één ding weet ik wel: het is niet om onszelf te amuseren.”

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.