Holland Pop Festival, het festival van love, peace en naaktlopen bij de Kralingse Plas in Rotterdam, 1970.

Foto Hollandse Hoogte

Interview

‘Stamping Ground’: sfeervolle tijdscapsule over ‘Kralingen’

50 jaar na ‘Kralingen’ De documentaire ‘Stamping Ground’ over het legendarische popfestival van Kralingen, heeft nu, vijftig jaar later, een digitale opfrisser gekregen. Cameraman Jan de Bont beleefde destijds de drie dagen als een adrenaline-roes.

De Delftse student Berry Visser van zolderkamerbedrijfje Mojo trok het vlot uit de klei: het driedaagse Holland Pop Festival in het Kralingse Bos van 26 tot en met 28 juni 1970. Met grote namen als The Byrds, Pink Floyd, Santana, Jefferson Airplane en T-Rex moest dit een Nederlands Woodstock worden. En dat werd het ook.

„We verwachtten wel dat het een succes werd, maar honderdduizend mensen: het overweldigde ons. Er hing in Nederland een perfecte energie eind jaren zestig, begin jaren zeventig. We gingen de wereld echt veranderen, dachten we. Met Amsterdam als magisch centrum.”

Aan het woord is Jan de Bont (76), topcameraman en regisseur van Hollywood-blockbusters als Speed en Twister. De Bont werd een halve eeuw geleden benaderd door een bekende. George Sluizer, de latere regisseur van Spoorloos, wilde hem als hoofdcameraman voor een meeslepende festivaldocumentaire à la Woodstock, dat in 1970 met zijn ‘lens flares’ en split screens wereldwijd een superhit werd. Met de driedubbel-lp compenseerde dat de financiële zeperd van Woodstock: maar weinig bezoekers hadden een kaartje gekocht voor het festival.

De Bont had ervaring met concertregistraties: hij was op tournee geweest met The Who, Eric Clapton en Neil Young. „Met Neil Young was ik maanden onderweg. Je was erbij op het podium en in de kleedkamer, je sliep bij hem thuis.”

Deze week gaat het digitaal opgefriste Stamping Ground in roulatie, de documentaire over het Kralingse festival van love, peace en naaktlopen waar het Nederlandse gedoogbeleid vorm kreeg. Alcohol werd niet verkocht, wiet, hasj en lsd des te meer. ‘Stillen’ van de politie lieten gebruikers ongemoeid.

De Bont beleefde de drie dagen als een adrenaline-roes: zijn taak was vijftien cameralieden te coördineren. Soms stal hij een paar uurtjes slaap in de trailer. „Maar ik vond het eigenlijk zonde te slapen”, zegt hij per telefoon vanuit Los Angeles. Het was keihard werken: filmrollen sjouwen, batterijen opladen, overleg over de beste plekken voor camera’s en licht.

De Bont: „Bedenk dat je in die tijd maar tien minuten onafgebroken kon filmen, dan moest er een nieuwe spoel op de camera. Je werkte op het podium met vijf tot acht camera’s die een paar minuten na elkaar begonnen, zodat je niks miste.” Coregisseur Hansjürgen Pohland, die op aandrang van een Duitse financier was ingehuurd, kwam zijn hotelkamer nauwelijks uit, Sluizer en De Bont deden het werk. Sluizer vooral backstage, De Bont op het podium, waar hij met walkietalkie zijn cameralieden coördineerde.

„In feite draaiden we drie films”, vertelt De Bont. „Backstage, podium, publiek. Op het podium werd je een soort bandlid, ze vergaten je. Er voer een heilig vuur in muzikanten bij zo’n enorm publiek. Een nummer van drie minuten duurde zomaar twaalf minuten. Pink Floyd speelde zelfs de hele nacht door. Iedereen raakte in een soort trance, band, publiek en muziek werden één. Absolute magie! Die zonsopgang vergeet ik nooit.”

Het licht was wel een probleem. „Lichtgevoelige film was nog niet erg gevoelig, ik bemoeide me dus intensief met de lichtshow. Het was ook lastig het publiek uit te lichten. We hadden niet zoveel mensen verwacht, maar je wilt niet alleen de voorste rijen in het licht, dan spelen de muzikanten voor een zwart gat. Dat werd improviseren.”

De Bont had ook ‘een soort clapperboard’ uitgevonden zodat je op alle camera’s de exacte tijd zag; ook het geluid volgde die tijdcode. „Dat was uniek toen. Normaliter gebruikte je vier, vijf camera’s voor de actie op het podium en film je ergens anders publiek. Maar dan zie je dat ze op iets anders dansen. Hier kon je echt laten zien hoe de mensen op de muziek reageren.”

Lees ook een achtergrondstuk over ‘Kralingen’: Een sprookje dat drie dagen houdbaar was

Helaas maakte Stamping Ground ogenschijnlijk pover gebruik van De Bonts innovatie: ook daar danst publiek niet op de muziek die je hoort. George Sluizer, die in 2014 overleed, weet dat in een interview aan „schimmige constructies”. Er waren Canadese, Duitse en Nederlandse geldschieters, zij lieten de film in Londen en Duitsland monteren door editors die vermoedelijk niet op de hoogte waren van De Bonts handige ‘clapper board’. Gevolg was een rommelige maar sfeervolle tijdscapsule van anderhalf uur met bloot, joints en tenenkrommende, inmiddels weer verwijderde, folklore van land, lucht en windmolens uit de documentaire Sky Over Holland.

De première in het Amsterdamse Cinéac was volgens Sluizer een debacle: het vier track-geluid bleek verspild aan Cinéacs mono: „een armetierige geluidsinstallatie uit 1929”. Liefdeloos gelanceerd, flopte Stamping Ground in Nederland. Omdat de buitenlandse rechten niet waren geregeld bleven de schuldeisers van het Holland Pop Festival achter met een strop van zeven ton. Ook hier betaalde ruim de helft van de bezoekers geen entree.

De Bont bevestigt dat hij na het festival honderden filmrollen in gijzeling heeft gehouden: de opnames van de slotdag. De Bont: „Er was opeens geen geld voor de crew, met allerlei vage smoezen. Ik had ervaring met malafide producers, dus ik zei: ‘Nou, dan hou ik de film maar.’ Na een paar uur kwamen ze over de brug.”

Daarmee was voor hem de kous af: De Bont miste de première. Na het Kralingse Bos raakte alles in een stroomversnelling: hij ontmoette Paul Verhoeven en schoot diens debuut Wat Zien Ik? (2,36 miljoen bezoekers in 1971); er zouden nog vijf Verhoevens volgen tot Basic Instinct. In datzelfde jaar filmde De Bont Nederlands eerste filmerectie in softpornokraker Blue Movie en voer hij wekenlang de Amazone af op een boot met kippen, geiten en een koe voor de opname van George Sluizers film João en het mes.

Zijn gloriedagen in Hollywood lagen nog ver in de toekomst, maar de periode rond het Kralingse Bos ziet De Bont als de meest opwindende van zijn leven. „Aan die tijd ontleende ik de bravoure en het zelfvertrouwen dat ik in Hollywood kon slagen. De halve wereld kwam toen op de Dam of in het Vondelpark slapen want in Nederland gebeurde iets unieks. Voor 1965 was er niet echt een Nederlandse film, wij vonden aansluiting bij de nouvelle vague en even later kwam François Truffaut of Martin Scorsese uit nieuwsgierigheid naar ons toe. Er hing een positieve, wilde energie in de lucht. Voor mij kwam alles samen in het Kralingse Bos.”

Een veld vol Nederlandse hippies bij de Kralingse Plas, 1970.

Foto Anefo

Op Stamping Ground zie je ook goed hoe wit Nederland toen was, vervolgt De Bont. „Het was een heel Nederlandse, witte respons op wat er elders in de wereld gebeurde, ook dat maakt het uniek. Nu is de wereld multicultureel en met elkaar verbonden, daarom in zekere zin ook uniformer. Een ‘magisch centrum’ krijg je niet snel weer. Ik vind Stamping Ground enorm interessant als historisch en sociaal document.”