Opinie

Maar

Marcel van Roosmalen

Ik stond bij de Geldmaat in de Dorpsstraat toen een vrouw met haar fiets half slippend op me inreed, roepend: „Wormer is wel mooi!” Ik moet geschrokken om me heen hebben gekeken, maar het was toch echt voor mij bedoeld. Ik trek het dorp met alle liefde graag uit z’n verband, maar ergens onderweg moest ze zich heel erg aan me gestoord hebben.

Het is met Wormer net als met andere plekken: het is maar waar je naar kijkt. En waarvan je houdt. Ik ben een kind van de Veluwe, een bomenman, maar die staan hier niet, tenminste niet in groepsverband.

Ze herhaalde: „Wormer is wel mooi!”

Het geld kwam gelukkig al uit de gele automaat.

„En als je wat vaker zou lachen, zou je hier ook vaker een leuk praatje hebben.”

Het ging opeens over de vorm, het was voor iedereen prettiger als ik zichtbaar probeerde te genieten van het grote niets, ook als ik er niet van genoot.

Uit een van haar fietstassen stak een bos gladiolen.

„Bovenste topje eruit trekken”, zei ik, dat wist ik dan nog uit de tijd dat ik in Nijmegen woonde, een stad waar de gladiool meer is dan zomaar een bloem. „Dan komt de rest beter tot z’n recht.”

Daar had ik dan mijn leuke praatje, of ik erop zat te wachten of niet.

Ze vroeg of ik op televisie nog naar ‘Derksen’ had gekeken, nog voor ik iets kon zeggen kwam de eigen mening die begon met ‘ik ben geen racist’.

Toevallig had ik een paar dagen eerder de aantekeningen teruggelezen die ik maakte toen ik als beginnend verslaggever Pim Fortuyn volgde tijdens diens verkiezingscampagne. Een bijeenkomst van Leefbaar Rotterdam in Woudestein, het stadion van Excelsior, waar iedereen die ik aansprak zijn antwoord begon met ‘ik ben geen racist, maar…’

Ik realiseerde me opeens dat we er bijna twintig jaar over hebben gedaan om het woordje ‘maar’ te verliezen.

Ik keek de vrouw aan, er kwam geen ‘maar’.

Rijd me over tien jaar nog maar eens van m’n sokken, dacht ik, dan zie ik die afzichtelijke nieuwbouw niet meer, dan kijk ik dwars door die parkeergarage achter de Vomar heen en zie ik nestelende vogels in het veld. Dan ben ik een van jullie, misschien dat ik dan bij de fanfare zit en speelt een van mijn dochters bij korfbalvereniging Groen Geel.

Ze stapte weer op haar fiets, ze was blij dat ze gezegd had dat Wormer wel mooi is.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.