Opinie

Het zonnepaneel dat als boemerang werkt

Menno Tamminga

Het woei niet hard, de zon scheen weldadig en langs de bomenrij kregen we onverwacht onze bestemming al in zicht. Een windturbine. Nee, niet de turbine zelf was het doel, maar de stad aan de voet daarvan. Zoals je ooit vanuit de verte aan de kerktorens kon zien dat je een stad naderde, zo zie je dat nu soms aan de windmolens.

Dan heeft de kerk toch mijn voorkeur.

Of zijn die windmolens het volgende industriële erfgoed? Afgelopen week beschreef collega Hester van Santen in een onthullend verhaal de keuzes die regionale bestuurders maken voor het opwekken van groene energie. Nederland is bij de uitvoering van het klimaatakkoord verdeeld in dertig energieregio’s. De meeste van hun plannen zijn gereed.

Lees ook:Windmolenparken? Dan veel liever zonnepanelen

Op hoofdlijnen is dit het beeld. Grote windparken op land zijn uit de mode. Zonnepanelen op woning- en bedrijfsdaken zijn in, evenals de grootschalige aanleg van zonneparken.

Zo zie je in het landschap de prioriteiten van de gemeenschap verschuiven. Van God en de kerk, naar energie en werk. Eerst de verrommeling, met elke boer zijn eigen windmolen. Toen de ‘verdozing’, met elke gemeente zijn eigen distributiecentrum. Wat volgt? De ‘verzonning’, met elke gemeente zijn eigen zonneakkers. En de ‘hiepers’ à la Zeewolde, dat plannen heeft voor een hyperscale datacentrum voor een Amerikaanse multinational die daar gesubsidieerde groene stroom kan afnemen.

Nederland was populair bij Amerikaanse techbedrijven om zijn lucratieve belastingklimaat. Komt goedkope energie daar nu weer bij net als toen het aardgas gratis was in de vorige eeuw? Het ministerie dat Nederland als vestigingsplaats promoot is ook verantwoordelijk voor groene politiek. Economische Zaken en Klimaat.

Maar je mag toch hopen dat Nederland leergeld heeft betaald met de industriële energieslurpers uit het verleden, type aluminiumsmelters. Giga energieverbruik, weinig banen.

Het verlangen van regionale bestuurders naar zonneparken heeft een onverbiddelijke logica. Welke oplossing zoeken mensen die wel de lasten van de investeringsplannen krijgen (boze burgers), maar niet de lusten (lagere prijzen door die investering)? Hún optimale uitkomst: draagvlak. Zeg maar: Wij van WC-eend kiezen WC-eend.

De steeds grotere windturbines laten zich gemakkelijk visualiseren, met draaiende wieken en al. Oppositie verzekerd. Maar een nieuw zonnepark? Hoe zien de buren dat? En een fietser die door kilometerslange rijen zonnepanelen rijdt?

De voorkeur mag dan logisch zijn, de uitkomst heeft, naast de landschappelijke schade, nog een nadeel: hij is duurder. Windturbines zijn efficiënter dan de zonneweides. Verder moeten de netbeheerders, zoals Liander, Stedin en Enexis, grotere investeringen doen om die extra zonnestroom bij hun klanten te krijgen. En ze móéten al voor miljarden investeren.

Voor de financiering daarvan komen drie categorieën in aanmerking. Beleggers. De gemeentelijke en provinciale aandeelhouders van de netbedrijven. En burgers en bedrijven. In de leningen van beleggers zit geen rek. Voor de aandeelhouders zijn de netbeheerders vooral een inkomstenbron: hun dividend stroomt naar de begrotingen. Waar halen ze het geld vandaan om er extra kapitaal in te steken?

Bedrijven en burgers zullen moeten betalen. Of worden sommige bedrijven gematst, omdat ze voor banen zorgen?

De regionale energieplanners hebben het met hun keuzes zelf duurder gemaakt, kunt u tegenwerpen. Die moeten toch ook betalen? Ja, logisch. Hun keuzes komen als een boemerang terug: een gratis draagvlak bestaat niet.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.