Necrologie

Fascismekenner uit ervaring werd activist

Zeev Sternhell (1935-2020) Hij verloor zijn familie in de Holocaust. In Israël werd hij autoriteit over de wortels van het fascisme en steunde hij later ‘de Palestijnse zaak’.

Zeev Sternhell in 2008
Zeev Sternhell in 2008 Foto Thomas Coex/AFP

In zijn jeugd ondervond hij het fascisme in al zijn rauwheid, in zijn laatste levensjaren ontwaarde hij ook in het gestadig verrechtsende Israël tendensen die hem aan opkomend fascisme deden denken. Het was een ontluisterende constatering voor de zondag op 85-jarige leeftijd overleden Israëlische historicus, politicoloog en vredesactivist Zeev Sternhell, die gold als een groot kenner van het Europese fascisme en zijn historische wortels.

Bekendheid verwierf hij ook als lid van de vredesbeweging in Israël. Die betoogt dat de Palestijnen recht hebben op een volwaardige eigen staat en verzet zich tegen het almaar toenemende aantal joodse nederzettingen in bezet gebied. Sternhell was zeer actief in de Vrede Nu-beweging. Zijn uitgesproken opvattingen kwamen hem in 2008 te staan op een aanslag door een extreemrechtse joodse activist met een staafbom bij zijn huis, waarbij hij gewond raakte.

„Leiders hebben hier geen ideologisch of intellectueel antwoord op mensen die de principes van onze democratische rechtsstaat schenden”, waarschuwde hij in een interview met NRC, kort na de aanslag. „Dit kan leiden tot het einde van onze democratische verworvenheden.”

Hij werd in 1935 in het Poolse Przemysl geboren. In ’39 viel nazi-Duitsland Polen binnen. Moeder en zus werden door de nazi’s vermoord. Hij overleefde doordat een oom en tante met hulp van niet-joodse Polen een ontsnapping voor hem arrangeerden vanuit het getto. Hij overleefde als ‘katholiek’. Na de oorlog werd hij gedoopt en werkte hij kortstondig als misdienaar in de kathedraal van Krakau.

Lees ook: Bas Heijne over Zeev Sternhell en diens studie ‘Les anti-Lumières’ (2006)

In 1946 belandde hij via het Rode Kruis in Frankrijk. Vijf jaar later vertrok hij, overtuigd zionist, naar Israël. Als historicus en politiek wetenschapper verdiepte hij zich na zijn studie in Jeruzalem en Parijs in de wortels van het fascisme in Frankrijk. Dat stond volgens hem aan de wieg van die stroming in veel andere Europese landen. Toonaangevende Franse intellectuelen raakten al sinds het begin van de 19de eeuw steeds meer in de ban van het fascistische gedachtengoed. Als hoogleraar aan Hebrew University in Jeruzalem was hij veeleisend voor zijn studenten maar ook behulpzaam.

Als soldaat en later reservist vocht hij mee in vier oorlogen. 'Geleidelijk aan kwam hij tot de overtuiging dat Israël sinds de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en Gaza in 1967 steeds meer was ontspoord, in het bijzonder door het toestaan van joodse nederzettingen daar. De nederzettingen omschreef hij als „een kankergezwel” in de samenleving. In Israël was het nationalisme doorgeslagen, stelde hij in 2008. „In mijn ogen”, betoogde hij in de krant , „is nationalisme dat niet de nationale rechten van anderen respecteert een gevaarlijk nationalisme. Dat is waarom ik denk dat de tijd dringt.”In 2014 werd hem door de krant Haaretz gevraagd of hij tekenen van fascisme bespeurde in Israël. Met pijn in het hart antwoordde de holocaustoverlevende: „De Israëlische democratie erodeert, en de tekenen (van opkomend fascisme) bestaan.”