Analyse

Eerste Kamer neemt een unieke motie van afkeuring aan

Eerste Kamer Een staatsrechtelijk unicum in de senaat: een motie van afkeuring over de huurstop. Toch wil minister Ollongren niet aftreden.

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) tijdens de stemming over een motie van afkeuring die de SP samen met andere oppositiepartijen heeft ingediend.
Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) tijdens de stemming over een motie van afkeuring die de SP samen met andere oppositiepartijen heeft ingediend. Foto Bart Maat/ANP

Voor het eerst sinds 1875 heeft de Eerste Kamer een motie van afkeuring aangenomen. Een meerderheid van de 75 senatoren stemde in met een motie van afkeuring tegen minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66), een zeldzame noodgreep in het bestaan van de senaat.

Twee keer had Ollongren de afgelopen maanden een motie van de Eerste Kamer naast zich neergelegd, waarin zij werd opgeroepen alle huren per 1 juli te bevriezen. Het was een initiatief van SP-senator Tiny Kox, de nestor van de Eerste Kamer, die zo de huurders wilde beschermen tegen de economische dreun van de coronacrisis. Ollongren wilde er niet aan: één totale huurstop voor alle 3,3 miljoen huurders ging haar te ver.

De senaat dacht daar anders over en strafte het uitblijven van actie dinsdagmiddag af met een nieuwe motie, eentje van afkeuring. Die kreeg in een volle Ridderzaal steun van 39 van de 75 senatoren. Alleen de 36 senatoren van de vier coalitiepartijen, de SGP en de Groep Otten bleven achter de minister staan.

Vooralsnog weet niemand hoe het nu verder gaat: Ollongren niet, haar ambtenaren niet, de Eerste Kamer evenmin.

Een motie van wantrouwen is helder: wie die om de oren krijgt, kan in feite niet anders dan opstappen. Zo expliciet is een motie van afkeuring niet – en daar begint de onduidelijkheid. „De betekenis ligt helemaal aan de lading die het kabinet en de bewindspersoon aan zo’n motie geven”, zegt Bert van den Braak, bijzonder hoogleraar parlementaire geschiedenis en stelsel aan Universiteit Maastricht. „Voel je je nog voldoende gesteund, dat is de onderliggende vraag.”

Opstappen wil Ollongren niet. De minister vindt dat ze wel degelijk voor huurders opkomt, bijvoorbeeld door tijdelijke huurverlagingen mogelijk te maken. De aangenomen motie van afkeuring ziet ze als „een aanmoediging om op de ingeslagen weg door te gaan”, zei ze dinsdag na de stemming.

Ook van de oppositie hoeft Ollongren niet te vertrekken, zegt Kox. Maar dan moet ze wel in actie komen: „De minister moet doen wat de Kamer wil. En als de minister het niet wil doen, moet het kabinet het doen.” Hij wil uiterlijk maandag een reactie van premier Mark Rutte (VVD). Die zal Ollongrens positie niet ter discussie stellen, en het is de vraag of het kabinet bereid is andere toezeggingen te doen.

Politiek is nooit ver weg

Wat wel te voorspellen is: hernieuwde discussie over de positie van de Eerste Kamer zélf. De grens tussen wetten toetsen en politiek bedrijven is altijd rafelig, net als de verhouding tussen de Eerste de Tweede Kamer. Sinds de coalitie de meerderheid in de senaat is kwijtgeraakt en de senatorenbankjes aan oppositiezijde gevuld worden door uitgesproken fractieleiders als Paul Cliteur (FVD) en Mei Li Vos (PvdA), is dat alleen maar zichtbaarder geworden.

Politiek is daarbij nooit ver weg. Forum voor Democratie heeft weinig op met de Eerste Kamer en Cliteur sprak openlijk zijn twijfels uit over de huurstop. Maar hij vreesde „de bijl aan de wortel van de verhouding tussen Kamer en kabinet” als Ollongren de senaat zou blijven negeren, zei hij.

Uit de coalitiefracties klonk een tegengesteld geluid. Zij schaarden zich dinsdag niet alleen pal achter Ollongren, ze wierpen zich ook op als hoeders van de senaat. „Wij zijn er om buiten de hectiek van alledag wetten te beoordelen, geen ministers”, zei VVD-senator Eric van der Burg. Hij verwoordde de vrees van meer coalitiesenatoren: een politieke Eerste Kamer is het laatste dat dit kabinet kan gebruiken.

Lees ook: Ineens gaat de senaat over rechts

Hoogleraar Van den Braak verbaasde zich ook over Kox’ initiatief. Helemaal omdat een motie van dezelfde strekking, ingediend door diens partijgenoot Sandra Beckerman, eerder nog sneuvelde in de Tweede Kamer. „Het was eigenlijk wachten op zo’n soort moment. Dat niet alleen het kabinet, maar ook een Tweede Kamermeerderheid tegenover een Eerste Kamermeerderheid staat. Staatsrechtelijk mag het allemaal, er is geen enkele regel die dit verbiedt. Maar je moet je wel afvragen of het wenselijk is.”

De coalitie bereidt inmiddels een nieuwe motie voor: een oproep om géén huurstop af te kondigen. In de Tweede Kamer weliswaar, waar Ollongren vermoedelijk wél op een meerderheid kan rekenen.

Lees ook: Ollongren botst met Eerste Kamer over de huren