Een sprookje dat drie dagen houdbaar was

‘Kralingen’ 50 jaar Waar Woodstock legendarisch werd door het live-album en de film die later uitkwamen, had de registratie van het festival van Kralingen niet dat effect.

Kralingen, 1970: „Er hing een grote wolk van wietdampen boven het festivalterrein.”
Kralingen, 1970: „Er hing een grote wolk van wietdampen boven het festivalterrein.” Foto Anefo

Dat er in de Rotterdamse wijk Kralingen op 26, 27 en 28 juni 1970 een ‘Nederlands Woodstock’ zou hebben plaatsgevonden werd niet door iedereen onderschreven. In Rolling Stone, sinds 1967 de internationale bijbel van de popcultuur, schreef een zekere Julie Smith dat het Holland Pop Festival vergeleken bij Amerikaanse festivals „onopvallend” was geweest. Twee dingen vond Smith opmerkelijk: The Byrds, in de VS allang uitgerangeerd als hitparadegroep en zeker geen spreekbuis van de tegencultuur, was de grootste publiekstrekker. En het festival werd gesponsord door Coca-Cola, synoniem voor het establishment en de consumptiemaatschappij.

Het Holland Pop Festival, in de volksmond kortweg ‘Kralingen’ genoemd vanwege de idyllische locatie aan de Kralingse Plas, had niettemin veel gemeen met Woodstock. Om te beginnen het programma: Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat en Country Joe hadden ook op Woodstock gestaan. Beide festivals werden verliesgevend nadat het publiek in grote aantallen zonder kaartje was binnengekomen.

Verschillen waren er evengoed. Woodstock kon bogen op megasterren als Jimi Hendrix en Janis Joplin. Kralingen was meer Europees gericht met Britse undergroundhelden als Soft Machine en Pink Floyd. Veel bezoekers herinneren zich het moment waarop de Engelse groep Mungo Jerry de zondagmiddag opluisterde met zonnige folkpop. Het publiek reageerde door met papieren bordjes te gooien; kenmerkend voor de vriendelijke sfeer die op het festival hing. Na Woodstock bewees ook Kralingen dat kon: tienduizenden hippies op een veld die zonder noemenswaardige calamiteiten zo’n tijdelijk dorp uit de grond konden stampen. ‘Stamping Ground’ van avant-gardecomponist Moondog werd het themanummer van Kralingen.

Er hing iets in de lucht, vertelden Kralingengangers achteraf. Was het de veelgeroemde Aquarian Age, die in 1967 werd aangekondigd in de musical Hair en die veranderingen op wereldschaal teweeg zou brengen? Historicus Peter Sijnke (69), co-auteur van het boek Kralingen, Holland Pop Festival 1970, denkt dat het festival eerder het eind van een tijdperk vertegenwoordigde. „De vrijgevochten jaren 60 waren in Nederland laat begonnen en hadden hun kern in de jaren 1965-’69. In de VS werd gesproken van een Woodstock Generation, maar van een generatie Kralingen was hier nooit sprake omdat het hippietijdperk in 1970 alweer op zijn eind liep.

Sijnke was als 19-jarige op Kralingen aanwezig en ervoer een sfeer van collectieve beleving. „Er hing een grote wolk van wietdampen boven het festivalterrein. De politie trad niet op tegen gebruikers of kleine dealers. Dat zou je kunnen zien als de voorbode van het huidige gedoogbeleid. Op het terrein werd een enquête gehouden, onder het motto ‘mogen we jullie een paar lullige vragen stellen?’ Daar werd later een sociologisch rapport uit samengesteld. Achteraf kun je zeggen dat het een feestje was van de babyboomers; de generatie van 1945-’55 waar ik zelf ook toe behoor. Veel van die mensen zijn redelijk goed terechtgekomen in de maatschappij.”

Voor muzikant Robert Jan Stips (70), nu van The Nits, was de herinnering aan zijn optreden met Supersister op Kralingen aanleiding om terug te blikken in een nieuw lied. „This is what life should be all about”, zingt hij in ‘The Festival Was On’, „lots of sunshine / lots of music played out loud […] The love we felt so strong / we were the new generation and the festival was on.” Van die droom bleef weinig over, vervolgt hij: „We were sure to make this world a better place / though the future proved us wrong.”

Robert Jan Stips denkt dat het hippiegedachtegoed tot op zekere hoogte intact is gebleven. „Ik denk dat de mensen die mijn generatie zo’n slechte naam bezorgd hebben niet op Kralingen waren. De idealen die we toen hadden duiken zo hier en daar nog op, overal waar onvrede, onmacht en onrecht ontstaan.”

Kralingen was het resultaat van pure bluf, meent Peter Sijnke. „De organisatoren hadden nog nauwelijks ervaring in het opzetten van zo’n groot evenement. Geen wonder dat het festival eindigde in een financiële strop. Bij Woodstock was dat niet anders, maar daar konden ze de verliezen compenseren met de opbrengsten van het live-album en de film die er laten van uitkwamen. Van Kralingen verscheen een bootleg op elpee, die leverde de organisatie niets op.”

Lees ook een interview met Jan de Bont over ‘Stamping Ground’

Bij Woodstock begon de internationale impact eigenlijk pas in 1970, toen de filmregistratie verscheen en de wereld kon meebeleven hoe Jimi Hendrix het Amerikaanse volkslied aan flarden speelde. Zo’n postume verspreiding van de festivallegende via de bioscoop is Kralingen nooit ten deel gevallen. De filmdocumentaire Stamping Ground werd maar beperkt vertoond. Pink Floyd kwam als de grote winnaar uit de bus. De band knoopte een zeer succesvolle carrière vast aan hun slotoptreden op Kralingen, waar ze het eerste zonlicht op maandagochtend begroetten met ‘Set the Controls for the Heart of the Sun’. Het programma liep toen al uren achter op schema.

Wat is er over van het idealisme, de pioniersgeest, de wijde blik uit die tijd? Concertorganisator in ruste Berry Visser doet er liever geen uitspraak over. „Idealisme is van alle tijden. Kralingen was een sprookje met een happy end en een houdbaarheid van drie dagen. Een mens moet altijd blijven dromen.”