De eenzaamheid van Johan Derksen

Tv-recensie Bij Veronica Inside deed Natacha Harlequin iets wat in een week Derksenpolemiek nog nauwelijks was gebeurd: ze stelde vragen.

Johan Derksen met Natacha Harlequin in Veronica Inside.
Johan Derksen met Natacha Harlequin in Veronica Inside. Beeld Veronica

Er zijn zinnen waarvan ik niet had verwacht dat ik ze nog eens zonder ironie op zou schrijven, zoals deze: dat was een interessante uitzending van Veronica Inside, maandagavond. Aanvankelijk leek het er trouwens niet op. Johan Derksen, sinds een week opgejaagd door kritiek en boycots na een vergelijking van rapper Akwasi en Zwarte Piet, begon met een mededeling. „Ik maak geen excuses, ik trek niet het boetekleed aan.” In plaats daarvan was Derksen gewoon in harnas gekomen.

Dat de (reclameloze) uitzending toch de moeite waard werd, kwam door de aanwezigheid van strafrechtadvocate Natacha Harlequin. De programmamakers hadden ingezien dat hun gebruikelijke recept van boutades en voetbalbabbels nu niet zou volstaan. Dit weekend waren presentator Wilfred Genee („Wij zijn een programma van amusement en lichtheid”) en stamgast René van der Gijp naar Derksen in Drenthe gereden om te overleggen, waarna besloten werd in het programma critici uit te nodigen.

Lees ook onze analyse: Derksen schopt tegen wie hij wil

Nu is Veronica Inside voor de meeste mensen de kantine van een onbekende voetbalclub waar je je aan de toog eerst in moet vechten. Het was dus even zoeken geweest. Uiteindelijk schoven oud-voetballer Dries Boussatta en Harlequin aan. „Ik vind het nu al een circusvoorstelling”, mopperde Derksen. Genee probeerde de stem der redelijkheid te vertolken: „Ga nou toch open, man!”

Boussatta voerde een hard debat met Derksen en Van der Gijp over onder meer de benadering van Marokkaanse voetballers in het programma. Van der Gijp probeerde aanvankelijk de aandacht op de versnaperingen op tafel te richten, maar kwam uiteindelijk met een opmerkelijk verhaal. Hij bekende dat zijn vriend en oud-ploeggenoot Ruud Gullit „emotioneel” (vast een eufemisme voor woedend) had geklaagd over Van der Gijps relativering van het racismeprobleem. „Daar heb je mijn moeder pijn mee gedaan”, had Gullit hem gezegd, iets waar ‘Gijp’ zichtbaar aangedaan door was.

‘Een tikje terug’

Maar Harlequin was degene die grote indruk maakte. Zij deed iets wat in een week Derksenpolemiek nog nauwelijks was gebeurd: ze stelde vragen. Dat Derksen herhaaldelijk verzekerde geen racist te zijn, nam ze voor kennisgeving aan; ze wilde weten wat hij dan wel bedoelde met zijn opmerking over Akwasi en Zwarte Piet. Derksen had zich gestoord aan Akwasi’s militante optredens en had hem ‘een tikje terug’ willen geven. Harlequin legde uit dat zoiets voor de ontvanger „een vuistslag op zijn huidskleur” was. Kon hij zich niet in een ander verplaatsen?

Daar stond de deur wagenwijd open. Derksen hoefde maar een kleine stap naar voren te doen, maar dat wilde of durfde hij niet. Hij zweeg.

Met engelengeduld bleef Harlequin vragen stellen. Ze legde uit dat praten over „die mensen” afstand schept, liet opmerkingen lopen waar ze zich over had kunnen opwinden („Is het beledigend voor jullie als ik zeg dat jullie erg overgevoelig zijn?”) en leidde de vermoeid ogende Derksen nog tweemaal naar de vraag of hij geen empathie kon tonen, tot en met de vraag: „Je bent toch geen onmens?”

Derksen volhardde in het benoemen van zijn eigen opinies en intenties. Afhankelijk van de empathie die je als kijker voor hem kunt opbrengen, kun je daarvoor verschillende verklaringen kiezen. Maar de eenzaamheid spatte ervan af.

Harlequins optreden legde de kern van de zaak bloot: het onvermogen om de pijn van de ander te erkennen. Dat fenomeen strekt zich uit tot ver buiten het racismedebat. We eisen empathie van anderen wanneer we zelf geen empathie kunnen opbrengen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.