Opinie

Bloemetje

Ellen Deckwitz

Dit weekend had ik een tuinfeest en het trending onderwerp aldaar (naast hoe je van je lockdownkilo’s af kan komen en waarnaar je op vakantie moet) was de beeldenstorm van de afgelopen week. Ik zal u niet vermoeien met de diverse standpunten, daar zijn we op social media de afgelopen dagen immers al genoeg mee doodgegooid, maar op een gegeven moment liep de discussie zo hoog op dat ik maar even in de voortuin ging zitten. Niet veel later kreeg ik gezelschap van een goede kennis, een bevlogen historica, die ook standbeeldmoe was.

„Het grappige is dat die hele toestand wel weer inspirerende kunst oplevert”, zei ze, en ze vertelde over beeldend kunstenaar Sarah van Sonsbeeck die plannen heeft om bij standbeelden van omstreden personen zo veel bloemen te leggen dat je het beeld zelf niet meer ziet.”

„Oeh, dat is slim zeg”, zei ik handenwrijvend, „zo geef je zowel voor- als tegenstanders van die beelden hun zin. En je kan het tegelijkertijd opvatten als zowel een eerbewijs aan het verleden als het verdoezelen van gevoelige geschiedenis.”

Ik zag het al helemaal voor me: na de Rozenoorlogen en de Anjerrevolutie kregen we nu de grote Boekettenstort. Het mooiste was nog wel de dubbelzinnigheid. Een standbeeld onder de bloemen bedelven, verwijdert iets dat voor sommigen aanstootgevend is uit het straatbeeld maar laat het tegelijkertijd stralen door afwezigheid.

„En het mooiste”, zei de kennis, „is dat men daardoor hopelijk zal inzien dat het niet gaat om weghalen of juist eer bewijzen, maar om hoe moeilijk we het hebben met beeldvorming, met duiding. In alle discussies van de afgelopen weken lijkt het of men nu voor eens en altijd een standpunt wil innemen ten opzichte van het verleden, zonder acht te slaan op de tijdelijkheid van die mening.”

‘Tijdelijk of niet”, mompelde ik, „het grijpt mensen enorm aan, dus ik weet niet of je dat überhaupt mag relativeren.”

„Dat is juist het mooie aan dat plan om die beelden met bossen bloemen te bedekken. Het is een grote pleister voor wat zich, wat we ook zeggen of doen, niet verbinden laat”, juichte ze. „Een mantel der liefde van blaadjes en dorens, een twistpunt bedolven onder de goede bedoelingen, die dan langzamerhand mogen verwelken in de hete juni-zon. Zodat we in de tussentijd een manier kunnen vinden om wél in gesprek te gaan met elkaar. Over het jammere feit dat we onderling verschillen, en hoe je daardoor soms niet meer weet hoe je als samenleving door moet met elkaar. Dan is zo’n berg bloemen een vreedzame time-out.”

„En ook nog eens goed voor de sierteelt”, gniffelde ik.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.