‘Applaus voor de zorg is niet genoeg’

Salaris zorgpersoneel Een motie voor structureel hogere salarissen voor zorgmedewerkers is tot hun frustratie wederom afgewezen.

PvdA-leider Lodewijk Asscher staat tussen zorgverleners die bij de Tweede Kamer demonstreren.
PvdA-leider Lodewijk Asscher staat tussen zorgverleners die bij de Tweede Kamer demonstreren. Foto Bart Maat/ ANP

Operatieassistent Anja van Dijk voelt zich „totaal niet gesteund door de politiek”. Ze demonstreert deze dinsdag bij de Tweede Kamer. Van Dijk heeft politici tijdens de coronacrisis vaak horen zeggen dat ze een cruciaal beroep heeft, maar merkt nog weinig verandering. „Het applaus is hartverwarmend, maar daar kun je geen hypotheek mee betalen”.

Een paar uur later stemt de Tweede Kamer voor de derde keer in drie weken over een motie van de PvdA en de SP die het kabinet oproept werk te maken van „structurele waardering” voor zorgverleners, waaronder een beter salaris. De motie wordt in een hoofdelijke stemming verworpen: 71 oppositiestemmen voor, 73 van de coalitie tegen.

De stemming kende een bizar moment toen mede-indiener Asscher niet op zijn stoel zat toen hij de beurt had, maar achterin de zaal stond. Daardoor was zijn stem niet geldig. Extra pijnlijk was dat de PvdA-leider voor de stemming de Kamerleden van de oppositie op de radio nog had gemaand op tijd te zijn. Gelukkig voor Asscher was de motie ook met zijn stem verworpen geweest. „Ontzettend stom dat door mijn eigen fout mijn stem niet telde”, twitterde hij na afloop.

Hoewel in meerdere zorg-cao’s vorig jaar hogere lonen werden afgesproken, voelen zorgverleners zich nog te weinig gewaardeerd, bleek dinsdag nog uit een enqûete van vakbond NU’91 waarin vier op de tien medewerkers dreigt de zorg te verlaten. Er is frustratie over tal van zaken. Deelnemers aan de manifestatie bij de Kamer noemen de bonus voor het zorgpersoneel, die nog niet is uitgekeerd terwijl de Kamer zich er in maart unaniem voor uitsprak. Ook is er het gevoel dat veel andere sectoren wel snel geholpen zijn. „4 miljard voor KLM, 650.000 voor de landbouw, applaus voor de zorg”, staat er op een protestbord.

Het zijn geen vrolijke berichten voor het kabinet. Maar vanuit de coalitie klinkt de klacht dat de motie van de oppositie een „ongedekte cheque” is: het kabinet heeft zich door de coronacrisis al enorm in de schulden moeten steken en kan niet zomaar structureel hogere salarissen beloven. De onderhandelingen over de begroting van volgend jaar beginnen pas deze zomer. Het CDA vindt bovendien dat de Kamer hierin terughoudend moet zijn, zegt Kamerlid Joba van den Berg. „De Tweede Kamer beslist niet over de arbeidsvoorwaarden, dat ligt echt op de cao-tafel.”

Onzin, vindt SP-leider Lilian Marijnissen. Ze roept in herinnering dat dit kabinet er eerder voor koos om de lerarensalarissen extra te verhogen. Marijnissen vindt het „kwalijk” dat de coalitie de indruk wil wekken dat een beter salaris niet snel geregeld kan worden. „Tijdens deze coronacrisis hebben we gezien dat we op alles kunnen ingrijpen, zeker in de zorg.”

Of en hoeveel de salarissen in de zorg volgend jaar stijgen hangt van meerdere factoren af. Ten eerste kent de rijksbegroting de systematiek dat de lonen bij de overheidswerkgevers meebewegen met die in de markt. Dat is potentieel slecht nieuws voor de zorg, want het Centraal Planbureau moest eerder deze maand de prognose van de loongroei voor volgend jaar bijstellen door de verwachte recessie.

Concreet betekent dit dat de overheid minder budget beschikbaar heeft voor de onderhandelingen over nieuwe cao’s in de zorgsector, die later dit jaar beginnen. Het kabinet kan van dat automatisme afwijken, zegt een woordvoerder van het CPB. „Het kan beslissen om meer middelen aan een ministerie te geven om zo een hogere loonontwikkeling te bereiken.”

Daarmee gaat het uiteindelijk om politieke wil, zegt GroenLinks-leider Jesse Klaver. Hij wil alvast „het signaal” aan het kabinet afgeven dat GroenLinks de zorgbegroting dit najaar niet kan steunen als er voor volgend jaar niet structureel extra geld voor de lonen bij komt. Voor de verhoudingen in de Eerste Kamer is dat van belang, want het kabinet is daar afhankelijk van de steun van de oppositie.

Het ministerie van Volksgezondheid laat weten dat voor de zomer duidelijkheid moet komen over de bonus voor zorgpersoneel. Over een structurele loonstijging tempert het ministerie de verwachtingen. „Dan spreek je al gauw over extra structurele uitgaven van meerdere miljarden. De vraag is hoe en ten laste waarvan deze uitgaven gefinancierd kunnen worden, wetend dat er een economische krimp van naar verwachting 6 procent aan zit te komen.”