‘Alarmsignalen bij Thijs H. werden gemist’

Strafzaak Hulpverleners hebben de psychische toestand van Thijs H. verkeerd ingeschat, vindt het Pieter Baan Centrum. Ook de nabestaanden van zijn slachtoffers kwamen aan het woord.

Phil Boonen (l.), advocaat van de nabestaanden van de Heerlense slachtoffers van Thijs H. en advocaat Sebas Diekstra arriveren bij de rechtbank in Maastricht voor de strafzaak tegen Thijs H.
Phil Boonen (l.), advocaat van de nabestaanden van de Heerlense slachtoffers van Thijs H. en advocaat Sebas Diekstra arriveren bij de rechtbank in Maastricht voor de strafzaak tegen Thijs H. Foto Marcel van Hoorn/ANP

De psychische toestand van moordverdachte Thijs H. werd verkeerd ingeschat. Ook werd hij niet op de juiste wijze behandeld voor zijn problemen. Dat zeiden twee deskundigen van het Pieter Baan Centrum, die de 28-jarige H. na zijn fatale daden in mei 2019 onderzochten, dinsdag tijdens de strafzaak tegen hem voor de rechtbank in Maastricht.

H. doodde op 4 mei een vrouw die haar hond uitliet in de Scheveningse Bosjes in Den Haag. Drie dagen later werden op de Brunssumerheide bij Heerlen een 63-jarige vrouw en een 68-jarige man uit die plaats het slachtoffer.

H. heeft bekend. Hij zou destijds een psychose hebben gehad waarbij „het systeem” hem onder meer via nummerborden, klokken, de tv en bekenden in codetaal opdrachten gaf. Volgens het Pieter Baan Centrum was hij ten tijde van de dodelijke steekpartijen ontoerekeningsvatbaar.

Lees ook: ‘Het systeem’ beval Thijs H. te doden

‘Meer dan een schreeuw om hulp’

Met name de Zuid-Limburgse GGZ-instelling Mondriaan maar ook andere hulpverleners herkenden „alarmsignalen” niet. Volgens psychiater Timon den Boer van het Pieter Baan Centrum (PBC) had H. moeten worden opgenomen. Zijn problemen, een mogelijke ADHD-stoornis, werden in plaats daarvan met medicijnen behandeld en er werd hulp op afstand gegeven.

H., die geregeld drugs gebruikte, hield veel voor zichzelf. Maar de zorgen van zijn ouders, een eerdere psychose, een incident waarbij hij zijn zwager verdacht van moordplannen tegen hem in september 2018, een bijna geslaagde suïcidepoging („meer dan een schreeuw om hulp”) twee maanden later en H.’s „oninvoelbaar” uit de ogen kijken hadden aanleiding moeten zijn voor drastischere maatregelen. „In plaats daarvan verdween de rode vlag naar de achtergrond.”

Het Openbaar Ministerie maakte in een eerder stadium al duidelijk te twijfelen aan de ontoerekeningsvatbaarheid van H. Het OM stelde dinsdag ook veel vragen aan de deskundigen van het PBC.

‘Seriemoordenaar, monster’

Tijdens de zitting van dinsdag mochten de nabestaanden van de drie slachtoffers gebruik maken van hun spreekrecht.

De nabestaanden van de 63-jarige Heerlense die op 7 mei werd gedood noemden H. „een seriemoordenaar”. Haar echtgenoot zei huilend dat „alles is kapotgemaakt zonder enige aanleiding. Daar heb jij monster, idioot, voor gezorgd.” De tweelingzus van het slachtoffer eiste dat H. haar aankeek, wat hij vervolgens deed. Ze hield een doosje met as omhoog en riep: „Diny zit hier in een blikje. Dankjewel! Deze man mag nooit meer vrij rondlopen.”

De dochter van de Heerlense had haar verklaring vooraf laten opnemen. De gebeurtenissen en het moeten identificeren van het slachtoffer bezorgden haar een posttraumatische stressstoornis en pleinvrees. Zij denkt dat H. doet alsof hij een psychose had en zei te hopen op een straf die ervoor zorgt dat hij nooit meer vrijkomt. „Laat de dood van mijn moeder niet voor niets zijn.”

‘Ik vraag niet om wraak’

De echtgenote van de 68-jarige Heerlenaar, die ook op de Brunssumerheide werd doodgestoken, liet haar verklaring voorlezen door haar advocaat. Ze stond stil bij het verlies en voegde daaraan toe dat ze niet om wraak vroeg. „Want wraak kan nooit groter zijn dan de liefde. En jij”, liet ze doelend op Thijs H. weten, „moet hier elke dag mee leven.”

Ook de echtgenoot van de in Den Haag gedode vrouw sprak bij monde van zijn advocaat. Hij lijdt onder „de onbeschrijfelijke pijn. Alles wat ik ooit wilde, was oud met haar worden.”

De verdachte H. huilde tijdens een deel van de verklaringen. Hij herhaalde dat het hem „verschrikkelijk spijt”. H. hoopt dat het proces de nabestaanden een vorm van genoegdoening kan geven.

De rechtszaak gaat volgende week dinsdag verder met de strafeis van het Openbaar Ministerie en het pleidooi van H.’s advocaat.