Wie geloof jij nog in deze crisis?

Pandemiepost Hoe beleven mensen de coronacrisis in hun eigen land? In de tweede aflevering van de serie Pandemiepost vroegen onze correspondenten en verslaggevers: welke informatiebronnen vertrouw jij nog?

Robert Ochola praat met zijn buren vlakbij hun huis in de sloppenwijk van Ziwani.
Robert Ochola praat met zijn buren vlakbij hun huis in de sloppenwijk van Ziwani. Foto Tobin Jones

Het coronavirus raakt alle wereldburgers, maar niet iedereen even hard. Om de impact van de pandemie te laten zien, volgen correspondenten en verslaggevers van NRC iemand in hun regio. Hun bijzondere verhalen leest u in de serie Pandemiepost.

De serie werd afgetrapt met de vraag: hoe lang kun jij het in deze crisis nog uitzingen? Die kunt u hier lezen. Voor deze tweede aflevering vroegen we: wie geloof jij nog in deze crisis? Lees hieronder hun 11 verhalen.

Cindy Guo - dataspecialist in Hangzhou, China

‘Geloof in kritische burgerjournalisten’

„De overheid zei eerst dat het allemaal niet zo erg was in Wuhan. Wij wisten wel beter”, zegt Cindy Guo, die werkt voor een databedrijf in de Oost-Chinese stad Hangzhou. Toen eind december de eerste berichten verschenen dat er een mysterieuze, nieuwe longziekte rondwaarde in de centraal-Chinese stad Wuhan, bleef dat voor Guo niet lang geheim.

„In januari kregen we via sociale media heel veel filmpjes en berichten binnen die ons steeds ongeruster maakten.” Op dat moment ontkende de Chinese overheid de ernst van de situatie nog. De eerste helft van januari werd geen enkele nieuwe besmetting gemeld, bovenop de 43 gevallen die al eerder bekend waren. Pas op 20 januari gaf de overheid toe dat de ziekte ook van mens op mens overdraagbaar was.

„Van wat we zagen op de sociale media, kregen we een heel ander beeld. ” Guo keek naar de verslaggeving van burgerjournalisten, maar ze las vooral de posts op sociale media van de 65-jarige schrijfster Fang Fang. Zij zat 76 dagen in quarantaine in Wuhan en maakte in China furore met haar vaak kritische notities uit de afgesloten stad.

„Zij heeft gewerkt als journalist en ze woont al heel lang in Wuhan. Daarom geloofde ik wat ze ons vertelde. Ik denk niet dat ze zomaar valse geruchten zou verspreiden”, zegt Guo. Fang Fangs posts werden regelmatig door de censor verwijderd. „Maar dan had ik ze vaak al gelezen”, zegt Guo.

„Het is nu anders dan met sars in 2003. We hebben allemaal mobiele telefoons, iedereen zit in vriendenkringen op sociale media. We weten het daardoor meteen als er in Wuhan iets vreemds aan de hand is.”

Inmiddels is haar vertrouwen in de overheid over de epidemie hersteld. „Sinds Beijing zich ermee is gaan bemoeien, is de situatie onder controle gekomen. Je kunt precies volgen hoeveel mensen er in Hangzhou zijn besmet, en wat de regels. Daar ben ik heel blij mee.”

Is ze boos dat de overheid de werkelijke situatie zolang verdoezelde?? Guo laat een lange stilte vallen. „De centrale overheid heeft niets verkeerd gedaan. Bestuurders van de plaatselijke overheid van Wuhan en van de provincie Hubei hebben het nieuws wel te lang weggemoffeld. Die maakten fouten. Maar toen de centrale overheid zich er eenmaal mee ging bemoeien, hebben ze de situatie goed onder controle gebracht. Ook bij ons in Hangzhou. Dat hebben ze goed gedaan.”

Garrie van Pinxteren


Eduardo Muñoz - bierverkoper in Madrid, Spanje

‘Als ik het zelf hoor, dan kan ik mijn eigen conclusies trekken’

Veel geloof heeft Eduardo Muñoz niet in de objectiviteit van de Spaanse media. De informatie over de coronacrisis probeert hij zo dicht mogelijk bij de bron te halen. Dus kijkt Muñoz, die werkt als online biervekoper, het liefst naar persconferenties van socialistische premier Pedro Sánchez of die van epidemioloog Fernando Simón. „Als ik het zelf hoor, dan kan ik mijn eigen conclusies treken”, zegt hij via een videogesprek. „Ik vertrouw de analyses van de meeste media gewoon niet.”

Het Spaanse medialandschap is bijna net zo gepolariseerd als de politiek. Commerciële televisie wordt net als de nationale kranten voor een ‘links’ en ‘rechts’ publiek gemaakt. In de ogen van Muñoz zou de publieke omroep er moeten zijn voor de neutrale kijker. Maar dat is volgens hem amper het geval. „De publieke televisie en radio zijn niet ingericht als de onafhankelijke staatsmedia die ze zouden moeten zijn. De politiek gebruikt ze als instrument om hun boodschap uit te dragen. Al doet ‘rechts’ dat veel sterker dan ‘links’. De informatie is nu vrij vlak. Het ontbreekt aan diepgang.”

Als Muñoz zelf op zoek gaat naar het verhaal achter het nieuws, kiest hij doorgaans voor een links georiënteerd medium als Público of La Vanguardia. „De informatie die zij brengen is meestal correct”, stelt de Spanjaard, die opgroeide in de linkse arbeidersbuurt Vallecas. De tijd dat El País als ‘linkse kwaliteitskrant van Spanje’ het politieke debat bepaalde is volgens Muñoz voorbij. „Ze zijn in handen van het bedrijfsleven gekomen. Hun analyses zijn niet meer geloofwaardig.”

Lees ook: deel 1 uit deze serie over hoe de crisis de panelleden financieel raakt

De rol van Spaanse media en hun invloed op de publieke opinie is volgens Muñoz veranderd. „Werden ze voorheen als wapen van de politiek gebruikt, nu profileert populistisch rechts zich juist door zich tegen de media af te zetten. Kijk naar Trump. Kijk naar de Brexit”, concludeert Muñoz. „En dat hebben we bij de coronacrisis in Spanje ook gezien. Met als doel om het bedrijfsleven te beschermen.”

De bierverkoper is ervan overtuigd dat het economische belang tijdens deze crisis belangrijker is dan de gezondheid van de mensen. Muñoz vreest dat niet alleen de Spaanse regering, maar ook de noordelijke landen als Nederland en Duitsland uit financiële overwegingen de cijfers manipuleren. „Nee, ik geloof niets van die data”, stelt Muñoz resoluut. „Ik snap ook dat er keuzes gemaakt moeten worden. Maar als je zoals ik een familielid aan Covid-19 hebt verloren, sta je daar opeens anders in.”

Koen Greven


Rudi Boermans - aardbeienboer in Heusden-Zolder, België

‘Als iedereen z’n verstand maar een beetje gebruikt’

Sinds maandag 8 juni zijn in België de cafés en restaurants weer open. „Nu je op café mag gaan, doe het dan ook”, zei Vlaanderens bekendste viroloog Marc Van Ranst, en prompt ging hij zelf achter een Leuvense tap staan om de Belgen aan te moedigen de lokale horeca te ondersteunen. Maar aardbeiboer Rudi Boermans (59) wacht liever nog even voor hij een pintje gaat drinken in het café vlakbij, vertelt hij aan de telefoon vanaf zijn boerderij in het Belgisch Limburgse Heusden-Zolder.

Boermans volgde zeker in het begin van de coronacrisis nauwgezet het nieuws via de Vlaamse publieke omroep VRT. Inmiddels doet hij dat iets minder. „Informatie is goed, maar te veel en tien keer per dag hetzelfde, daar heb je ook geen behoefte aan.” Via vakorganisatie de Boerenbond blijft hij ook op de hoogte van de richtlijnen die het ministerie heeft uitgezet.

De jongste versoepelingen voelen wat dat betreft wel héél soepel, vindt Boermans. „Wij mogen officieel nog niet eens vergaderen. Maar als je dan naar de cafés kijkt, zitten die nu tamelijk vol. Dat verschil vind ik wel heel groot.” Ook op persoonlijk vlak vindt Boermans dat de beslissingen soms wat willekeurig lijken: „Mijn moeder zit in een rusthuis en heeft nog altijd geen contacten, we moeten op afstand blijven. Terwijl iedereen elkaar in het openbaar leven nu blijkbaar een knuffel mag geven? Ik heb de indruk dat de overheid nu grote groepen een beetje probeert te paaien, en tegelijkertijd de indruk wil geven dat er nog veel gevaar is.”

Want dat gevaar is er wel, denkt de aardbeiboer: „Ik ben niet bang van een tweede golf, áls iedereen een beetje zijn verstand gebruikt. Maar als ze er zo losbollig mee omgaan, dan moeten we oppassen.”

De kleinkinderen mogen eindelijk weer langskomen en fietsen met een mondkapje, zoals hij sommige mensen ziet doen, „dat is onzin”. Toch blijft hij wel vertrouwen op de virologen. „Wie ben ik om dat niet te doen?”

Maar het café? Daar wacht hij nog een maandje mee. „Vroeger hadden we koeien bij ons thuis. Mijn vader zei altijd: als je een hoop misère wil, moet je op een markt een koe kopen. Bij mensen is dat ook. Als dat allemaal onder elkaar komt, is dat gevaarlijk. Beter blijft iedereen nog een beetje in z’n eigen omgeving.”

Anouk van Kampen


Arsalan Abu Much - Palestijns internist in Ramat Gan, Israël

‘Vroeger was nieuws heilig, nu ben ik op mijn hoede’

„Ik houd van complottheorieën”, zegt Arsalan Abu Much (31). „Het leuke aan complottheorieën is dat ze niet te bewijzen zijn, maar ook niet te ontkrachten. Het brengt je op nieuwe ideeën. En vergeet niet, er zijn complottheorieën achteraf waar gebleken.” De arts geeft als voorbeeld een documentaire die de theorie ondersteunt dat het virus in China zou zijn ontwikkeld. „Natuurlijk geloof ik dat niet zomaar”, zegt hij. „Het is duidelijk een anti-China-film. Maar er zitten interessante data in die erop zouden kunnen wijzen dat het virus genetisch gemanipuleerd is. Over vijftig jaar weten we pas wat waar is over corona.”

In het begin van de coronacrisis volgde Abu Much „alleen nog maar coronanieuws”. Sites als Worldometers.info voor de aantallen en ontwikkelingen wereldwijd, wetenschappelijke peer review tijdschriften voor informatie over nieuwe medicijnen en behandelmethodes. Het was een heel nieuwe ziekte, hij en zijn collega’s wilden zoveel mogelijk begrijpen.

Maar langzamerhand komt zijn belangstelling voor het gewone nieuws terug. Als het om medische informatie gaat, kan hij die als arts relatief makkelijk controleren. „Ik heb ervaring met onderzoek”, zegt Abu Much. „Ik kijk naar de referenties, kan beoordelen wat de kwaliteit van de data is en of de methodologie deugt.” Voor politiek nieuws ligt dat anders. „Dat kan ik niet altijd nagaan, en iedereen is bevooroordeeld, ik ook.”

Hij is steeds meer op zijn hoede voor de media. „Vroeger was wat ze zeiden in nieuws of talkshows heilig, nu niet meer”, zegt hij. Hij vertrouwt op individuele journalisten. „In de Israëlische media zijn journalisten die dicht bij de waarheid zitten en heel professioneel zijn, los van hun politieke mening.” Daar tegenover staan journalisten die „vanuit een bepaalde agenda werken”. Dat wil overigens niet zeggen dat hij ze niet leest – hij bekijkt de zaken graag vanuit verschillende perspectieven, maar houdt in het achterhoofd wat de reputatie van de bron is.

Ook documentaires – hij ziet er minstens één per dag – vindt hij het mooist als de maker alle kanten toont en het oordeel aan de kijker laat. En ja, hij moet bekennen dat hij zelf ook als betrouwbare bron wordt beschouwd. „Mijn patiënten vertrouwen mij, en ook vrienden en collega’s. Ze weten dat ik bepaalde kennis heb, vooral op medisch gebied, maar ook dat ik niet zomaar iets roep over dingen waar ik niets vanaf weet.”

Jannie Schipper


Diana Camargo - universiteitsmedewerker in Leticia, Colombia

‘Het enige wat ik weet is dat de ziekte echt is’

Het lijkt íetsjes beter te gaan in Leticia, vertelt Diana Camargo (26) aan de telefoon. „Ook al vind ik dat mensen zich hier best onverantwoordelijk gedragen, zijn er minder nieuwe dagelijkse besmettingen.” Camargo woont in het zuidelijkste puntje van Colombia, in de Amazonestad Leticia. Ze heeft de afgelopen maanden alleen nog haar buren in levenden lijve gesproken, verder blijft ze thuiswerken in gezelschap van haar kat.

Nog elke dag groeit het aantal doden en besmettingen in Latijns-Amerika, en ook in Colombia kunnen veel ziekenhuizen het aantal patiënten op de IC-afdelingen niet meer aan.

Of ze vertrouwen heeft in de informatie van de Colombiaanse overheid, weet Camargo niet helemaal zeker. „Ik geloof op zich de meeste statistieken van het ministerie van Volksgezondheid wel. Maar ja, ik kan het natuurlijk niet controleren. Ik moet er maar vanuit gaan dat de cijfers die ze ons voorschotelen kloppen.” Tegelijkertijd betwijfelt ze of de cijfers over Leticia wel kloppen. „Mensen uit de omgeving plaatsen berichten op Facebook waarin ze zeggen dat ze symptomen hadden en om een test hebben gevraagd, maar nooit kregen. Die mensen worden dus niet meegenomen in de cijfers, er is volgens mij een hele grote onderreportage.”

„Kijk, de meeste mensen hebben hier sowieso weinig vertrouwen in de overheid. Als ze zich aan de regels houden, doen ze dit omdat dit wordt opgelegd. Maar ze lachen er ook om, denken dat het allemaal overdreven is. En dat het allemaal ook gebruikt wordt om ons te manipuleren.

Dat komt, legt Camargo uit, doordat het land nu eenmaal een rijke geschiedenis heeft aan overheidsschandalen, corrupte politici en ambtenaren. „Al te vaak is gebleken dat ambtenaren betrokken waren bij fraudezaken, of het leger bij gewelddadige situaties. De overheid is niet transparant geweest.”

In de brei van informatie over de pandemie probeert Camargo toch een beetje overzicht te houden en niet zomaar mee te gaan in allerlei theorieën. „De verklaring dat het door 5G-masten komt, vind ik een beetje absurd. Maar of hier nu de overheid of andere entiteiten achter zitten, ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat de ziekte echt is. Er zijn veel doden en zieken. Dus wie hier ook verantwoordelijk voor is, ik blijf thuis.”

Cosette Molijn


Robert Ochola - sociaal werker in Nairobi, Kenia

‘Nepnieuws maakt ook gelukkig’

Iedere avond bij het begin van het journaal om negen uur scharen Robert Ochola, zijn vrouw Jackie en twee kinderen Trevor (9) en Imaan (7) zich voor de televisie. Hoofdbestanddeel van het Keniaanse nieuws is tegenwoordig steevast de minister van gezondheid. „Mijn kinderen noemen hem de ‘coronaman’ en, weten precies het door hem gemelde dagelijkse aantal besmettingen en de doden.” Roberts zoon Trevor: „Gisteren waren het er 121, waarvan een kwart uit de sloppenwijk Kibera.” De jongen kucht, kijkt streng en citeert vervolgens de dagelijkse strijdkreet van de minister: „If we behave normally, this disease will treat us abnormally.”

In de arme woonbuurt van sociaal werker Robert in Nairobi wordt informatie van de overheid doorgaans met grote scepsis ontvangen, maar de minister van Gezondheid dwingt respect af. „We geloven hem, al is een beetje meer empathie voor de situatie van ons armen welkom. Keniaanse politici hebben altijd ver van het volk afgestaan.”

Volgens Ochola zijn de mensen boos en hongerig. „Er wordt ons geen alternatief geboden tijdens de lockdown. De regering zegt: blijf thuis. Oké, maar thuis geef je meer uit aan stroom. Hoe kunnen we dat betalen zonder inkomen?”

„We hunkeren naar een terugkeer van een normaal leven, voor ons geldt nu iedere dag als overleven. We worden altijd omringd door risico’s, door cholera, malaria, door boeven en corrupte politie. Corona is maar een van de vele uitdagingen. Mensen om me heen begrijpen nog steeds de ernst niet van deze uitdaging. Ze delen zoals gewoonlijk één sigaret, of drinken uit één blikje met illegaal gebrouwen bier. De bewoners van sloppenwijken willen na al deze maanden zonder werk nu alles riskeren.”

Televisie is een luxe in de sloppenwijken, terwijl het nieuws van de sociale media gratis op straat ligt. „Voor de meeste arme Kenianen zijn sociale media de belangrijkste nieuwsbron. Met veel nepnieuws.”

Robert noemt wat leugens op. Het is een rijkeluisziekte. Afrikanen zijn veel gezonder dan witten en niet ontvankelijk voor het virus. Corona is een straf van God voor de witten omdat ze in het verleden zwarten hebben mishandeld. Als je veel alcohol dringt raakt je keel gezuiverd van het virus. „Nepnieuws maakt mensen in mijn buurt gelukkig, want het geeft je leugens en gissingen. Zo ontsnap je aan de dagelijkse werkelijkheid, en in het getto geeft dat een soort bevrijding.”

Koert Lindijer


Wayan Suantara - chauffeur, gids en bezorger op Bali, Indonesië

‘Waarom mensen nog ongeruster maken?’

Aan het begin van de coronacrisis volgde hij alle ontwikkelingen rond corona nog op de voet. Maar inmiddels proberen Wayan Suantara en zijn gezin te minderen. „Anders word je toch depressief?” Facebook, Whatsapp, televisie, de stroom aan berichten gaat maar door en er zit weinig positiefs tussen, vertelt hij. „We concentreren ons liever op onze business, op overleven. Ik wil me niet te veel laten afleiden door het nieuws.” Hij werkt als chauffeur en gids op het Indonesische eiland Bali, maar al sinds februari ligt het toerisme op Bali bijna helemaal stil.

In de ochtend of ’s avonds kijken ze even naar het nieuws op televisie, van een lokale of landelijke zender. Daar heeft Wayan wel vertrouwen in. Maar wat er allemaal langskomt op Facebook en in zijn Whatsapp-groepen aan nieuwtjes en geruchten, daar is hij kritischer op.

Vaak gaat het over het beleid op Bali en de vraag die veel Balinezen bezighoudt: wanneer gaat het eiland weer open voor buitenlanders? „Als er bijvoorbeeld staat dat per juli de hotels weer open gaan, dan zal ik dat eerst zelf controleren bij vrienden die in de branche zitten. Oké, ze kunnen open, maar de vraag is of ze ook klanten krijgen. Ik denk zelf nu dat het allemaal veel langer gaat duren en dat de toeristen misschien pas in januari weer kunnen komen.” Op Bali zijn nog elke dag tientallen nieuwe besmettingen.

Het provinciale bestuur van Bali maakt minder cijfers bekend dan andere provincies van Indonesië. Ze houden het aantal testen dat ze afnemen geheim, net als het aantal mensen dat verdacht wordt van besmetting met het coronavirus. Wayan heeft daar wel begrip voor. „Het publiek weet toch al dat er grote problemen zijn met Covid-19. Dus waarom zou je hen extra ongerust maken door de hele tijd met nieuwe cijfers te komen? Als het nieuws steeds is dat de aantallen stijgen, is dat slecht voor onze moraal en voor onze mentale gezondheid. Deze tijd moet voor het provinciale bestuur van Bali die verantwoordelijkheid draagt ook heel zwaar zijn.”

Annemarie Kas


Marianne al-Khoury - interieurontwerper in Beiroet, Libanon

‘Alles is een wedstrijd in dit land’

In Libanon volgen soennieten, sjiieten, christenen en druzen allemaal hun eigen corona-nieuws. Marianne al-Khoury wordt er gek van. „Alles is een wedstrijd in dit land”, verzucht de interieurontwerper vanuit haar flatje in Beiroet. „Iedere religieuze groep heeft hun eigen televisiekanalen die vooral willen laten zien dat hun groep minder corona-gevallen heeft dan de anderen.”

De beschuldigingen vliegen over en weer. Christelijke media spreken van een ongecontroleerde virusuitbraak in de door Hezbollah gecontroleerde buitenwijken van Beiroet. De aanhangers van die sjiitische strijdgroep krijgen op hun beurt reportages te zien over Hezbollahs voortreffelijke sanitaire maatregelen. De echte viespeuken, zeggen zij, dat zijn de Europeanen die het virus via Libanons grotendeels christelijke diaspora het land binnen zouden hebben gebracht.

Tussen dit geroddel door snakt Khoury naar betrouwbare informatie. De zelfverklaarde hypochonder heeft haar thermometer altijd bij zich en struint het internet af op zoek naar medische adviezen. Daarin is ze vrij uniek, weet ze, want veel andere Libanezen vallen eerder terug op traditionelere methoden om het virus te bestrijden. Zo zweert haar moeder bij de beschermende werking van kruidenthee, citroenen en knoflook. Anderen in de wijk bespreken hoe de VS en Israël achter het virus zouden zitten. „Libanezen houden nogal van complottheorieën”, aldus Khoury. „Dat is de erfenis van de burgeroorlog.”

Nu die oude reflexen weer worden aangewakkerd, blijft er des te minder ruimte over voor politieke vernieuwing. Waar Khoury afgelopen herfst nog deelnam aan een protestbeweging die Libanezen van alle religieuze achtergronden wist te verenigen tegen hun corrupte politici, blijft ze sinds de coronacrisis thuis. Niet alleen om besmetting te voorkomen, maar ook uit angst voor nog meer onzekerheid. „De demonstranten hebben net als de regering geen plan voor de toekomst. Dit lijkt me niet het moment om Libanon verder de afgrond in te trekken.”

Melvyn Ingleby


Nargess Mustapha - activiste en hulpverlener in Montreal, Canada

‘We willen onze gemeenschap beschermen’

Bij het uitdelen van mondkapjes, reinigingsgels en handschoenen aan inwoners van Montreal-Nord, een arme immigrantenwijk met relatief hoge besmettingscijfers, stuitte Nargess Mustapha aan het begin van dit voorjaar op veel misverstanden en onduidelijkheid. „We gaven veel voorlichting, bijvoorbeeld over hoe je gezichtsmaskers op doet”, vertelt ze. „Zo wisten velen niet dat je nog steeds moet ontsmetten als je handschoenen draagt”, aldus de 35-jarige activiste.

Ook hielp het soms niet dat de informatie van de overheid onduidelijk was. „De ene dag werd aangeraden een mondkapje te dragen, de andere dag niet”, zegt Mustapha, die zelf opgroeide in de wijk. „Het was verwarrend.”

Maar sindsdien zijn mensen beter op de hoogte geraakt, zegt Mustapha. Zelf volgt zij de dagelijkse overheidsbriefings - maar vult die wel aan met de observaties van haar eigen organisatie Hoodstock. De overheid was volgens haar traag met maatregelen om de verspreiding van het virus in haar wijk tegen te gaan, dus heeft Hoodstock „het heft in eigen handen genomen”.

Het overwegend Franstalige Montreal-Nord is een wijk met veel recente immigranten, onder wie Haïtianen die de afgelopen jaren naar Canada zijn gekomen vanuit de Verenigde Staten, uit vrees voor deportatie door president Donald Trump. Ze wonen veelal in kleine huurappartementen, met weinig ruimte voor social distancing. De wijk is een epicentrum van de pandemie in Montreal, de grootste stad van Quebec. In die provincie is meer dan de helft van het landelijke aantal van ruim 100.000 bekende besmettingen vastgesteld.

„We willen onze gemeenschap beschermen”, zegt Mustapha, die inmiddels ongeveer veertien distributieronden van hulpmiddelen heeft georganiseerd, met behulp van vrijwilligers. Informatievoorziening over het virus is daarbij van belang, omdat lang niet alle inwoners van het gebied toegang hebben tot internet. „40 procent van de bewoners leeft onder de armoedegrens, en kan de maandelijkse kosten van een internetaansluiting niet betalen.”

Frank Kuin


Ramazan Bagriyanik - water- en gasleverancier in Adana, Zuid-Turkije

‘Sommigen geloven dat de regering het virus heeft gemaakt’

Sinds de maatregelen tegen corona zijn opgeheven, is het in de Turkse stad Adana, waar Ramazan Bagriyanik en zijn vrouw Feray wonen, weer druk op straat. „De kebabrestaurants, koffietenten en bars zitten vol. Maar wij durven het nog niet aan. De uitbraak is echt nog niet voorbij.” Sterker nog, volgens Ramazan neemt het aantal corona-besmettingen weer toe in Adana. Dat hoorde hij van een familielid dat daar in een ziekenhuis werkt. Maar hoeveel precies is de vraag. Het Turkse ministerie van Gezondheid geeft alleen landelijke cijfers. „We tasten in het duister. Turkije heeft ruim 170.000 geregistreerde besmettingen, maar het dodental is met nog geen 4.800 opmerkelijk laag.

Ramazan heeft niet veel vertrouwen in de regering. Hij heeft meer op met het gemeentebestuur van Adana, dat in handen is van de seculiere oppositiepartij CHP. „Maar de minister van Gezondheid is een uitzondering, want hij is arts en spreekt het volk op strenge toon toe dat ze mondkapjes moeten dragen en afstand houden.” Feray breekt in: „Ik vertrouw hem ook niet. Hij kan zelf geen beleid maken, het paleis bepaalt alles.”

Lang niet iedereen in Adana volgt het advies op van de overheid. „Het verschilt per wijk en soms zelfs per straat”, zegt Ramazan. „In de middenklassewijken houden de meeste mensen zich wel aan de regels. Al geloven sommigen in de complottheorie dat de regering het virus heeft gemaakt, zodat ze daarna veel geld kan verdienen aan een vaccin.” Inwoners van Koerdische wijken zoals Hurriyet hebben geen enkel vertrouwen in de overheid. „Ze denken dat de regering het virus heeft gemaakt om hen binnen te houden. Ze denken: als het virus echt zou zijn, dan zouden we wel doden zien.”

Er gaan geruchten dat er een grote uitbraak is in een bedrijf bij Beyza, maar dat die wordt stilgehouden omdat het bedrijf goede contacten heeft met de regering. Toch sloten er onlangs enkele bedrijven in Beyza. „De autoriteiten zeiden er niet bij dat het vanwege corona was om het imago van de bedrijven te beschermen. Daar heb ik als ondernemer wel begrip voor.”

Toon Beemsterboer


Ilja Kovaljov - ondernemer en ziekenhuisvrijwilliger in Moskou, Rusland

‘De regering is alleen maar bezig met zijn eigen belangen’

Ilja Kovaljov (36) is toch nog ziek geworden en het blijkt Covid-19 te zijn. Vorige week zou Kovaljov zijn laatste diensten draaien als vrijwilliger in ziekenhuis 52 in Moskou, en naar de verjaardag van zijn moeder gaan. Maar op maandag kreeg hij keelpijn, koorts en daarna een splijtende koppijn. „Het was zo erg dat ik wakker werd van mijn eigen gekerm.”

De verpleegkundige die langs kwam hield het op een bijholteontsteking. Maar het zuurstofgehalte in zijn bloed was 93 procent – niet goed. „Ik vroeg hem waarom hij geen coronatest bij me afnam. ‘We zijn gestopt met testen’, zei hij.”

Voor Kovaljov was het het zoveelste bewijs dat de Russische regering probeert de statistieken over de epidemie naar beneden te krijgen. Hij wijdde er nog maar eens een kritisch bericht aan op zijn Facebookpagina. De volgende dag stond er – ongevraagd – een ambulance voor de deur. Volgens Kovaljov kan dat geen toeval zijn. De uitslag van de ziekenhuistest heeft hij nog niet, maar de test die hij zelf haalde bij een privékliniek wees op Covid-19. Inmiddels is de hoofpijn geweken en voelt hij zich al een stuk beter.

Als je hem vraagt in wie hij vertrouwen heeft, moet Kovaljov even nadenken. Daarna noemt hij oppositieleiders Ilja Jasjin en Aleksej Navalny, de leiding van zijn eigen protestante kerk en zijn directe vriendenkring. Voor zijn nieuwsvoorziening vertrouwt hij op de schaarse onafhankelijke media die Rusland nog telt, zoals de Russische nieuwssite Meduza, die werkt vanuit Letland.

In de Russische regering heeft Kovaljov in ieder geval „geen enkel vertrouwen”. Er vallen nog steeds duizenden nieuwe doden per dag, het land lijkt nog maar amper over de piek heen te zijn. Toch werden vorige maand al maatregelen versoepeld, en op 24 juni wordt de grote militaire parade, ter herdenking van 75 jaar overwinning op nazi-Duitsland, alsnog gehouden. „De leiding van dit land is niet geïnteresseerd in zijn burgers, maar alleen bezig met zijn eigen belangen. Toen er 500 besmettingen per dag waren moest het hele land in lockdown. Nu zijn het er 7.000 en kunnen we naar de parade en stemmen voor de herzieningen van de Russische Grondwet.”

Steven Derix