Opinie

‘Vietnam’ blijft tot de verbeelding spreken

Lotfi El Hamidi

‘Ons eigen Vietnam’, zo probeerde ik enkele jaren geleden tijdens een van mijn lessen een groep pubers te enthousiasmeren voor het onderwerp Nederlands-Indië. Maar dan zonder de spectaculaire en schokkende beelden, voegde ik eraan toe, wellicht een van de redenen waarom de brandende kampongs van generaal Spoor niet in ons collectief geheugen nasmeulen.

Het gebrek aan beeldmateriaal klopt trouwens niet helemaal. Zo laat Thom Hoffman in zijn boek Een verborgen geschiedenis zien dat er genoeg foto’s uit de voormalige kolonie bestaan waarin de exploitatie, repressie en het geweld expliciet naar voren komen. Geen ‘iconische’ of bekende foto’s; daarvoor missen ze de kracht van de herhaling, zoals De Groene-redacteur Rutger van der Hoeven in zijn promotieonderzoek naar het mondiaal visueel geheugen laat zien.

Wel de reden dus waarom de beelden van het napalmmeisje, de brandende monnik en de straatexecutie in Saigon voor veel mensen tot het vaste repertoire behoren. Zo werd ‘Vietnam’ een beetje de oorlog van iedereen.

Vietnam blijft tot de verbeelding spreken en inspireert filmmakers nog altijd, met recent de Netflix-film Da 5-Bloods van regisseur Spike Lee, over een groep zwarte veteranen die terugkeren naar Zuidoost-Azië. De film heeft het niet in zich om een klassieker te worden, maar het laat in ieder geval aan een breed publiek zien dat de rol van zwarte Amerikanen in de oorlog aanzienlijk was – door de dienstplicht waren jongemannen uit de lage sociale milieus oververtegenwoordigd in de gevechtseenheden, en Afro-Amerikanen vaker slachtoffer dan hun blanke landgenoten.

Maar het meest indrukwekkende werk van de afgelopen jaren is The Vietnam War, de tiendelige documentaireserie van Ken Burns en Lynn Novick die al gauw de stempel ‘episch’ kreeg – en terecht. Burns en Novick hebben een uitstekende serie in elkaar gezet, en met behulp van getuigenissen van Amerikanen en Vietnamezen gezorgd voor een evenwichtige reconstructie. Een must watch.

Toch valt het op hoe de Amerikaanse interventie in Vietnam in de serie wordt voorgesteld als een tragische oorlog (is er een oorlog die niet tragisch is?), met uiteindelijk alleen verliezers. Terwijl opeenvolgende Amerikaanse presidenten Vietnam als een lakmoesproef voor hun Koude Oorlog-politiek beschouwden, zelfs toen al vroeg duidelijk werd dat Hanoi zich had voorbereid op een uitputtingsoorlog en een groot deel van de Zuid-Vietnamese bevolking sympathie had voor de communisten. De hevige bombardementen (waarbij meer bommen zijn gegooid dan het totale aantal gebruikt in de Tweede Wereldoorlog) kunnen zonder meer als oorlogsmisdaden worden beschouwd.

Terug naar Nederland: in september verschijnt de speelfilm De Oost van regisseur Jim Taihuttu, over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. De trailer is veelbelovend. Krijgen we dan eindelijk een cultureel ankerpunt voor de herinnering aan de koloniale oorlog? We zullen zien.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.