Joppe Hovius: „Het RIVM schat dat jaarlijks 1.000 tot 2.500 mensen in Nederland langdurige klachten houden na lyme.”

Foto Olivier Middendorp

Interview

Teek brengt veel meer over dan alleen lyme

Joppe Hovius In één op de drie Nederlandse teken zit een ziekteverwekker. Infectioloog Joppe Hovius werkt aan een vaccin, gericht tegen de teek.

De fotograaf is languit in het hoge gras gaan liggen om Joppe Hovius, hoogleraar infectieziekten in het Amsterdam UMC, te portretteren. „Straks wel even thuis jezelf controleren op teken, hè?” zegt Hovius met een vriendelijk lachje, maar toch serieus. „Ik moet dat trouwens zelf ook doen, als ik hier zo op mijn hurken in het gras zit.”

We hebben afgesproken in de Kennemerduinen, onderdeel van nationaal park Zuid-Kennemerland – niet alleen om in de buitenlucht de anderhalve meter afstand van de coronamaatregelen in acht te kunnen nemen, maar ook om in het hol van de leeuw te zijn. Die leeuw is in dit geval een bloeddorstige spinachtige van slechts enkele millimeters groot: de schapenteek (Ixodes ricinus). Eén op de vijf teken in Nederland is besmet met de Borrelia burgdorferi-bacterie, de verwekker van lymeziekte, kortweg bekend als lyme. Jaarlijks lopen Nederlanders naar schatting een tot anderhalf miljoen tekenbeten op en krijgen meer dan 25.000 mensen lyme.

„In de laatste twintig jaar is het aantal tekenbeten in Nederland flink gestegen, hoewel het in de laatste vijf jaar wat lijkt af te vlakken. Allerlei dingen spelen samen. Het aantal teken is toegenomen, en ze komen nu ook op plaatsen voor waar we ze eerder niet zagen, zoals midden in de stad. Klimaatverandering met zachte winters kan daarbij een rol gespeeld hebben, net als de toename van geschikte gastheren. Tegelijkertijd is er veel meer bewustwording gekomen, waardoor tekenbeten en lymeziekte wellicht vaker gemeld worden. En mensen gaan vaker de natuur in.”

Deze week wordt ‘de week van de teek’ gehouden. Normaal is die al in april, maar vanwege de corona-epidemie is hij uitgesteld. „Het tekenseizoen begint in april, maar in het late voorjaar en de zomer lopen mensen de meeste tekenbeten op”, zegt Hovius. „Het is belangrijk daar jaarlijks aandacht voor te vragen.”

In het ziekenhuis heeft de polikliniek voor lymepatiënten ook even stilgelegen door corona. „We konden patiënten en artsen tijdelijk alleen telefonisch helpen en ik moest als infectioloog bijspringen op de corona-afdeling. Nu is het belangrijk de reguliere zorg weer op te starten.”

Bezoekers van de Kennemerduinen worden al gewaarschuwd met een bordje bij de ingang. Bij een monsterlijk grote foto van een teek staat de leus ‘Een teek? Pak ’m beet’. Het medische adagium ‘voorkomen is beter dan genezen’ is nergens zo simpel als hier, legt Hovius uit. „Hoe sneller je de teek verwijdert, hoe kleiner de kans op infectie.”

Gelukkig is er ook nog een tweede kans om erger te voorkomen. Een infectie met de Borrelia-bacterie verraadt zich meestal door een rode kring rond de beet, de eerste uiting van lyme.

„Als huisartsen vermoeden dat het gaat om lymeziekte kunnen ze meteen een antibioticakuur voorschrijven”, zegt Hovius. „Vaak is dat afdoende.”

Bij een kleine groep patiënten verloopt de ziekte ernstiger, waardoor ze specialistische hulp nodig hebben. „Mensen die niet op tijd behandeld worden krijgen soms last van latere verschijnselen, waarbij de bacterie hart, zenuwstelsel of gewrichten kan aantasten. Deze patiënten dienen alsnog met antibiotica behandeld te worden.”

Maar er is ook een groep die klachten houdt, hoe ga je daar mee om?

„Het RIVM schat dat jaarlijks 1.000 tot 2.500 mensen in Nederland langdurig klachten houden na lymeziekte. De media spreken geregeld over ‘chronische lyme’, maar ik gebruik die term liever niet omdat die verwarring zaait. Er zijn namelijk verschillende oorzaken en die vragen ieder om een andere behandeling. Het is als arts dus zaak te ontrafelen wat er precies aan de hand is. Sommige mensen hebben late lymeziekte, die krijgen pas laat verschijnselen. Bij anderen wil de infectie maar niet weggaan. En er zijn er bij wie de infectie weg is maar die met restklachten kampen, bijvoorbeeld een slepend been. Soms worden vermoeidheid en concentratieproblemen ook onterecht aan lymeziekte toegeschreven. Om op dit alles beter zicht te krijgen gaan het Amsterdam UMC en het Radboudumc een nationale biobank aanleggen met gegevens van lymepatiënten.

„Omdat er zoveel patiënten zijn, is het ook belangrijk dat de capaciteit van de bestaande academische lymeziekte-expertisecentra wordt uitgebreid. We zijn daarover in gesprek met het ministerie van Volksgezondheid en de zorgverzekeraars. ”

Kan er meer gedaan worden? Er was toch al een vaccin tegen lyme?

„Ja, dat is een pijnpunt. Er bestond even een Amerikaans vaccin, maar dat is in 2002 van de markt gehaald, onder meer vanwege tegenvallende verkoopcijfers. Gelukkig is er een klein Oostenrijks bedrijf, Valneva, dat een aangepaste versie van het eerdere vaccin heeft gemaakt. Dat werkt tegen verschillende Borrelia-soorten, waardoor het straks zowel in Europa als in de VS gebruikt kan worden. Het lijkt nu in een stroomversnelling te komen doordat de eerste klinische testen bijna zijn afgerond en het grote farmaceutische bedrijf Pfizer er geld in steekt. Maar als je ziet hoe snel er nu vaccins tegen het nieuwe coronavirus uit de grond gestampt worden, dan word ik wel een beetje jaloers.”

Jullie onderzoeken zelf een vaccin tegen de teek. Hoe kan dat werken?

„Het idee is dat we met het vaccin antistoffen opwekken tegen eiwitten in het speeksel van de teek. Zodra een teek dan iemand bijt die gevaccineerd is, zal een teek niet meer goed kunnen voeden en loslaten en doodgaan. Maar zo’n vaccin gaat ook de infectie tegen, want sommige speekseleiwitten van de teek helpen de ziekteverwekker om zich in de gastheer te handhaven.

„Dat klinkt misschien als science fiction, maar er bestaat al zo’n vaccin, een veterinair vaccin dat wordt ingezet tegen tropische teken. Het voordeel van zo’n vaccin is dat we in één keer alle ziekten blokkeren die de teek kan overdragen.”

Dus er is meer dan lymeziekte?

„Naast Borrelia burgdorferi brengt de schapenteek nog zeker zes andere ziekteverwekkers over – virussen, parasieten en bacteriën. Borrelia miyamotoi, Anaplasma, Babesia, Rickettsia, Neoehrlichia, en ook het teken-encefalitisvirus. Uit onderzoek blijkt dat in ongeveer een op de drie van de Nederlandse teken ten minste één van deze ziekteverwekkers zit. Maar het is niet precies bekend hoe vaak mensen er ziek van worden. Er zijn maar een paar ziektegevallen bekend, maar misschien komt dat omdat we er niet goed op letten.

Lees ook: Pas op voor de beet van de teek

„Daarom zijn we nu via Tekenradar.nl een inventariserend landelijk onderzoek gestart. Daarin vragen we mensen die binnen vier weken na een tekenbeet koorts krijgen zich te melden en bij een prikpost een beetje bloed te laten afnemen en urine in te leveren. Zo kunnen we zien welke infecties worden overgedragen, en kunnen we de diagnostiek en behandeling daarop aanpassen.”

Ligt er nog meer gevaar op de loer?

„De reuzenteek Hyalomma laat zich af en toe zien in Nederland. Die komt mee met trekvogels en groeit incidenteel uit tot volwassen teek. Paarden, koeien maar ook mensen kunnen gebeten worden. We weten dat de reuzenteek het Krim-congovirus kan overbrengen, een koortsvirus vergelijkbaar met ebola. Ter geruststelling: tot dusver bleken in Nederland en West-Europa gevonden reuzenteken niet met dit virus besmet.”