Staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) voor Museum De Fundatie in Zwolle, waar ze graag wilde afspreken voor de foto: „Nederland is groter dan de Randstad, dat is wat ik ermee wil laten zien.”

Foto Bram Petraeus

Ook Mona Keijzer wil lijsttrekker van het CDA worden

Interview Staatssecretaris Mona Keijzer stelt zich kandidaat voor het lijsttrekkerschap van haar partij, het CDA. „Ik wil af van dat hullie-zullie.”

Ze gaat het doen. Zondag, bij het vaderdagontbijt, in gezelschap van haar vijf zoons en haar man, nam ze haar definitieve besluit. Ze checkte voor de laatste keer of het voor haar gezin niet bezwaarlijk is dat ze straks nog meer weg zal zijn dan nu. Toen ze alleen maar ‘cool’ en ‘natuurlijk, wie anders?’ kreeg te horen, wist ze het zeker. CDA’er Mona Keijzer (51), staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, stelt zich kandidaat voor het lijsttrekkerschap van haar partij.

Helemaal onverwacht komt dat niet. In maart 2019 veroorzaakte ze reuring met haar uitspraak dat er in het CDA naast de twee gedoodverfde kroonprinsen Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge „ook nog kroonprinsessen” stonden te trappelen om CDA-leider Sybrand van Haersma Buma op te volgen. Ze was er „helemaal klaar mee” dat er alleen maar over mannelijke opvolgers werd gepraat. Op de vraag of zij zichzelf geschikt vond om de partij te leiden antwoordde ze: „Absoluut. Waarom niet?”

Die houding heeft ze van huis uit meegekregen, zegt ze. „Mijn vader liet mij toen ik als 19-jarige nét mijn rijbewijs had met een grote bestelbus vol vis naar Arnhem rijden. Dat heeft mij ongelooflijk geholpen. Die houding van: dat kan jij toch gewoon?”

Toch heeft haar kandidatuur voor de partijtop grote consequenties. Het betekent dat het geen uitgemaakte zaak is dat Hugo de Jonge, die vorige week naar voren trad, de partij gaat leiden. Toen Wopke Hoekstra afzag van een kandidatuur, leek dat even zo. Nu moet De Jonge toch nog de strijd aangaan. Met de vrouw die geldt als een stemmenkanon bij verkiezingen en die bij de vorige lijsttrekkersstrijd, in 2012, de tweede plaats behaalde, na Buma. Haar kandidatuur kan de partij intern verdelen. Mona Keijzer heeft een conservatiever profiel dan De Jonge, ze is rooms-katholiek (De Jonge is protestants), en ze profileert zich nadrukkelijk als vertegenwoordiger van de regio.

Waarom vindt u zichzelf geschikt als partijleider?

„Ik breng gigantische ervaring mee, vooral op het terrein van zorg en economie. Die combinatie is volgens mij precies wat we de komende jaren nodig hebben, met deze coronacrisis. En ik heb internationale ervaring, ik ben de hele wereld over geweest om de belangen van ons bedrijfsleven te behartigen en zit om dezelfde reden ook vaak in Brussel.”

U heeft altijd gezegd dat het partijbelang bij u vooropstaat. Bent u niet bang dat een lijsttrekkersstrijd de partij beschadigt?

„Wat ik van het allergrootste belang vind, is dat het een faire strijd wordt. Dus ik ga het niet over Hugo hebben. Maar ik heb in 2012 ook meegedaan aan de lijsttrekkersstrijd, en toen heb ik gezien dat het kan, zonder schade aan de partij.”

Het gesprek met Keijzer vindt plaats in Zwolle, ze wil graag dat er een foto wordt gemaakt voor Museum de Fundatie.

Waarom wilde u afspreken op deze plek?

„Nederland is groter dan de Randstad, dat is wat ik ermee wil laten zien. Als het gaat over cultuur, gaat het vaak over het Rijksmuseum. Maar kijk eens wat deze museumdirecteur hier in Zwolle neergezet heeft. Petje af.”

Hugo de Jonge laat graag zien dat hij uit Rotterdam komt. Richt u zich nadrukkelijk op de kiezers buiten de Randstad?

„Zoals gezegd: ik wil me niet afzetten tegen Hugo, ik heb mijn eigen verhaal. En ik wil mij ook niet afzetten tegen de Randstad, ik ben zelf opgegroeid onder de rook van Amsterdam. Het gaat mij om al die mensen in Nederland die kijken naar Haagse discussies en zich afvragen: gaat dit over ons? Mensen doen hun stinkende best om er met elkaar iets van te maken, zeker in deze coronatijd. Die proberen hun bedrijven overeind te houden. Maar in Den Haag gaat het debat de laatste weken over institutioneel racisme.”

Vindt u die discussie over racisme niet nodig?

„Ik wil beslist niet ontkennen dat er discriminatie is, het is absoluut een probleem. Het is moeilijker om aan een stageplek of een baan te komen als je een niet-westerse achternaam hebt. Daar moeten we echt iets aan doen. Geen grote hervormingen die vanuit Den Haag worden opgelegd, maar in gesprek gaan met de werkgevers, op een normale toon. Ik wil af van dat hullie-zullie.”

Waar gaat u zich in uw campagne op richten?

„We moeten de komende tijd met elkaar bedenken hoe we vanuit een slimme lockdown naar een slimme lockout komen. Er vallen nu al bedrijven om, dat gaat de komende tijd alleen maar erger worden. Ik maak mij ook zorgen over de sociale gevolgen. Die anderhalvemetersamenleving helpt niet om dichter bij elkaar te komen. Als lid van het kabinet steun ik de maatregelen, maar als moeder van vijf zonen tussen 16 en 25 jaar vind ik het soms wel een worsteling. Daar moeten we goed met elkaar over praten.”

Het CDA heeft de afgelopen jaren ontevreden kiezers verloren aan Forum voor Democratie. Hoe wilt u die terugwinnen?

„Blijkbaar gaat er iets mis in de manier waarop kiezers nu worden aangesproken. Ik noemde net de manier waarop er over racisme wordt gesproken. Maar het gaat ook om de manier waarop er over de agrarische sector wordt gesproken. Dat er iets moet veranderen in de landbouw is evident. Maar er mag ook wel eens wat meer waardering komen voor onze boeren. Wij, Nederland, voeden de wereld, op een buitengewoon innovatieve manier.”

Hoe staat u tegenover samenwerking met FVD?

„Als ik Thierry Baudet soms hoor praten, denk ik: als jij mijn zoon was, zou ik zeggen: ga je mond spoelen. Maar ik zeg nu niet: met die partij werk ik niet samen. We kunnen beter proberen zoveel stemmen te krijgen dat die vraag niet eens komt.”

Wat doet u als u geen lijsttrekker wordt?

„Zover denk ik niet vooruit, echt niet. Ik zie het wel als het zover is. Laat eerst de CDA-leden maar eens stemmen.”

Lees ook: Leiderschapsstrijd bij het CDA nadert een ontknoping