Noem mij bij mijn diepste naam

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: de #SayTheirNames-beweging laat zien dat wij onze naam zijn.
Illustratie Eliane Gerrits

George Floyd, Breonna Taylor, Trayvon Martin, Eric Garner, Ahmaud Arbery, Rayshard Brooks... De #SayTheirNames-beweging wil dat alle namen van de slachtoffers van Amerikaans politiegeweld gekend worden, opdat we beseffen dat systemisch racisme meer is dan een simpele statistiek. Dat de hele wereld nu de naam kent van de zwarte man uit Minneapolis die stierf onder de knie van een witte politieagent, opent de deur naar de geliefde die hij was, de vader van vijf kinderen, de zoon, de vriend.

Noem mij, bevestig mijn bestaan/ laat mijn naam zijn als een keten/ Noem mij, noem mij, spreek mij aan/ o, noem mij bij mijn diepste naam.// Voor wie ik liefheb, wil ik heten”, dichtte Neeltje Maria Min.

Dale Carnegie, schrijver van de eeuwige bestseller How to Win Friends and Influence People (1936), benadrukt hoe belangrijk het is namen correct uit te spreken, te onthouden en vaak te gebruiken. „Iemands naam is voor hem of haar het liefste en belangrijkste geluid in elke taal”, stelt hij. Hersenonderzoek laat zien dat als we onze eigen naam horen, dat deel van ons brein oplicht dat verantwoordelijk is voor ons zelfgevoel. Wij zijn onze naam.

Ik weet nog goed hoe moeilijk het was om namen te kiezen voor onze kinderen. Het was een grote verantwoordelijkheid hen hun identiteit te geven. Hoe zou het klinken als anderen hun naam zouden uitspreken? Zouden ze wel blij zijn met hun naam?

Toen het aantal Amerikaanse slachtoffers van Covid-19 tegen de honderdduizend liep, markeerde The New York Times deze tragische mijlpaal met een voorpagina met daarop alleen de namen van overledenen met een ultrakorte levensbeschrijving – een unicum in de geschiedenis van de krant. Nog geen duizend pasten erop. Maar die ene pagina maakte diepe indruk. Anders dan alle grafieken en tabellen, deed deze lijst van namen ons realiseren dat het om complete mensenlevens gaat.

Toen de 21-jarige ontwerpster Maya Lin de competitie voor het Vietnam Veterans Memorial won met een voorstel van een granieten muur met daarin uitgebeiteld de namen van de gesneuvelde Amerikaanse militairen, stuitte dat aanvankelijk op veel weerstand. Men zag liever een heroïsch standbeeld van generieke soldaten (dat er later ook gekomen is). Maar nu is deze ‘muur van namen’ een van de meest dierbare plekken in Washington. Iedere dag vind je er bezoekers die met potlood de namen van hun geliefden overtrekken op vloeipapier. Zo kunnen ze hen met zich mee naar huis nemen.

Ook de namen van de slachtoffers van 9/11 staan geschreven, in het monument op Ground Zero in New York. En in de stad Montgomery in Alabama, in het National Memorial for Peace and Justice,  staat een gedenkteken voor de slachtoffers van lynching. Bezoekers lopen tussen enorme stalen platen die aan het plafond hangen, waarin meer dan vierduizend namen zijn gegraveerd.

Door de namen te blijven noemen van al deze slachtoffers – nu hun ouders, kinderen en vrienden hen niet meer kunnen toeroepen – blijven ze in herinnering. En daarmee ook het lijden en het onrecht. Hun leven werd hun ontnomen, maar niet hun naam.

Reacties naar pdejong@ias.edu