Jamel Shabazz, The Righteous Brothers, NYC 1981/ 1996-98

Foto Jamel Shabazz/ AccuSoft Inc.

Interview

‘Mijn camera werkte als een magneet op jongeren’

Jamel Shabazz Jamel Shabazz ving de opkomst van de hiphopcultuur in beelden. Zijn foto’s zijn nu te zien in Maastricht.

Normaal schrijft Jamel Shabazz ‘hoop’ met hoofdletters, maar de actuele ontwikkelingen stemmen hem somber. Zelfs nu in de hele wereld straten en pleinen vol stromen met demonstranten die geen racisme meer pikken, gelooft hij niet erg in verandering. „Ik heb mijn leven lang politiegeweld gezien. Alleen de namen van de slachtoffers veranderen. Bovenop alle ellende komen nu een coronapandemie, miljoenen werklozen plus een president die niks met de zwakkeren opheeft en die alleen maar olie op het vuur gooit.”

Lees ook: Ooggetuigen van het straatleven

In Fotomuseum aan het Vrijthof in Maastricht is op dit moment de expositie Streetlife te zien met de kleurenbeelden die Shabazz (New York, 1960) schoot in zijn geboortestad, voornamelijk begin jaren tachtig. Nu geldt hij als een van de belangrijkste ooggetuigen van dit tijdperk, dé fotograaf die de oertijd van de hiphop vastlegde. Destijds had Shabazz geen museale ambities. „Ik wilde registreren wat er te zien was. Mijn vader was ook fotograaf en leerde me het ambacht. Via hem, zijn boeken over het vak en dat wat ik in bibliotheken las, leerde ik kijken. Mijn vader had het als conservatief niet zo op mijn sociaal-politieke werk. Ik legde prostituees, daklozen, verslaafden en jongeren vast. Daar gebeurde het. Zij trokken mijn aandacht.”

Jamel Shabazz Foto Malika Shabazz

Kort daarna begon u te werken in de gevangenis van Rikers Island. Ook als fotograaf had u een missie.

„Ik gebruikte de camera als een soort microfoon. Dat apparaat hielp om gesprekken aan te knopen. Voor veel van die jongeren kon ik even – of wat langer – een soort oudere broer zijn. Ik wilde ze bewust maken van de wereld die op hen afkwam, van het belang van onderwijs, naar de toekomst kijken en doelen stellen. In veel gevallen heeft dat ook gewerkt.”

Ook die periode, de jaren tachtig, lijkt een soort keerpunt in de tijd.

„Dat was het ook. Ik had een paar jaar in het Amerikaanse leger in Duitsland gediend en kwam terug in een ander land. Buurten verloederden in rap tempo. Plots liepen mensen rond met vuurwapens. Dat was voorheen ondenkbaar: er werd gevochten, niet geschoten. Nu opeens wel. Zinloze oorlogen in Vietnam en Midden-Amerika trokken hun sporen. Heroïne richtte volop schade aan. Om nog maar niet te spreken over de crackgolf die vanaf 1983 volgde. En daar kwam de aids-epidemie nog bovenop.”

Jamel Shabazz, If it concerns you, Brooklyn, NYC 1980

Toch stralen de geportretteerden nog volop trots en waardigheid uit.

„Veel van de jongeren van toen hadden nog wel een stabiele thuisbasis gekend. Kort daarna begon het echtscheidingen te regenen en vielen mensen ook gewoon weg door alles wat er gebeurde. En vergeet niet, een camera was in die tijd nog best een zeldzaamheid. Die werkte als een magneet op jongeren. Ze voelden zich gezien, werden zich bewust van hun uiterlijke en innerlijke schoonheid. Wat je ook ziet, is het pure van een cultuur die net aan het ontstaan was: die van de hiphop. Mensen ontwikkelden een eigen stijl en ontleende daar hun identiteit aan.”

Sprak de hiphop u aan?

„In het begin zeker. Teksten zijn belangrijk voor me. Ik ben opgegroeid met Curtis Mayfield, Marvin Gaye, Gil Scott-Heron. Muziek met een boodschap. Hiphop had dat in de begintijd ook. Letterlijk met een nummer als ‘The message’ van Grandmaster Flash & the Furious Five. Rap en breakdance waren laagdrempelig. Ze hielpen jongeren ook om hun energie op andere zaken te richten. De Zulu Nation van Afrika Bambaataa kwam voort uit een van de meer beruchte bendes van New York.”

Maar dat veranderde?

„De crack bracht ook de gangstarap. Straatgeweld werd nu verheerlijkt in de teksten. Net als materialisme, egoïsme, arrogantie. De lege platen verdrongen die met een boodschap. Terwijl muziek met de juiste ingrediënten spiritueel voedsel kan zijn.”

Jamel Shabazz, Faces from the Underground, NYC 1980

Kan dat ook nu iets betekenen?

„Zeker. Artiesten en kunstenaars moeten zich samenpakken en zaken aan de orde stellen: niet alleen het politiegeweld, ook de oorlogen, corruptie en de verschillen tussen arm en rijk. Zij kunnen nog iets voor elkaar boksen, waar de politieke en religieuze leiders hebben gefaald.”

Dicht u kunst dan niet erg veel macht toe?

„De taal van kunst is universeel en kan de grootste kloven overbruggen. Ik heb de afgelopen decennia internationale breakdance-competities mogen bijwonen, onder meer in Zuid-Korea en Brazilië. Jongemannen in de legerleeftijd van alle kleuren en nationaliteiten schoten elkaar niet overhoop maar hadden een battle op de dansvloer. Ik heb er foto’s gemaakt die tot mijn dierbaarste behoren. In jongeren schuilt zoveel kracht. Zij steken hun nek uit. Het zijn de ouderen die vasthouden aan racisme en onverdraagzaamheid.”

Streetlife. Jamel Shabazz & Hans Rietveld. T/m 27/9 in Fotomuseum aan het Vrijthof, Maastricht. Inl: fotomuseumaanhetvrijthof.nl