Reportage

In ‘energievrijstaat’ Terheijden financieren inwoners hun warmtenet zelf

Van het gas af Het Brabantse Terheijden is bezig zijn eigen, groene energievoorziening op te zetten. Bewoners kunnen het project helpen financieren door obligaties te kopen.

Terheijden wil zijn eigen energievoorziening beheren, inmiddels zijn 570 bewoners aangesloten bij het Traais Energie Collectief.
Terheijden wil zijn eigen energievoorziening beheren, inmiddels zijn 570 bewoners aangesloten bij het Traais Energie Collectief. Foto Merlin Daleman

Het investeren in de „energievrijstaat”, zoals ondernemer Pim de Ridder het Brabantse dorp Terheijden graag noemt, is met een vliegende start begonnen. Op 11 juni gaf zijn bedrijf obligaties met 7 procent rente uit om de lokale groene energieprojecten voor het dorp te financieren. Afgelopen maandag was er al 215.750 euro ingelegd de zesduizend inwoners van het dorp bij Breda. Het doel is om voor eind september ruim een half miljoen euro op te halen. Als het in dit tempo doorgaat, wordt dat doel ruim gehaald.

Terheijden wil zijn eigen energievoorziening beheren. Een paar jaar geleden klopte de Nijmeegse ondernemer Pim de Ridder, geboren in Terheijden, in het dorp aan met dat idee. Elektriciteit van een eigen windmolen en zonnepark bij het dorp, een warmtenet voor de huizen. De Ridder kreeg het dorp mee: 570 bewoners sloten zich inmiddels aan bij het in 2018 opgerichte Traais Energie Collectief (TEC). Van de rijksoverheid kreeg de gemeente datzelfde jaar 3,4 miljoen euro subsidie uit het Programma Aardgasvrije Wijken om voor 500 woningen in het dorpshart een warmtenet aan te leggen.

Afscheid van aardgas

Voor de inwoners van Terheijden was het project tot nu toe vrijblijvend. De TEC-leden betaalden alleen een kleine contributie. Maar nu liggen bijna alle buizen van de eerste fase van het warmtenet in de grond en moeten zij de eerste grote beslissingen nemen. Willen de bewoners van de eerste 120 huizen waarlangs het warmtenet wordt aangelegd, afscheid nemen van aardgas en overstappen naar het nieuwe, lokale warmtebedrijf? En hoeveel bewoners zijn bereid om de relatief hoge financiële risico’s te nemen die bij 7 procent obligatierente horen?

Afgelopen donderdag organiseerden de TEC en ondernemer De Ridder een avond in De Abt, de feestzaal van de kerk, om de uitgifte van de obligaties (het collectief noemt ze ‘Bouwstenen’) in te luiden. Door de coronabeperkingen werd het niet zo gezellig als bij eerdere ‘meet-ups’ van TEC, maar via Zoom kwam het enthousiasme toch de huiskamers binnen.

De lokale brouwerij had een tripel gebrouwen, de kijkers konden meespelen met een woordpuzzel (prijs: een Gouden Bouwsteen). Alleen al tijdens de anderhalf uur durende uitzending kwamen er 104 nieuwe Bouwstenen van 250 euro bij. Gemiddeld legden bewoners tot nog toe elk zo’n drieduizend euro in.

Op het podium verzekerde De Ridder de geïnteresseerden dat de risico’s van de obligatie meevallen. „Het is een kwestie van perspectief. Voor banken is dit een gigantisch risico, voor ons is het echt een klein risico. Er kan nog steeds iets fout gaan, maar de grootste risico’s zijn er echt uit.”

Lees ook deze reportage, over de matige geïsoleeerde huizen in het Brabantse dorp: De isolatie in Terheijden komt later wel

Bij de financiering van groene energieprojecten, zoals een zonnepark, is juist de eerste fase lastig. Dan moeten er al honderdduizenden tot miljoenen euro’s worden uitgegeven aan zaken zoals onderzoek, gemeentelijke leges en juristen, terwijl de kans van slagen nog onzeker is. Meestal betalen ondernemers die kosten uit eigen zak.

Maar hoe moet dat als duurzame energieprojecten steeds vaker met financiële inbreng van bewoners worden opgezet? Participatie is zelfs een streven voor het energiebeleid tot 2030, vastgelegd in het klimaatakkoord.

Investeren in de eerste fase van een project voor groene energie is risicovol

Wat De Ridder zei, is waar: bij de bank hoef je in de eerste fase niet aan te kloppen. En ook het provinciale investeringsfonds zag er vorig jaar vanaf om in deze fase de risico’s van de groene make-over van Terheijden te dragen, vertelt manager hernieuwbare energie Harmen de Kool van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM).

Aanvankelijk was het energiefonds van de BOM betrokken bij het project, maar in augustus 2019 trok het zich voorlopig terug, vertelt De Kool. „Toen bleek dat alles – het zonnepark, de windmolen en het warmtenet – in één bedrijf met elkaar verbonden werd. Maar zon en wind hebben een volkomen ander risicoprofiel dan warmte. Toen paste het niet meer binnen de voorwaarden van ons fonds. Wij investeren met publiek geld.”

Warmtenet is risicovol

Investeren in de eerste fase van een groen energieproject is voor een fonds risicovol, en dat geldt voor een warmtenet nog veel sterker dan voor een zonne- of windpark. Zonne- en windprojecten zijn bekend terrein, maar warmtenetten zijn anders.

Ieder warmteproject is verschillend, en vaak wordt er gewerkt met nieuwe technieken. Terheijden wint straks de warmte voor de huizen uit het riviertje de Mark, met hulp van een grote warmtepomp – dat is nog niet vaak gedaan. En altijd blijft het risico dat bewoners, als het warmtenet er eenmaal ligt, geen klant willen worden.

In Terheijden speelt dat nu al. Het nieuwe warmtebedrijf zal quitte draaien als bijna 70 procent van de bewoners een aansluiting neemt. Maar voorlopig zijn onder de 120 aanwonenden slechts 25 contracten gesloten. Door het coronavirus kon TEC maandenlang geen huisbezoeken bij bewoners afleggen, die nodig zijn om de technische kosten in te schatten.

Lees ook deze reportage over de aanleg van het warmtenet: Ook het bruine café in Terheijden krijgt groene energie

Beleggersinformatie

De lokale energievoorziening van Terheijden is voor investeerders dus een lastige zaak, juist omdat het een Gesamtkunstwerk is van zon, wind en warmte. „Het is, in al zijn complexiteit, een goed plan”, zegt Harmen de Kool van de BOM over het dorpsproject van Terheijden. „Als er financial close is [als de aanloopfase is afgerond] overwegen we wel om in te stappen.”

De Ridder schat de risico’s zelf anders in. Over de windturbine en het zonnepark lopen weliswaar nog juridische procedures, maar hij acht de kans groot dat die gewonnen worden. Ook denkt hij niet dat het warmtenet een hoger risico met zich mee brengt. „Die discussie voeren we vaak met investeerders. Als je toch minder aansluitingen voorziet voor een warmtenet, leg je alle installaties kleiner aan. Dat is het grote voordeel.”

Uiteindelijk nemen Pim de Ridder en zijn compagnon Jan Willem Dingen het merendeel van de 2,5 miljoen euro aanloopkosten voor hun rekening. De bewoners dragen via de Bouwstenen 0,5 à 1 miljoen euro bij. De Ridder en Dingen blijven ook in de toekomst aandeelhouder van het dorpsenergiebedrijf.

Directeur Roger Jansen van Edelweiss Renewables, adviseur bij duurzame energieprojecten, bekeek op verzoek van NRC de beleggersinformatie van de obligatie. „De risico’s zijn keurig benoemd”, zegt hij, al zou hij liefst in meer detail zien waar die 2,5 miljoen euro aan besteed wordt. „Dan kun je toch beter inschatten of het duurder uit kan vallen dan voorzien.” Het lezen van de beleggersinformatie bij zo’n groen energieproject vereist „enige basiskennis”, zegt Jansen. „Lokaal eigenaarschap leeft enorm. ‘Komt het uit het dorp, dan doe ik mee’. De vraag is of mensen zich helemaal bewust zijn van de financiële risico’s.”

In Terheijden eindigde de avond donderdag met een aanmoediging van de ‘spreekstalmeester’. „Er is geen reden om dit niet te doen, toch?” Pim de Ridder kreeg het laatste woord. „Er is geen reden om het niet te doen.”