Recensie

Recensie Muziek

In corona-opera ‘Besmettingsgevaar’ spatten aerosolen van je beeldscherm

Mini-opera Voor de omroepensembles maakten JacobTV en Ilja Leonard Pfeijffer een ‘mini-opera’ over de coronacrisis. Besmettingsgevaar is een metafoor voor onze angst voor de angst.

Componist JacobTV (Jacob ter Veldhuis) en librettist Ilja Leonard Pfeiffer hebben een ‘mini-opera’ gemaakt met de niet mis te verstane titel Besmettingsgevaar. De video van de opera staat sinds maandag online en de aerosolen spatten bijkans van je beeldscherm. Besmettingsgevaar is de recentste toevoeging aan het coronarepertoire van het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor: de omroepensembles willen ook in crisistijd nieuwe muziek in première brengen en vragen daarom componisten en schrijvers te reflecteren op dit tijdsgewricht. Zo maakten componist Martijn Padding en schrijver P.F. Thomése eerder een Kyrie eleison, dat in première ging in tv-programma Podium Witteman.

Besmettingsgevaar vertelt in vijf minuten het verhaal van de Nederlandse reactie op het coronavirus, van laconiek (‘als iedereen zijn handjes wast…’) via geschrokken tot boos. Er is een minister-president (tenor Jan-Willem Schaafsma), een ‘bange vrouw’ (sopraan Tanja Obalski) en een koor van ‘Boze Burgers’, van wie sommige zich in close-up indrukwekkend kwaad maken. Afgewisseld met de studio-opnames zien we archiefbeeld van volle terrassen (bij het woord ‘isolement’) en een video van actrice Sue-Ann Bel, die met een mondkapje op door de straten doolt en eindigt op een nagenoeg lege Dam.

JacobTV gaf de premier de dadendrang van een heldentenor en componeerde voor de ‘bange vrouw’ engelachtige lyriek. De stuwende begeleiding van strijkers en blazers creëert urgentie, het boze koor verandert van mening maar niet van opgewonden toon. Pfeijffer heeft het omslaande publieke sentiment vervat in populistische leuzen: van de woedende roep om volledig isolement tot de al even woedende klacht, enkele weken later, dat de regering het land kapotmaakt vanwege een lullig griepje.

De tekst scharniert op de paradox die Pfeijffer ook in zijn Genuese coronadagboek voor deze krant verwoordt: „Mijn angst is dat ik bang voor alles ben.” Zo is het besmettingsgevaar, behalve een virologische aangelegenheid, bovenal een metafoor voor de manier waarop onze omgangsvormen en vanzelfsprekendheden door het virus worden aangetast.