‘Het systeem’ beval Thijs H. te doden

Strafzaak Drie willekeurige slachtoffers maakte Thijs H. vorig jaar. Volgens hem waren er allerlei tekens die hem opdracht gaven te doden.

Bij de rechtbank in Maastricht op de dag van het begin van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen Thijs H.
Bij de rechtbank in Maastricht op de dag van het begin van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen Thijs H. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Thijs H. doodde begin mei 2019 naar eigen zeggen in opdracht van „het systeem”. Wanen beheersten hem. In kentekens van auto’s, klokken en nieuwsberichten op tv zag hij opdrachten die hij moest uitvoeren. Het kostte op 4 mei een vrouw van 56 in Den Haag en op 7 mei een vrouw (63) en een man (68) in Heerlen het leven op de Brunssummerheide. Toen hij dat natuurgebied verliet, juichten de kentekens hem toe, zo dacht hij op dat moment.

Maandag was de eerste van de vier, mogelijk vijf dagen durende strafzaak tegen H. (28) in de rechtbank in Maastricht. Uit de schets van zijn jeugd rijst het beeld op van een intelligent Limburgs jongetje met een licht gestoorde motoriek, dat daarmee soms werd gepest. Tijdens zijn puberteit werd leren minder belangrijk. H. ging van gymnasium naar havo, zocht graag sensatie, begon wiet te gebruiken en flink te gamen. Na twee pogingen tot hbo-opleidingen ging hij naar de Leidse universiteit.

Eenmaal op zichzelf studeerde hij hard, maar was hij ook druk met andere activiteiten. Hij begon dagelijks twee joints te roken en gebruikte geregeld andere verdovende middelen zoals coke, DMT, XTC, speed en psychedelische truffels.

Ex als jury

In de zomer van 2018 kreeg H. burn-outachtige klachten en leek hij voor het eerst een psychose te hebben. In november van dat jaar deed hij een zelfmoordpoging. Behandelaars schreven medicatie voor tegen ADHD, waardoor zijn eetlust afnam en zijn slaapproblemen toenamen.

H. nam zijn medicijnen niet altijd in, blowde en gebruikte soms andere drugs. Na de dood van een geliefde oom raakte hij snel verder in de war. Hij meende mensen te moeten vermoorden, omdat anders meer familieleden eraan zouden gaan.

Op 4 mei diende hij twee mensen te doden en daarna zou zijn ex, met wie hij had afgesproken, als jury dienen. Die zaterdagmiddag bracht hij zijn eerste slachtoffer, een vrouw die haar hond uitliet in de Scheveningse Bosjes in Den Haag, dertig steek- en drie snijwonden toe. Hij trok haar handschoen uit om een pink af te snijden. Die moest dienen als bewijs voor zijn ex. Uiteindelijk kon hij het niet opbrengen om de vinger in zijn jas te stoppen en gooide hij die weg. H. zei tegen zichzelf: „Dit is nummer een. Laat mij nummer twee zijn.” H. in de rechtszaal: „Ik wilde niet meer verder, werd gek van de wereld waarin ik leefde.” Van het doden van een tweede slachtoffer kwam het die dag niet meer.

Lees ook: Kliniek waar Thijs H. verbleef moet beelden afstaan

Mes uit de keukenla

Zijn ex en zijn ouders (na H.’s terugkeer naar Limburg) zagen de dagen daarna dat het niet goed met hem ging. Geraadpleegde artsen zagen een moeilijk te doorgronden jongeman met psychiatrische problematiek, maar meenden dat er geen sprake was van een psychose.

H. raakte op de avond van 6 mei weer bezeten van het moeten doden. In een tv-uitzending werd hem in code meegedeeld dat hij twee mensen moest vermoorden, omdat anders zijn moeder eraan zou gaan.

De volgende dag ging hij met een mes uit de keukenla van zijn ouderlijk huis de Brunssummerheide op. Bij een eerste doelwit kon hij niet genoeg moed verzamelen. Daarna stak hij een vrouw en een man dood. Tussen de twee in „moest ik even bijkomen, wachten tot ik weer recht voor me uit kon kijken”.

Eigen keuzes

H. beantwoordde de vragen van de rechter over de gebeurtenissen rustig en zorgvuldig formulerend. Het vermoeide hem wel. Tijdens de bespreking van de dood van zijn eerste slachtoffer op de heide viel hij helemaal stil. „Ik kan nu even niet meer”, zei hij.

Het Openbaar Ministerie, dat eerder al twijfels uitte over de ontoerekeningsvatbaarheid van H., stelde tijdens de zitting vragen over de opdrachten die hij kreeg. De twee officieren van justitie wilden weten hoe het kon dat H. dacht hij moest doden, maar toch eigen keuzes maakte. Wel een pink afsnijden als bewijs omdat hij die aan de „jury” moest laten zien, maar die toch niet meenemen. Niet de door ‘het systeem’ gevraagde twee doden in Den Haag, maar het bij een laten. „Ik kon echt niet meer”, zegt H. De rechter: „De hoeveelheid gruwelijkheid werd u te veel?” H.: „Ja.”

Dinsdag komen onder anderen de deskundigen aan het woord die H. onderzochten in het Pieter Baan Centrum.