Opinie

Ehm, ja, en wat vinden Kaag en De Jonge dan precies?

Kandidaten krijgen nauwelijks concurrentie in de strijd om het lijsttrekkerschap. Dat ondergraaft debat in partijen, ziet
Minister Hugo de Jonge (tweede van links) en minister Sigrid Kaag (rechts) in de tuin van het Catshuis tijdens een informele sessie van het kabinet.
Minister Hugo de Jonge (tweede van links) en minister Sigrid Kaag (rechts) in de tuin van het Catshuis tijdens een informele sessie van het kabinet. Foto: BART MAAT/ANP

De timing was uitstekend. Zowel Hugo de Jonge (CDA) als Sigrid Kaag (D66) mochten de afgelopen dagen op zorgvuldig geregisseerde wijze hun kandidaatstelling voor het lijsttrekkerschap van hun partij bekend maken. De wijze waarop ze door hun partij op het schild worden gehesen en het traject dat daaraan voorafging, roepen wel vragen op.

Allereerst: zullen zich nog tegenkandidaten melden? Bij D66 maakten Rob Jetten en eerder al Kajsa Ollongren duidelijk zich niet kandidaat te stellen. Bij het CDA liet de veelgenoemde Wopke Hoekstra weten geen ambitie te hebben; Mona Keijzer meldde zich dinsdag wel aan.

Een spannende strijd tussen kandidaat-lijsttrekkers is niet te verwachten. En daarmee zijn het CDA en D66 weinig uniek. Bij de VVD wijst alles erop dat Rutte voor een nieuwe termijn als premier gaat. En bij vrijwel alle andere partijen staat de nieuwe lijsttrekker al vast. Een strijd binnen partijen tussen kandidaten en stromingen lijkt iets van het verleden te zijn.

Dat is niet alleen bijzonder jammer, maar ook een probleem. Want politiek is niet alleen een strijd tussen partijen om de grootste te worden, maar vooraleer een strijd tussen ideeën. Tussen richtingen en personen die staan voor bepaalde ideeën.

Maar een richtingenstrijd, en een strijd tussen verschillende kandidaten die elk hun eigen visie hebben, wordt steeds meer gezien als iets wat schade toe kan brengen aan partij én kandidaten. Begin er maar beter niet aan, is daarom het devies.

Deze strijd vindt daarmee niet plaats op de voorgrond waar hij thuishoort, maar in achterkamertjes. Daar wordt door het partijapparaat bepaald wie voor de toekomst van de partij de meest geschikte kandidaat is.

Oneliners en algemeenheden

Hebben De Jonge en Kaag dan geen ideeën? Kaag gaf aan te staan voor „nieuw leiderschap, voor een tolerante en inclusieve samenleving”. De Jonge voor „de opdracht om als één samenleving deze crisis te boven te komen”. Ze vervallen daarmee in oneliners en algemeenheden. Ook daarin doen ze weinig onder voor andere (kandidaat-)lijsttrekkers. Wat hun ideeën nu precies zijn, wordt niet duidelijk, terwijl deze toch aan de basis van een kandidatuur zouden moeten staan.

Lees ook deze tv-recensie: De vuurdoop van Sigrid Kaag

Politiek is idealiter primair een strijd tussen ideeën, niet alleen tussen personen. Maar voor de aankomende verkiezingen stevenen vrijwel alle politieke partijen in Nederland af op een geregisseerde presentatie van één kandidaat, waarbij het onduidelijk is voor welke ideeën hij of zij staat, zonder dat er ruimte is voor een inhoudelijk koersdebat of een richtingenstrijd.

Een intern partijapparaat zal op basis van peilingen, focusgroepen en strijd achter de schermen uitmaken welke lijsttrekker de kiezers voorgeschoteld krijgen – niet de leden op basis van inhoud. Voor onze democratie is dat op den duur funest. En het is de vraag hoelang de kiezers – en de 2 procent van de Nederlanders die nog lid zijn van een politieke partij – dit nog accepteren.

Update (23 juni 2020): Dit artikel is geactualiseerd.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.