Commissie moet pensioenruzies oplossen

Pensioenakkoord Bij het overstappen op nieuwe pensioenregels dreigen conflicten tussen werkgevers en vakbonden. Een landelijke commissie moet dan gaan bemiddelen.

Minister Wouter Koolmees stuurde maandag een ‘hoofdlijnennotitie’ naar de Tweede Kamer, met daarin de details van de afspraken die hij maakte met vakbonden en werkgevers.
Minister Wouter Koolmees stuurde maandag een ‘hoofdlijnennotitie’ naar de Tweede Kamer, met daarin de details van de afspraken die hij maakte met vakbonden en werkgevers. Foto Remko de Waal/ANP

De overgang naar een nieuw pensioensysteem kan zomaar tot conflicten leiden tussen werkgevers en vakbonden in een aantal sectoren. Daarom komt er een landelijke commissie die in zulke geschillen bemiddelt en – als dat nog niet helpt – een bindend advies geeft.

Dat staat in een ‘hoofdlijnennotitie’ die minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin staan gedetailleerde afspraken die het kabinet met vakbonden en werkgevers heeft gemaakt over de overgang op nieuwe pensioenregels, nu gepland tussen 2022 en 2026.

De leden van deze landelijke commissie worden benoemd door werkgevers en vakbonden. Ook komt er een onafhankelijke voorzitter.

In de meeste sectoren regelen werkgevers en vakbonden de afspraken over het pensioen in hun collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Zodra de pensioenregels veranderen, moeten zij dus ook gaan bedenken hoe zij de overstap gaan regelen. En dan vooral: hoe zij werknemers gaan compenseren die financieel nadeel ondervinden van de nieuwe regels – vooral veertigers en vijftigers.

Jarenlange discussies voorkomen

Dát deze mensen „adequaat” gecompenseerd moeten worden, staat vast. Als compensatie uitblijft, kunnen de benadeelden waarschijnlijk succesvol protest aantekenen bij de rechter. De vraag is vooral: hoe wordt die compensatie betaald?

Veel pensioenfondsen kunnen dat gemakkelijk regelen, schrijven Koolmees, werkgevers en vakbonden in hun notitie. Want de nieuwe verdeelregels kunnen een hoger beleggingsresultaat opleveren. Maar als dat niet zo gemakkelijk blijkt, zijn er pijnlijke keuzes nodig: dan moet bijvoorbeeld de pensioenpremie omhoog of de pensioenopbouw van werknemers omlaag.

De commissie moet helpen voorkomen dat discussies hierover jarenlang duren, waardoor een fonds niet op tijd – uiterlijk 1 januari 2026 – kan overstappen op de nieuwe regels.

Nadeel toekomstige generaties

Koolmees wilde deze hoofdlijnennotitie naar de Tweede Kamer sturen zodra werkgevers en vakbonden definitief akkoord zouden zijn met de uitwerking van het vorig jaar gesloten pensioenakkoord. Dat zou afgelopen vrijdag zijn.

Maar enkele tientallen actieve vakbondsleden in het FNV-ledenparlement, het machtigste orgaan van de bond, dwongen vrijdag uitstel af van hun beslissende stemming. Die is nu op zaterdag 4 juli. Zij wilden onder meer veel meer documenten en doorrekeningen zien. Ook vakbond VCP had Koolmees gevraagd om alle documenten openbaar te maken.

Lees ook: Wéér onderhandelen over pensioenakkoord? Dat ziet Koolmees niet zitten

Als bijlage heeft Koolmees doorrekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) en dertien pensioenfondsen naar de Tweede Kamer gestuurd.

De CPB-sommen laten zien dat huidige gepensioneerden én werknemers gemiddeld beter af zijn met de nieuwe verdeelregels. Dat geldt dus ook voor jonge werknemers. Maar toekomstige generaties kunnen onder de nieuwe regels juist iets mínder pensioen verwachten dan wanneer alles bij het oude zou blijven.

Dat komt vooral doordat pensioenfondsen nu nog grote financiële buffers moeten aanleggen – straks hoeft dat niet meer.

Die buffers in het huidige stelsel pakken slecht uit voor de werknemers en gepensioneerden van nu. Want zodra de economie weer aantrekt, moeten de beleggingswinsten nog jarenlang gebruikt worden om die anonieme buffers te vullen. Pas als die vol genoeg zit, mag een fonds de pensioenen van mensen verhogen, om die te compenseren voor de inflatie. De meeste pensioenen zijn al zo’n tien jaar niet verhoogd.

Voor toekomstige werknemers zijn de huidige strenge bufferregels juist voordelig. Zij hebben er belang bij dat de generaties voor hen financiële reserves opbouwen waar zij later een beroep op kunnen doen.

Vertraging dreigde

Als het FNV-ledenparlement op 4 juli over de pensioenplannen stemt, is de Tweede Kamer net met zomerreces. Daardoor dreigden de plannen vertraging op te lopen. Koolmees had deze week met de Tweede Kamer willen debatteren, zodat zijn ambtenaren in de zomer konden beginnen met het opstellen van een nieuwe pensioenwet.

Maar volgens betrokkenen is er een oplossing gevonden. Een Tweede Kamermeerderheid is bereid om in de week na de FNV-stemming te vergaderen over het pensioenplan – ook al is dat de eerste week van het reces.