Datacentra Zeewolde vragen twee keer zoveel stroom als Amsterdam

Datacentra Boeren in Zeewolde moeten wijken voor een datacentrum van ongekende schaal. Hier in de Flevopolder botsen twee vergezichten: Nederland als geliefde vestigingsplaats voor datacentra, en de noodzaak om de energieproductie te vergroenen. De regie ontbreekt.

De locatie van het datacentrum dat Polder Networks BV bij Zeewolde wil bouwen. Welk Amerikaans bedrijf achter deze brievenbus-bv schuilgaat, wordt pas bekend als alle vergunningen binnen zijn.
De locatie van het datacentrum dat Polder Networks BV bij Zeewolde wil bouwen. Welk Amerikaans bedrijf achter deze brievenbus-bv schuilgaat, wordt pas bekend als alle vergunningen binnen zijn. Foto Eric Brinkhorst

Op donderdag 4 juni zitten vier boerenfamilies en hun adviseurs in een zaaltje van het gemeentehuis van Zeewolde in Flevoland, een beige jarentachtiggebouw dat net zo oud is als de gemeente zelf. CDA-wethouder voor Economie Egge Jan de Jonge heeft ze uitgenodigd.

In het zaaltje staat een groot scherm. Daarop wordt een vrouw geprojecteerd, ze belt in vanaf huis. Haar achternaam wil ze niet zeggen, en evenmin voor welk Amerikaans bedrijf ze werkt. Wel wil ze graag kennismaken met de boeren, want die moeten verhuizen. De Amerikanen gaan hun akkers kopen en daar een enorm datacentrum op bouwen. De ingehuurde adviseurs van Arcadis zijn al bij de boeren aan de deur geweest.

De boeren turen naar het raam achter de vrouw. Hoe laat zou het bij haar zijn? Ochtend of avond? Zou de westkust van Amerika er zo uitzien? En horen ze nou een Brits accent?

Vrijdag, de dag erna, publiceert de gemeente haar plannen voor het rechthoekige gebied tussen de Hoge Vaart, de Gooiseweg en de Knardijk, waar een „hyperscale data center” moet verrijzen. De uitbater – volgens betrokkenen kaliber Facebook of Amazon – verschuilt zich vooralsnog achter de bedrijfsnaam Polder Networks BV, een recent opgerichte brievenbusfirma gevestigd bij een trustkantoor in Breda.

De huis-aan-huiskrant is er snel bij. „Silicon Valley heeft Zeewolde in het vizier!”, kopt die een paar uur later. Wethouder De Jonge zegt met trots tegen dagblad de Stentor: „Als gemeente Zeewolde gaan we nu in een keer vanuit het niets Champions League spelen”.

En inderdaad: de plannen zijn indrukwekkend. De Amerikanen willen op 166 hectare landbouwgrond een datacentrum bouwen dat zijn weerga in Nederland niet kent. Waar nu graan en tarwe groeien en koeien grazen, staan straks op een lap grond van 332 voetbalvelden vijf „landschappelijk ingepaste” megaloodsen tjokvol computerapparatuur.

Het nieuwe complex krijgt een eigen inrit, grote hekken voor de veiligheid en een imposant, door netbeheerder Tennet aan te leggen, 150 kV-hoogspanningsstation, voor alle elektriciteit die het centrum gaat afnemen. Ook komen er waterpartijen, groenstroken en buizen voor de restwarmte, al weet niemand nog waarheen die moeten leiden, want rond het terrein ligt alleen kaal polderland.

Dat is niet het enige wat Zeewolde te wachten staat. Liander, het regionale broertje van Tennet, praat al langer over de aanleg van nog een 150kV-station in de polder, vlak boven Zeewolde. Daarop moeten de ‘gewone’ datacentra worden aangesloten die zich niet meer in en rond Amsterdam kunnen vestigen, omdat het stroomnet daar vol is. Die aanleg, zo staat het in landelijke en regionale beleidsstukken, past bij het plan om dit stukje Flevopolder om te vormen tot een van de ‘connectivity hubs’ rond Amsterdam.

De schaal is ongekend, zegt Bert Ross, relatiemanager bij Liander: „Veel ambtenaren hebben dat niet in de gaten. Dit nieuwe station levert twee keer zoveel stroom als wat alle inwoners en bedrijven in Amsterdam nu samen in de piek gebruiken. Over het Amsterdamse stroomnet hebben we honderd jaar gedaan, vanaf de eerste aansluiting bij hotel Krasnapolsky. Maar dit moet er over een paar jaar staan.”

Tel daarbij het hyperscale datacentrum op, en Zeewolde (22.309 inwoners, 2.508 bedrijven) trekt over een aantal jaar twee tot drie keer zoveel stroom als de hele stad Amsterdam (862.965 inwoners, 133.000 bedrijven).

Wethouder De Jonge reageert: „Ik weet nog niet hoeveel stroom het hyperscale centrum gaat gebruiken. Maar beide ontwikkelingen sluiten elkaar zeker niet uit. Ze versterken elkaar eerder.”

Lees ook: Gebroken beloftes: hoe de Wieringermeerpolder dichtslibde met windturbines en datacentra

Botsende vergezichten

Net als in de Noord-Hollandse Wieringermeerpolder, waar NRC eerder deze maand over schreef, botsen in de Flevopolder twee economische vergezichten. De eerste is dat Nederland zijn faam als favoriete Europese vestigingslocatie voor datacentra verder weet uit te bouwen. In de recente Ruimtelijke Strategie Datacenters, een ‘routekaart’ van het ministerie van Binnenlandse Zaken, staat dat de centra „de belangrijkste pijler” voor de digitale economie zijn en de „internationale concurrentiekracht van het economisch kerngebied van Nederland” versterken. Gemeenten en provincies moeten met de internetbedrijven onderhandelen waar de centra komen.

Het andere vergezicht is de energietransitie. Gemeenten en provincies moeten van het Rijk de komende maanden honderden hoge windmolens en velden vol zonnepanelen in hun landschap intekenen, om de energieproductie te vergroenen. Deze ‘regionale energiestrategieën’ veroorzaken onrust bij burgers die zich verzetten tegen de komst van in hun ogen hinderlijke wind- en zonneparken.

Beide vergezichten zitten elkaar in de weg, blijkt uit onderzoek door NRC. De groene energiebronnen met bijbehorende infrastructuur en transformatorstations trekken juist grote stroomslurpers als datacentra aan. De komende tien jaar zullen naar verwachting nog zes tot twaalf hyperscales van vooral Amerikaanse multinationals in Nederland worden gevestigd, staat in het bestemmingsplan voor het datacentrum in Zeewolde. De groei is zo sterk dat straks een fors deel van alle in Nederland groen opgewekte stroom naar deze buitenlandse bedrijven gaat.

Een paar rekensommen: in de Wieringermeerpolder wordt in 2030 een verbruik van 3,5 terawattuur per jaar door datacentra verwacht, staat in een rapport van CE Delft – bijna 3 procent van het huidige verbruik van heel Nederland. Landelijk gaan alle datacentra bij elkaar in 2030 omgerekend tot 14 terawattuur per jaar verbruiken, aldus de ‘routekaart’ van het ministerie – bijna 12 procent van het totale huidige stroomverbruik. Alle windmolens en zonneweides die nu in de regio’s worden ingetekend, moeten samen 35 terawattuur opleveren.

Een tweede probleem zijn de kosten. De Amerikaanse computerbedrijven maken goede sier met Nederlandse groene stroom, maar betalen hiervoor nauwelijks meer dan de reguliere stroomprijs. De werkelijke extra kosten van groene stroom worden voor een flink deel opgebracht door Nederlandse huishoudens. Die voeden via een jaarlijks gestegen opslag op hun energierekening – op dit moment zo’n 20 euro per maand – een miljardenpot van waaruit de windmolens en zonneparken worden gesubsidieerd.

Om een indruk te geven: de 91 hoge turbines van windpark Zeewolde, deels pal naast de hyperscale, krijgen de komende vijftien jaar maximaal 923 miljoen euro subsidie. ‘Windplan Blauw’, 61 turbines aan de noordkant van de Flevopolder, ontvangt over deze tijdspanne tot 846 miljoen. Het subsidiebedrag voor ‘Windplan Groen’, 90 turbines aan de oostkant van de polder, is nog niet bekend.

De bedragen en de consequenties voor het stroomnet zijn enorm, maar regie over het samenspel van datacentra en wind ontbreekt – landelijk, provinciaal en gemeentelijk. Zo was de komst van de hyperscale een verrassing voor de netbeheerders, die hun handen al vol hebben aan de geplande datacentra-overloop vanuit Amsterdam. Bert Ross van Liander: „Wij hoorden het van Tennet.”

Andersom hoorde wethouder De Jonge van Zeewolde pas van de Amsterdamse plannen om datacentra naar Flevoland te sturen toen hij zelf al druk bezig was met het binnenhalen van de hyperscale.

Pioniersgeest van Zeewolde

Maar Zeewolde ziet vooral de kansen. Cees Steijger, die Zeewolde Zakelijk – het grondbedrijf van de gemeente – van adviezen voorziet, zegt dat „de wereld verbaasd zal staan”. „De pioniersgeest heerst hier nog. Wij krijgen grote dingen voor elkaar, voor grote bedrijven. In de logistiek, maar ook in de data en groene energie,” aldus de geboren netwerker en gewezen VVD’er, in 2018 lijsttrekker voor de lokale partij Zeewolde Liberaal.

Ook in de bouwplannen die de komende zes weken ter inzage liggen, valt te lezen waarom Zeewolde de perfecte locatie zou zijn voor het grootste datacentrum van Nederland. In het kort: de enorme lap beschikbare grond, over te nemen van vier boeren. Het hoogspanningsnet, dat vlak langs dit kavel loopt. En ook: alle nieuwe windmolens in de polder.

Zeewolde is zo aantrekkelijk, schrijft Arcadis in de plannen, omdat er momenteel niet genoeg capaciteit is „om het overschot aan opgewekte elektriciteit op het elektriciteitsnet te leveren”. Er is te veel lokale stroom, en datacentra zijn de oplossing. Wethouder De Jonge: „De aanwezigheid van groene stroom was een van de redenen voor de vestiging van het bedrijf.” 

Landschapsvervuiling door al die blokkendozen vol computers is geen punt, aldus Arcadis. Er komen toch al heel veel windturbines vlakbij. Volgens hetzelfde stuk zal de gemeente zich „welwillend” opstellen en krijgt de multinational een eigen toegangsweg.

Ook houdt Zeewolde zich strikt aan de afgesproken geheimhouding. Pas als alle contracten zijn getekend en de gemeenteraad heeft ingestemd, mag Nederland weten welke computergigant naar de polder komt. Niet gek, vindt de wethouder. „Ik snap dat het aardig is om de naam van het bedrijf te kennen, maar voor de procedure is dat niet belangrijk.”

Werkgelegenheid – een vaak genoemd motief om multinationals naar binnen te halen – speelt een kleinere rol. Arcadis schat dat het centrum circa honderd voltijdbanen zal opleveren. Of er iets met de restwarmte gebeurt, blijft gissen. Arcadis: „Op dit moment is nog onvoldoende bekend welke alternatieven haalbaar en realistisch zijn.”

Aan het laatste knelpunt, de geplande aanleg van een 150kV-elektriciteitsstation op het terrein van het datacentrum, besteedt Zeewolde hoegenaamd geen aandacht. Dat is een taak van Tennet. De beheerder van het landelijke stroomnet heeft aansluitplicht en is wettelijk verplicht de enorme extra stroomvraag in Zeewolde te regelen – of dat nu uitkomt of niet.

Windmolens van 200 meter

Kor Buitendijk ziet het misgaan. De projectmanager ruimtelijke vraagstukken bemoeit zich in de kop van Noord-Holland met de regionale energiestrategie. Volgens Buitendijk gebeurt in de Flevopolder precies hetzelfde als in zijn regio: „Ik snap dat computerbedrijven graag communiceren dat hun diensten CO2-neutraal zijn. Zij kunnen dat zeggen dankzij Nederlandse groene energie. Maar de burgers moeten dat betalen én tegen alle windmolens aankijken. Die combinatie is slecht voor het draagvlak.”

Dat draagvlak staat inderdaad onder druk, bijvoorbeeld bij Windplan Groen – een van de grote nieuwe windparken in de Flevopolder. Afgelopen vrijdag stonden de initiatiefnemers van dat park bij de Raad van State tegenover een groep omwonenden. Die verzetten zich onder meer tegen het feit dat een aantal circa 200 meter hoge molens dicht bij dorpskernen in de polder, zoals Biddinghuizen, zijn ingetekend.

Volgens de tegenstanders zijn er allerlei foefjes gebruikt om het park gerealiseerd te krijgen. Een saillant voorbeeld: de manier waarop het tekort aan stikstofrechten voor de bouw van het park werd opgelost, met medeweten van de provincie. Om het tekort op te lossen, kochten de initiatiefnemers van het park twee leegstaande kippenstallen in de polder. Die hebben zij gauw gevuld met eenden. Zodra begonnen wordt met de bouw van het windmolenpark, moeten die eenden er uit. De stikstofpunten die deze handeling oplevert, maken de bouw van het windpark mede mogelijk. De verantwoordelijke provinciebestuurder noemde deze constructie in de Stentor „geen truc”, maar „mazzel” voor de windmolenbouwers.

Protesteren op het Malieveld

De boeren die straks moeten wijken voor het megadatacentrum van de Amerikanen kunnen het maar moeilijk bevatten. „Het was best gek om van de wethouder en die vrouw op de video te horen wat de plannen waren met ons land,” vertellen twee boeren bij wie NRC vorige week op de stoep stond. Ze hebben ingestemd met mediastilte, om de door Arcadis begeleide onderhandelingen over de uitkoop niet te verstoren.

Maar één ding willen ze wel kwijt. Voor corona uitbrak stonden zij op het Malieveld, om te protesteren tegen het agrarisch beleid. „Wij hebben een stel koeien, en die krijgen van alles de schuld: van de milieuproblemen tot de opwarming van de aarde. Maar hoezo moeten wij met onze koeien weg voor een Amerikaanse datacentrum, dat zo gigantisch veel stroom en ruimte gebruikt?”

Reageren? onderzoek@nrc.nl