Wie maakt de meeste kans op de Libris Literatuurprijs?

Voorbeschouwing Deze maandag wordt op tv bij Nieuwsuur de winnaar van de Libris Literatuurprijs (50.000 euro) bekendgemaakt. De shortlist is opvallend sterk.

Portretfoto’s Frank Ruiter, Keke Keukelaar, Annaleen Louwes, Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, Koos Breukel

Geen feestelijk diner, geen live-uitzending vanuit het Amstelhotel, maar een video-verbinding met zes schrijvers, die deze maandagavond thuis of bij hun uitgeverij afwachten of zij de Libris Literatuurprijs 2020 ontvangen. Met een coronavertraging van zes weken wordt de winnaar van de invloedrijkste Nederlandse romanprijs (50.000 euro) bekendgemaakt op tv bij Nieuwsuur.

Wordt het Manon Uphoff? Zij geldt als grote favoriet van de zes genomineerden auteurs – dit jaar drie vrouwen en drie mannen. Uphoffs roman Vallen is als vliegen werd ontvangen als meesterwerk en overweldigend vaak genoemd in eindejaarslijstjes – al moest het afgelopen najaar wel de BookSpot Literatuurprijs aan zich voorbij zien gaan. Die kreeg Wessel te Gussinklo, voor De hoogstapelaar, wat ook geen gekke keuze was, want een erg goed boek. Beide romans kregen in NRC-recensies de maximale vijf ballen, net als twee mede-kanshebbers op de Libris-shortlist, Liefde, als dat het is van Marijke Schermer en Uit het leven van een hond van Sander Kollaard.

Een opvallend sterke shortlist dus: de laatste twee kanshebbers, Zwarte schuur van Oek de Jong (4 ballen) en Nachtouders van Saskia de Coster (3 ballen), konden daarnaast in andere kranten op de hoogste lof rekenen. De Costers boek is misschien het onevenwichtigst: in autobiografische fictie verwerkte de auteur haar vragen over niet-biologisch moederschap – met stilistische bravoure, maar herhalingen en een teveel aan constructie maken het minder onontkoombaar dan je zou hopen.

Soeverein en levendig tekende De Jong een klassiek aandoend portret van een kunstschilder die bepeinst hoe zijn leven gevormd is door een gebeurtenis uit zijn jeugd. In Zwarte schuur komen bovendien „veel vertrouwde elementen uit De Jongs monumentale oeuvre” samen, aldus de jury.

Lees ook het dubbelinterview met Oek de Jong en zijn redacteur Tilly Hermans: ‘Soms zie ik je heel moe worden, Tilly, maar ik kan niet anders’

Jury zoekt oeuvrehoogtepunten

Zo’n argument telt. Alfred Birney (De tolk van Java, 2017), Adriaan van Dis (Ik kom terug, 2015), A.F.Th. van der Heijden (Tonio, 2012) en Rob van Essen (De goede zoon, 2019) kregen allen de Librisprijs met boeken waarin hun oeuvre samenkwam én waarmee ze zichzelf overtroffen – wat nog iets anders is dan dat ‘vertrouwde elementen’ erin te herkennen zijn. Eigenwijze jurykeuzes, zoals in 2018 voor Wees onzichtbaar van Murat Isik, zie je vooral in jaren zónder onbetwiste oeuvrehoogtepunten. Dat lijkt, ondanks de jaarlijks ververste jury, een onveranderlijke dynamiek van deze prijs.

In die zin lijken Schermer en Kollaard nu minder kansrijk. Schermer imponeert met de even meeslepende als analytische liefdesmozaïek Liefde, als dat het is en Kollaard verraste met het even melancholische als montere Uit het leven van een hond. Sterke romans, uitstekend geschreven, maar voor beide schrijvers hopelijk nog niet het toppunt van hun oeuvre.

Dat was voor Oek de Jong zijn vorige roman Pier en Oceaan (2012) misschien nog wel meer dan Zwarte schuur is. En dat zou De hoogstapelaar wél kunnen zijn voor de 79-jarige Wessel te Gussinklo – al verschijnt dit najaar nog het sluitstuk van zijn cyclus over Ewout Meyster, die in de genomineerde roman als jongvolwassene zijn onzekerheid maskeert met manipulatie. Het is ook een boek dat de meningen verdeelt: groots bewierookt door critici, maar nog geen lezersfavoriet. Er is een literaire trip te beleven in Ewouts gedachtenstroom, voor „wie zich weet over te geven”, waarschuwt de jury. En het won al de 50.000 euro grote BookSpot Literatuurprijs.

Wat dat betreft heeft Manon Uphoff nu de beste kaarten, en niet alleen omdat er wel weer eens een vrouw mag winnen: dat zou voor de vierde keer zijn in 27 jaar Librisprijs. Vooral is Vallen is als vliegen het boek dat Uphoff maar één keer zal schrijven, een culminatie van en kroon op haar eerdere werk. Hier vond ze een glorieus lyrische vorm voor een trauma dat haar jarenlang achtervolgde, een „geenszins unieke geschiedenis”, zoals ze zelf zegt, die ze optilde tot baanbrekende literatuur. Ze puurde grote schoonheid uit gitzwartheid, beantwoordde de levenslange belediging van het seksueel misbruik door haar vader met een „krachtige, genuanceerde en verraderlijk knap geconstrueerde roman”, aldus de jury. Geschreven met „literaire meesterhand” bovendien. Als Uphoff niet wint, zou dat ergens onrechtvaardig voelen.