Sigrid Kaag: de ex-diplomaat die nog moet wennen aan Nederland

Profiel Sigrid Kaag meldt zich voor het lijsttrekkerschap van D66. Progressieve kiezers zien in haar de eerste vrouwelijke premier. Maar Kaag heeft vooral een internationaal profiel.

Sigrid Kaag kandideert zich als lijsttrekker voor D66
Sigrid Kaag kandideert zich als lijsttrekker voor D66 Foto Ringel Goslinga/Lumen

Op het partijcongres van D66 in maart 2018 trad Sigrid Kaag op, toen nog niet zo lang minister namens deze partij. De bedoeling was dat ze als tafeldame zou aanschuiven bij gespreksleider Martijn de Greve, in een De Wereld Draait Door-achtige sfeer. Kaag stemde toe. Maar een minuut voordat Kaag op moest, vroeg ze aan De Greve: „Dat programma, De Wereld Draait Door, wat is dat precies?”

Het verhaal, opgerakeld door De Greve tijdens Operatie Interview in De Balie, onthulde twee dingen die karakteristiek zijn voor Sigrid Kaag. Ze had zo lang niet in Nederland gewoond, dat er een flinke afstand was ontstaan tussen haar en haar geboorteland. Maar het toonde ook haar afkeer aan van de schone schijn die bij politiek hoort. De meeste politici zouden een medewerker vooraf hebben gevraagd precies uit te zoeken wat dit programma is, zodat ze niet in verlegenheid gebracht zouden worden.

Sigrid Kaag (58) heeft nooit een geheim gemaakt van haar grote ambities. Ze vindt het bekrompen, laat ze vaak doorschemeren, om daar geheimzinnig over te doen. Openlijk speculeerde ze de afgelopen maanden over een eventueel lijsttrekkerschap van D66. Deze zondag maakte ze haar kandidatuur bekend. In een brief aan de leden schrijft ze: „Voor mij is politiek durven. Overtuigen. Niet schuilen achter draagvlak, maar het zelf creëren. Niet schreeuwen, maar luisteren. Niet volgen, maar leiden.”

Persoonlijke lessen

In de Abel Herzberg-lezing van 2018 verwees Kaag naar de lessen uit haar persoonlijke leven. Kaag groeide op in een rooms-katholiek gezin, waar ze moest „leren omgaan met een gevoel van onmacht, met de kwetsbaarheid van het leven”. Haar broertje overleed toen ze zes was. Haar ouders werden ziek, waarna Kaag in een pleeggezin belandde. Sigrid Kaag leerde in haar jeugd, zei ze, „alles uit het leven te willen halen wat erin zit”.

Wel waren politieke bondgenoten en rivalen (binnen en buiten D66) lange tijd onzeker over de vraag waar haar grote ambities zouden liggen. Ze vond het óók „hartstikke eervol” dat ze in mei genoemd werd als mogelijke nieuwe directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Over de Verenigde Naties, lange tijd haar werkgever, zei ze vorig jaar: „Daar zijn niet zoveel hoge banen meer voor mij over, behalve secretaris-generaal.”

De vraag die in Den Haag vaak gesteld werd: is het Binnenhof niet te klein voor haar? Interesseren onderwerpen als stikstof of het pensioenstelsel haar wel? Zelf zei ze vorig jaar: „Ik woon dichtbij Madurodam. Als ik daar voorbij rijd, vraag ik mezelf af waarom we onszelf toch steeds aan het verkleinen zijn. We kunnen toch veel meer? We staan in Nederland toch ergens voor?”

Kaag studeerde onder meer in Egypte en Engeland. Ze ging werken voor Shell, stapte over naar het ministerie van Buitenlandse Zaken, en ging in 1994 voor de VN werken. Ze begon bij hulporganisatie UNRWA in Jeruzalem, waar ze met haar Palestijnse man ging wonen. Daarna klom ze snel op in de organisatie. In 2013 en 2014 leidde ze als onder-secretaris generaal van de VN, de missie voor de vernietiging van chemische wapens in Syrië – een missie met enorme geopolitieke gevoeligheid. Het gaf haar internationaal een groot profiel, mede omdat ze vloeiend Arabisch spreekt.

In 2017 werd Kaag gevraagd toe te treden tot het kabinet-Rutte III. De post van minister van Buitenlandse Zaken was niet vrij: die had de VVD al binnengehaald. Kaag kreeg Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Een post met minder prestige, maar wel één waarin Kaag in de luwte kon werken aan haar politieke profiel.

Moeizaam een plek vinden

Kaag liet openlijk merken dat het Binnenhof naar haar smaak te veel naar binnen gericht is. Tijdens de laatste Algemene Politieke Beschouwingen, vorig jaar september, viel het haar vanuit ‘vak K’ op dat de fractievoorzitters in het belangrijkste debat van het jaar, volgens haar telling, in totaal twee vragen aan premier Rutte (VVD) stelden over buitenlandse zaken.

Een plek vinden in Nederland ging met vallen en opstaan, liet ze in interviews vaak optekenen. Twee keer keerde ze terug naar Nederland, na haar studie en na haar VN-periode, en beide keren voelde ze zich eenzaam. Tijdens de Preek van de Leek zei ze eind vorig jaar: „Het viel mij op hoe moeilijk mensen het vinden om ruimte in hun levens te maken voor anderen, die er niet meteen bij passen.” Toen ze in 2017 terugkeerde, was ze zelf ook veranderd. Tijdens De Nacht van NRC zei ze vorig jaar: „Ik ben erg veranderd. Je draait formeel helemaal mee, maar je voert een voortdurend gesprek met jezelf over wat je ziet en voelt. De Nederlandse directheid was ik ontwend. Ik ben op een leeftijd dat ik daar ook geen zin meer in heb. Je wordt militanter.”

Ze kreeg te maken met grote aandacht voor haar privéleven. Haar man Anis al-Qaq, met wie ze vier kinderen heeft, is een voormalig ambassadeur en onderminister in de Palestijnse regering in Ramallah. Het leidde rond haar aantreden tot een campagne van onder meer Likoed Nederland (dat haar „terroristenvereerder” noemde) en PVV-leider Geert Wilders. Dit, zei ze op de Nacht van NRC, „raakte het diepste van mijn integriteit en die van mijn man en kinderen. Het was het ergste plaatje van Nederland.”

Tegen populisme

Kaag verstaat als minister de kunst een taal te spreken die net abstract genoeg is om haar in de coalitie niet in de problemen te brengen, maar die haar publiek feilloos verstaat. In lezingen keerde ze zich tegen wegkijken bij populisme, islamofobie en identiteitspolitiek. In de Abel Herzberg-lezing zei ze: „Die stilte, de stilte van het wegkijken, is onheilspellend. Die stilte kan langzaam maar zeker aanzwellen tot collectief zwijgen. Een zwijgen dat uiteindelijk oorverdovend kan worden. Dat maakt dat we de risico’s in onze samenleving niet meer zien.” Zonder ze te noemen, was het publiek duidelijk dat ze zich keerde tegen PVV en FVD.

Interessant is dat Kaag, hoewel ze een seculiere partij vertegenwoordigt, haar rooms-katholieke geloof veelvuldig benoemt. Tijdens de Preek van de Leek zei ze eind vorig jaar: „Er wordt vaak gezegd dat wij alleen de wereld inkomen, en er ook alleen weer uitgaan. Ik vrees dat dit waar is, maar dat wij op onze weg wel verlichting kunnen vinden in elkaar en in God.”

D66’ers hopen met Sigrid Kaag een premierskandidaat te hebben gevonden, en partijleden verspreiden dat verhaal gretig. Veel (progressieve) kiezers willen graag voor het eerst een vrouwelijke premier, dus de partij hoopt kiezers weg te lokken bij bijvoorbeeld GroenLinks en PvdA. Tegelijkertijd: D66 staat in de Peilingwijzer op dit moment op tien tot twaalf Kamerzetels. Nu heeft de partij er negentien.

Lees ook deze reportage over Kaags lezing bij het CIDI. ‘Als Kaag antwoordt, is de kritiek weg’