Een eerste profcontract tekenen, als je vijftien bent? Dat kan nu ook in Nederland

Voetbal Om Nederlandse jeugdopleidingen beter te beschermen tegen clubs in het buitenland, kunnen talenten nu al op hun vijftiende een contract tekenen. „Die centjes gaan naar zijn spaarrekening.”

AZ-spits Myron Boadu, hier op zestienjarige leeftijd, tijdens een training. Hij tekende dat jaar zijn eerste profcontract bij de club. Afgelopen seizoen brak hij door.
AZ-spits Myron Boadu, hier op zestienjarige leeftijd, tijdens een training. Hij tekende dat jaar zijn eerste profcontract bij de club. Afgelopen seizoen brak hij door. Foto Soenar Chamid/Hollandse Hoogte

Opgetogen staat Myron Boadu in de persruimte van het AZ-stadion. Hij heeft zijn hele familie meegenomen, trots als hij is. Hij tekent zijn eerste profcontract, voor drie jaar. Het is juni 2017. Diverse Europese topclubs zitten dan al langer achter het supertalent aan. Maar Boadu blijft bij AZ, waar hij de jeugdopleiding heeft doorlopen. „Ik heb hier de meeste kans om het eerste te halen en mij vanaf daar door te ontwikkelen tot een van de beste spelers ter wereld”, zegt de jonge spits tegen het clubkanaal. „Want dat is mijn doel.”

Boadu is dan zestien. Bij de contractondertekening zit Max Huiberts naast hem. De directeur voetbalzaken van AZ is opgelucht. Ze hebben een van de kroonjuwelen van de opleiding weten te behouden.

Dat is niet vanzelfsprekend, weet Huiberts. Buitenlandse clubs, met name uit Engeland, trekken steeds nadrukkelijker aan de beste talenten uit de opleiding. Voornaamste reden is de forse verlaging van de internationale opleidingsvergoeding: van 90.000 naar 10.000 euro per opleidingsjaar, voor de leeftijd van twaalf tot en met vijftien.

Kleine clubs komen scouten

Wereldvoetbalbond FIFA besloot dit in 2014, zonder enige ruggespraak. Tot frustratie van landen die het juist moeten hebben van de jeugdopleiding – zoals Nederland. „Het is de reden dat veel meer kleinere clubs aan het scouten zijn in Nederland”, zegt Huiberts nu. „Vroeger waren het alleen Arsenal, Manchester United, Bayern München, Real Madrid, Juventus. Nu zie je ook Wolverhampton Wanderers en Coventry City bij ons op de tribune zitten.”

Zo raakte AZ in 2017 het toen zestienjarige talent Manuel Pherai kwijt aan Borussia Dortmund, een contractaanbieding van de Alkmaarse club ten spijt. De opleidingskosten die zij voor een jeugdspeler maken, liggen rond de 25.000 euro per jaar. Huiberts: „De echte waarde, sportief en financieel, wordt pas gecreëerd als ze in het eerste spelen en niet al op vijftien- of zestienjarige leeftijd. Dit is het model waar bijna alle Nederlandse clubs van leven.”

Om de Nederlandse jeugdopleidingen beter te beschermen tegen het buitenland, is nu een verandering doorgevoerd in de reglementen van de KNVB. Clubs kunnen talenten per heden al op hun vijftiende een profcontract aanbieden, waar de leeftijdsgrens tot voor kort op zestien lag. Dit besluit wordt dinsdag bekrachtigd tijdens de bondsvergadering van de KNVB.

Lees ook deze reportage over stress bij jonge voetballers in de jeugdopleiding

Hiermee wordt tegemoet gekomen aan een lang gekoesterde wens van betaaldvoetbalclubs. Nederland liep op dit gebied achter op het buitenlandse voetbal. Zo kunnen jonge voetballers in België sinds 2018 op hun vijftiende een contract tekenen, en in Engeland bestaan ook manieren om talent op die leeftijd vast te leggen.

In Nederland zijn vijftienjarigen vrij om een arbeidsovereenkomst aan te gaan, zolang het om „licht, niet-industrieel werk” gaat, zoals vakken vullen, de krant bezorgen of groenten en fruit plukken. Een contract bij een voetbalclub wordt nu onder die categorie geschaard: een bijbaantje.

„Al jaren zeiden wij dat de reglementen van de KNVB niet synchroon liepen met wat volgens het arbeidsrecht mogelijk is in Nederland”, zegt directeur Serge Rossmeisl van de FBO, de federatie die de belangen behartigt van profclubs en ze ondersteunt op juridisch gebied.

Nadat het in België werd ingevoerd, kwam de discussie hier los onder clubs, zegt Rossmeisl. „Waarom doen wij dat ook niet?” Vervolgens is het meegenomen in de zogeheten veranderagenda, een pakket aan maatregelen om het Nederlands profvoetbal sterker te maken.

Arbeidstijdenwet

Clubs zijn, volgens de arbeidstijdenwet, wel gebonden aan verschillende regels bij vijftienjarigen. Als een overeenkomst wordt gesloten moeten ouders schriftelijke toestemming geven. Het contract mag maar voor maximaal twaalf uur per week. En na zeven uur ’s avonds moeten de spelers rust krijgen.

Daarnaast is bepaald dat zaakwaarnemers werkzaamheden mogen verrichten voor spelers zodra die de leeftijd van veertien jaar en zes maanden hebben bereikt. In de oude regels was dit bij vijftien jaar en zes maanden. De praktijk is al dat talenten – vaak via hun ouders – op zeer jonge leeftijd worden benaderd.

Huiberts hoort „de gekste verhalen” over jeugdspelers die, vooral via social media, worden gepolst door zaakwaarnemers. Soms wordt een mooie club in het buitenland in het vooruitzicht gesteld. Dat gaat nu misschien op nog jongere leeftijd gebeuren, zegt hij. „Je moet met z’n allen de vraag stellen of je dat verantwoord vindt. Het gaat namelijk om andere bedragen dan een baantje bij de supermarkt.”

Wat jeugdspelers betaald krijgen, kan per club sterk verschillen. Het wettelijk minimumloon voor vijftienjarigen is vastgesteld op 504 euro per maand op basis van een volledige werkweek – een maximum bestaat niet.

Huiberts oppert het idee voor een salarisplafond bij jeugdspelers. „Je zou als sector kunnen nadenken over: vinden wij het normaal dat een spelertje van tussen de vijftien en zeventien meer verdient dan bedrag x? Als we dat met z’n allen niet normaal vinden, zou je kunnen afspreken dat je een maximaal bedrag kan verdienen tot en met je zeventiende.”

Gevolg kan zijn dat spelers minder van club en opleiding wisselen. Huiberts: „Als je overal financieel hetzelfde contract kan tekenen dan wordt het lobbyen met spelers in deze nog jonge leeftijdscategorie waarschijnlijk iets minder.”

Jeugdspelers worden via social media gepolst, soms wordt een buitenlandse club in het vooruitzicht gesteld

Het verjongen van de leeftijdsgrens voor het tekenen van een contract, roept de vraag op in hoeverre dit pedagogisch verantwoord is. Brengt het niet ongewenste druk met zich mee op te jonge leeftijd?

Rossmeisl trekt daarin een duidelijke lijn: „Als het arbeidsrechtelijk is toegestaan, dan zou ik niet weten waarom een betaaldvoetbalclub niet een arbeidsovereenkomst mag aangaan, maar een restaurant wel, waar je staat af te wassen tot de laatste klant weg is.”

Wat is nou mooier dan „een contractje” krijgen van je club, zegt Miranda Speksnijder, moeder van het vijftienjarige Ajax-talent Rico Speksnijder. „Die jongens doen er zoveel voor, ze zitten bijna zes dagen op de club. Bij zo’n grote club voetballen is al geweldig, maar als je dan een beloning krijgt met zo’n contract, denk ik niet dat ze daar heel veel druk bij voelen. Ze willen nog harder werken, om beter te worden, maar niet met de druk van een ‘echt’ contract.”

Zij en haar man bespraken de nieuwe regels, waar Rico met zijn leeftijd binnen valt. „Als hij een contract zou mogen tekenen, zouden die centjes naar zijn spaarrekening gaan, zodat hij er in de toekomst wat aan heeft. Want een voetbalavontuur van een gastje van vijftien, kan over twee jaar ook weer over zijn.”

Ze denkt dat jongeren, door het tekenen van een jeugdcontract, beter leren omgaan met geld. Ook als voorbereiding op de toekomst, wanneer een speler mogelijk een financiële klapper maakt. Of Rico nu op zijn vijftiende al een contract zal tekenen bij Ajax, weet ze niet; het is nog niet aan de orde.

Lobby bij de FIFA

Contracten met jeugdspelers kunnen maximaal voor drie jaar worden afgesloten, zo heeft de FIFA bepaald. Nederlandse clubs zouden graag zien dat dit voor vijf jaar kan, wat volgens het Nederlands arbeidsrecht ook mogelijk is, zegt Rossmeisl. Die lobby is ook gevoerd, maar is niet geslaagd: de FIFA is onvermurwbaar.

Het probleem nu, legt Huiberts uit: als je als club een driejarig contract afsluit met een speler van vijftien, moet op zijn zeventiende worden bekeken of hij in aanmerking komt voor contractverlenging. Te vroeg, vindt Huiberts. „Dan weet ik vaak nog helemaal niet of hij het niveau en de weerstand bij het eerste aankan, en of je hem een beter contract wil geven.”

AZ was weliswaar voorstander van het vervroegen van de contractleeftijd naar vijftien, maar wel onder voorwaarde dat een contract ook voor vijf jaar kan worden afgesloten. Dat dit niet is gelukt, noemt Huiberts „jammer”.