Datacentra Zeewolde vragen twee keer zoveel stroom als Amsterdam

Megadatacentra Tot 2030 moeten er „zes tot twaalf” megadatacentra in Nederland komen. Hun groene stroom wordt betaald door de burger.

Tussen Knardijk Baardmeesweg en Gooiseweg in Zeewolde komt een datacentrum.
Tussen Knardijk Baardmeesweg en Gooiseweg in Zeewolde komt een datacentrum. Foto Eric Brinkhorst

De nieuwe datacentra die in de polders rond de kleine gemeente Zeewolde staan ingetekend vragen rond 2030 twee tot drie keer zoveel stroom als de hele stad Amsterdam. Dat blijkt uit onderzoek van NRC. Landelijke regie op de explosieve stijging van de stroomvraag ontbreekt.

Lees ook: Zeewolde speelt straks Champions League – met stroomverbruik

Eerder deze maand maakte Zeewolde bekend dat in de gemeente het grootste hyperscale-datacentrum van Nederland moet verrijzen, van een vooralsnog onbekende Amerikaanse multinational. De gemeente wil pas bekendmaken welk bedrijf naar de Flevopolder komt als de gemeenteraad heeft ingestemd en de vergunningen onherroepelijk zijn.

‘Hyperscales’ zijn enorme datacentra waar gegevens van bedrijven als Google, Facebook en Amazon worden verwerkt en opgeslagen. In de stukken die Zeewolde ter inzage heeft gelegd om de komst van het internetbedrijf voor te bereiden staat dat er tot 2030 nog „zes tot twaalf” van dit soort centra in Nederland zullen komen.

De komst van de multinational naar de Flevopolder staat los van de vergevorderde plannen om tussen Almere en Zeewolde ruimte te creëren voor een groot aantal ‘reguliere’ datacentra. Nieuwbouw dichter bij Amsterdam is niet mogelijk, omdat daar te weinig capaciteit op het stroomnet is.

De hausse aan bouwplannen in de Flevopolder zorgt nu al voor problemen op het stroomnet. „De vraag naar stroom voor datacenters is ongekend. Veel ambtenaren hebben dat niet in de gaten,” zegt Bert Ross van netbeheerder Liander, dat voor de reguliere datacentra een station met twee keer de capaciteit van Amsterdam gaat bouwen in de Flevopolder. De hyperscale bij Zeewolde krijgt een eigen aansluiting met nog onbekende capaciteit, aangelegd door landelijk netbeheerder Tennet.

De centra vestigen zich graag in de buurt van bronnen van groene energie. Dat scheelt transportkosten van elektriciteit, is goed voor het groene imago en is financieel aantrekkelijk. De Amerikanen betalen in Nederland de reguliere prijs voor groene stroom, plus een kleine opslag.

Microsoft, dat in de kop van Noord-Holland een enorm datacentrum ontwikkelt, koopt bijvoorbeeld stroom in bij het naastgelegen Windpark Wieringermeer. Dat past bij zijn ambitie om binnen één decennium ‘volledig CO2-neutraal’ te werken. Google heeft vergelijkbare doelstellingen en neemt voor zijn hyperscale-datacentrum in de Eemshaven opgewekte zonne- en windenergie af.

Ook voor het nieuwe megadatacentrum in de Flevopolder is het aanbod van lokaal opgewekte windenergie een belangrijke vestigingsfactor, zegt Egge Jan de Jonge (CDA), wethouder Economische Zaken van Zeewolde.

Het opwekken van groene stroom wordt deels gesubsidieerd door Nederlandse huishoudens. Die betalen via hun stroomrekening op dit moment zo’n 20 euro per maand om nieuwe zonneweiden en windmolens mogelijk te maken.

Regio’s moeten binnenkort nieuwe locaties voor groene energieproductie aanwijzen. Daarbij moeten ze rekening houden met de groeiende datacentrasector, staat in een ‘routekaart’ die het ministerie van Binnenlandse Zaken vorig jaar liet opstellen.

Volgens Kor Buitendijk, in Noord-Holland betrokken bij de energiestrategie, is de claim van datacentra op groene stroom slecht voor het draagvlak van de energietransitie. „Dankzij de Nederlandse groene stroom kunnen de Amerikaanse computerbedrijven zeggen dat hun diensten CO2-neutraal zijn. Maar de Nederlandse burgers betalen mee aan hun groene stroom en hebben bovendien de lasten van alle windmolens en zonneparken.”

Zeewolde speelt Champions League – qua stroomverbruik pagina 6-7