Opinie

Spion

Dagboek Coronavirus

‘Er gaan dagen voorbij dat ik er niet meer aan denk”, zei Sara, de restauratrice van onze fresco’s, tijdens het diner op het plein, om vervolgens door de ober te worden terechtgewezen omdat zij, hoewel we het er net nog over hadden gehad, vergeten had haar mondkapje voor te binden toen zij opstond en naar binnen ging om haar handen te wassen. We noemen haar Sara Buffa om haar te onderscheiden van Stella’s zus en van onze Milanese vriendin Sarah Parker, die wij Sarah Parker noemen en die nog steeds denkt dat wij niet weten dat ze voor de geheime dienst werkt.

We hebben het virus nooit gezien, maar als een spion die zich opvallend verborgen houdt, was het enorm aanwezig. Nu lijkt het verdwenen te zijn, maar ook dat kunnen we niet zien. Na ons maanden te hebben verstopt voor een onzichtbare dreiging hebben we bereikt dat de dreiging niet meer zichtbaar is.

Ik denk niet dat ik kan zeggen dat er sinds begin maart een dag is geweest waarop ik niet aan het virus heb gedacht. Ik weet het wel zeker. Dat komt voor een deel door dit dagboek. Maar het komt ook doordat ik dagelijks omringd ben door mensen die bang zijn voor het virus en de gevolgen van alles.

Zoals de mensen die over straat gaan halve gezichten hebben, zo is het hooguit voor de helft weer geworden zoals het vroeger was. De andere helft is angst, die de gedaante aanneemt van plastic en plexiglas en die ruikt naar ontsmettingsmiddel. Ik hoop dat er een dag komt dat ik er niet meer aan denk.

„Het lijkt intussen allemaal zo normaal”, zei Stella’s moeder toen we vandaag koffie dronken aan een geïsoleerd en rigoureus gedesinfecteerd tafeltje bij Pasqualini op Via Ceccardi, „maar het is absurd”.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.