Opinie

Onafhankelijk onderzoek naar aanpak van coronacrisis moet direct beginnen

pandemie

Commentaar

Aanstaande maandag is het precies vijf maanden geleden dat toenmalig minister Bruno Bruins (Medische Zorg, en Sport, VVD) de Tweede Kamer in een brief informeerde over „een uitbraak van een nieuw coronavirus” in de Chinese stad Wuhan. De kans dat dit virus naar Europa komt is „klein”, stelde de minister sussend, zich daarbij baserend op het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding. De Tweede Kamer reageerde navenant. Er was geen reden voor „paniek”, aldus het Kamerlid Henk van Gerven (SP) eind januari. Hij vertolkte hiermee het gevoel van de overgrote meerderheid van het parlement die het verzoek van Kamerlid Thierry Baudet (FvD) om een spoeddebat over de dreigende dodelijke ziekte afwees.

Het vervolg is bekend. Het virus kwam dus wel naar Europa en heeft ongenadig hard toeslagen; niet in het minst in Nederland. De hausse aan besmettingen en dodelijke slachtoffers is inmiddels voorbij – althans in dit deel van de wereld – maar dat het grootste leed nu is geleden durft niemand te voorspellen. Veel aannemelijker is de zogeheten ‘tweede golf’ waarvan nog totaal onduidelijk is in welke mate deze zich zal aandienen. Niet voor niets is ‘we-weten-het-niet’ een van de meest gehanteerde begrippen in deze crisis die ook de wereldeconomie volledig op zijn kop heeft gezet.

Nederland bevindt zich nu in de fase van het even ademhalen. Voor tijd om de balans op te maken is het daarentegen nog veel te vroeg. Maar dit betekent niet dat er geen reden is om – met alle beperkingen – alvast kritisch terug te kijken. Al was het maar om beter voorbereid te zijn op een mogelijke nieuwe grootschalige uitbraak van het virus. Het gaat kortom om de bekende lessons learned.

Uit een uitvoerige reconstructie die dit weekend in NRC is verschenen blijkt dat er inderdaad nu reeds heel wat lessen vallen te trekken, want er is het nodige misgegaan. Natuurlijk is onvoorspelbaarheid inherent aan een plotselinge crisis, maar dat mag geen beletsel zijn voor een kritische blik. Daarom was de aanvankelijke afwijzing door het kabinet en de coalitie van een motie van PvdA en SP ook zo onbegrijpelijk. In deze motie werd de regering opgeroepen zich op basis van de tot nu toe opgedane ervaringen voor 1 september onafhankelijk te laten adviseren over aanpassing, wijziging of uitbreiding van de getroffen maatregelen om het virus te bestrijden. Gelukkig is de coalitie alsnog bijgedraaid en werd de motie zodoende deze week ‘kamerbreed’ aangenomen.

Angst voor het door partijpolitiek gedreven motieven aanwijzen van schuldigen, wat de eerdere weerzin zou kunnen verklaren, mag geen reden zijn. Bovendien gaat het in dit stadium nog niet om de schuldvraag. Thans is de effectiviteit van het beleid aan de orde. Des te urgenter aangezien de epidemie nog lang niet ten einde is.

Er zijn grove inschattingsfouten gemaakt, maakt de reconstructie duidelijk. Zo is de rol die zorgpersoneel in verpleeghuizen bij verspreiding van het virus kon spelen onderschat. Het testbeleid is onnodig tergend traag op gang gekomen. Bovendien zijn vanuit het kabinet verwarrende boodschappen afgegeven. Natuurlijk is met de kennis achteraf eenvoudiger vast te stellen wat er waar is misgegaan, maar dat mag geen beletsel zijn om die fouten te benoemen.

Vijf maanden houdt corona de wereld al in zijn greep. Het eind is nog niet in zicht. Los van de gezondheidscrisis is er de economische crisis waarvan de gevolgen steeds meer voelbaar zullen worden naarmate de paracetamol als gevolg van de diverse steunmaatregelen van de overheid verder raakt uitgewerkt. Ook voor de gekozen aanpak van de economische crisis is een kritische reflectie op zijn plaats.

Tenslotte resteert er nog de democratische rechtsstaat die bij dit alles in het geding is. Spoedmaatregelen waren en zullen nodig zijn. Maar besluitvorming die niet via de geëigende procedures verloopt valt alleen te billijken als maximale verantwoording achteraf is gegarandeerd. Voor wetgeving die op gespannen voet staat met de grondwet zoals de aangekondigde noodwet om een aantal ‘coronabesluiten’ in op te nemen geldt dat deze per definitie alleen maar tijdelijk kan zijn.

In zijn verstrekkendheid voor de samenleving is de huidige crisis wel vergeleken met de Tweede Wereldoorlog. Een vergelijking die op vele punten mank gaat. Maar het regeringsbeleid in de oorlogsjaren is destijds wel onderworpen aan een uitvoerige parlementaire enquête. Er is alles voor te zeggen dat dit straks ook weer gebeurt.