Nieuwe leiders, nieuwe ideeën – en oude fluisteraars op de achtergrond

Deze week: nieuw leiderschap in het midden, zorgen in FVD over Baudet, begrotingsideeën à la Den Uyl, zelfspot in Rutte III, en de Eerste Kamer die de constitutionele orde bedreigt. Ofwel: de achterkant van politieke vernieuwing.

Vernieuwing in Nederlandse partijpolitiek is nooit helemaal wat het lijkt. De lijsttrekkersmanoeuvres in het CDA en D66, deze week, waren er een illustratie van.

Toen Sigrid Kaag begin 2017 nog niet wist of zij de stap naar de nationale politiek zou zetten, kreeg zij bezoek uit Nederland.

Oud-D66-voorzitter Ingrid van Engelshoven, de huidige minister van Onderwijs, destijds wethouder in Den Haag, was februari dat jaar op dienstreis in Libanon, en besprak bij haar thuis in Beiroet Kaags mogelijke overgang naar Den Haag.

Drie jaar later wordt zij vrijwel zeker D66-lijsttrekker.

En nu ze dit weekeinde daarvoor de laatste stap zet, nadat ze zich zaterdag in Rotterdam reeds als kandidaat laat filmen, valt op dat zij, een relatief nieuw gezicht, wordt omringd door mensen die al decennia tot de ruggengraat van D66 behoren.

Zo is routinier Frans van Drimmelen haar campagneleider. Een zeer ervaren Haagse lobbyist, en ook een zeer ervaren partijman: toen Alexander Pechtold in 2006 opging voor het lijsttrekkerschap, was Van Drimmelen ook al diens campagneleider. Ingrid van Engelshoven zat destijds in Pechtolds campagneteam.

Dit werkt vaak zo met nieuwe partijleiders. Zij zinspelen op vernieuwing – een frisse blik, een originele aanpak, een ander programma. Maar niet zelden leunen zij op adviseurs die al jaren meedraaien.

Het gezicht is nieuw, de fluisteraars zijn oude bekenden.

Bij de strijd om het CDA-lijsttrekkerschap, die jaren sluimerde, zag je vergelijkbare verschijnselen. Wopke Hoekstra had oudgedienden om zich heen verzameld, zoals oud-minister Hans Hillen en Jeroen de Graaf, eerder politiek adviseur van premier Balkenende.

Hugo de Jonge had de steun van mensen als oud-partijleider Sybrand Buma en de oud-partijvoorzitters Ruth Peetoom en Marja van Bijsterveldt.

Van Bijsterveldt was ook de eerste CDA-prominent, woensdag in Met het Oog op Morgen, die openlijk steun aan De Jonge uitsprak – en ook hier werd een klassiek patroon zichtbaar. Dezelfde Van Bijsterveldt trok De Jonge aan als politiek adviseur toen ze staatssecretaris van Onderwijs in Balkenende IV (2007-10) was: sindsdien noemen ze haar in het CDA ‘de politieke moeder van Hugo’.

Zo organiseer je vernieuwing in Nederlandse partijpolitiek: met steun van oude relaties en reputaties.

Het neemt niet weg dat Kaag en De Jonge interessante kandidaat-leiders zijn: de pluriformiteit van de Nederlandse democratie vervat in twee personen.

De één, Kaag, begon bij Shell, werd diplomaat en klom op in de VN. De ander, De Jonge, stond voor de klas, kreeg bestuurlijke interesse voor het onderwijs, en maakte via het CDA carrière in het lokaal bestuur.

De Jonge presenteert zich expliciet als kandidaat van het midden. Een onmodieus geluid dat onder voorgangers als Buma en Verhagen zelden werd gehoord.

De vraag is of er nog een electorale markt voor is nu je met deelbelangen (ouderen, dieren, etc.) zo gemakkelijk kiezers kunt rekruteren. Tegelijk is behoud van datzelfde midden elementair om te voorkomen dat we hier de giftige polarisatie van het VK en de VS kopiëren.

Kaag heeft weinig nationale politieke bagage, en je weet dat opponenten dit zullen uitspelen – inclusief haar rol in de ministerraad de laatste jaren.

Het ziet er naar uit dat zij in de campagne de enige vrouw met uitzicht op de macht wordt, en dat maakt haar voor linkse partijen electoraal levensgevaarlijk. Ook omdat ze op culturele thema’s (Europa, migratie, antiracisme) de progressieve vleugel zal opzoeken.

Intussen zitten beiden in een kabinet dat een uitermate zwaar laatste half jaar te wachten staat. De diepste recessie in decennia. Tot nu toe heeft het die bestreden met, naar Nederlandse maatstaven, zeer linkse begrotingspolitiek.

Het CPB noemde de stimuleringsmaatregelen van het kabinet deze week „in historisch perspectief ongekend”.

‘Potverteerders’ waarbij Den Uyl en Van Agt verbleken: ziehier het profiel van Rutte III.

Denk niet dat ze dit zelf niet doorhebben – in de coalitie noemen ze de eigen begroting soms smalend ‘ons vijfjarenplan’. En het is nog vroeg – volgende week beginnen Hoekstra en zijn staatssecretaris Hans Vijlbrief (Fiscale Zaken) gesprekken hierover met de fractievoorzitters uit de coalitie – maar alles wijst erop dat de stimuleringspolitiek dit najaar wordt voortgezet.

Beleid dat jarenlang verouderd heette te zijn, is nu ineens weer brandnieuw.

Zo heeft Rutte III al overeenstemming over het WopkeWiebes-investeringsfonds, te presenteren op Prinsjesdag, en circuleren ambtelijk ook andere begrotingsideeën: geplande overheidsinvesteringen vervroegen (woningbouw, wegenaanleg, vaarwegen), bedrijfsinvesteringen fiscaal stimuleren, en investeringen van consumenten (woningisolatie, aanschaf elektrische auto, etc.) aanwakkeren.

En het is wel opmerkelijk hoe weinig de rechtse oppositie hiervan weet te maken. Ook binnen zijn eigen partij zien mensen al weken bezorgd dat FVD-leider Baudet zelden inhoudelijk debat entameert en vooral aandacht zoekt met onzin.

Drie weken terug noemde hij studenten op „linkse” universiteiten „afval”. Deze week was minister Carola Schouten (Landbouw, CU) „sluipmoordenaar van de agrarische sector”. Hij gaf af op websites als TPO en GeenStijl („brave kartelstutters”), die populair bij zijn aanhang zijn. Hij relativeerde de ernst van de Groninger aardbevingen.

Dit laatste herkenden ze in de VVD van hun oud-Kamerlid Van Haga, inmiddels FVD’er, die al in de campagne van 2017 suggereerde dat Groningers zich aanstellen. „Ik heb ook een paar scheuren in mijn huis.”

Een oud-VVD’er, overgestapt naar FVD, appte deze week rond of ze niet eens met Baudet moeten gaan praten.

Nieuwe politiek in oud verval.

Ook in een héél ander circuit werd het deze week erg ongemakkelijk. In de Eerste Kamer diende de ervaren SP-voorman Tiny Kox een motie van afkeuring in tegen minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66), medeondertekend door zes fracties, waaronder GroenLinks (acht zetels), PvdA (zes) en PVV (vijf). Het gebeurde nadat Kox tweemaal een motie aangenomen had gekregen waarin wordt gevraagd om een tijdelijke huurstop voor de sociale sector. De minister voerde die niet uit, en nu drijft de senaat de zaak op de spits.

Staatsrechtelijk kan het. Maar dit is wel een grote kwestie.

Het zou voor het eerst sinds 1875 (!) zijn dat in de senaat een motie van afkeuring kan worden aangenomen, en dit zegt natuurlijk alles: het is al bijna anderhalve eeuw gewoonte dat de getrapt gekozen senatoren met hun deeltijdbaantje het primaat in actuele politieke kwesties aan de rechtstreeks gekozen leden van de Tweede Kamer laten.

En je zou hopen dat Eerste Kamerleden, zeker van partijen die het bestaansrecht van de senaat in twijfel trekken (GroenLinks, PvdA, PVV, etc.), doorhebben met welk vuur ze hier spelen: wil de senaat zich in actuele discussies werkelijk boven de Tweede Kamer plaatsen?

Dit raakt aan de grondvesten van de constitutionele orde, de verhouding tussen Eerste en Tweede Kamer, en alle betrokkenen, óók partijleiders en fractievoorzitters in de Tweede Kamer, zouden zich mogen afvragen of een geschil over huurverhogingen, hoe belangrijk ook, het waard is die orde op het spel te zetten.

Ik dacht: in die senaat kunnen ze wel een paar oude fluisteraars gebruiken.