‘Natuurlijk zien mijn leerlingen ook mijn tweets’

In Mediavreters vertellen mensen wat ze kijken, lezen, luisteren en liken.

Illustratie Anne Caesar van Wieren

Leraar Nederlands Kasper Soeters (38) is de beste twitteraar van Nederland, volgens de website The Best Social Media die jaarlijks eigen awards uitreikt. „Het is nooit mijn doel geweest om me te profileren met Twitter. Door HP/De tijd werd ik een keer meegenomen in een lijstje grappige twitteraars. Bij iedereen stond een heel verhaaltje ter beschrijving, bij mij enkel ‘gewoon geinig’. Dekt voor mij de lading. Mijn tweets zijn wat cynisch. Andere leraren online, zoals Meester Bart uiten zich politiek correcter. Van mij mag het een beetje vilein. Zo twitterde ik onlangs een grapje over het schrijven van speeches voor de diploma-uitreiking. ‘Ik wil iets persoonlijks zeggen, maar niet ouderwets overkomen’, schreef ik. Gevolgd door ‘Kech wordt nog gewoon gebruikt, toch?’”

„Met school heb ik geen aparte afspraken over wat ik deel. Er is vertrouwen. Zodra leerlingen herkenbaar zijn, vraag ik ze toestemming. Recent postte ik een foto van een betoog waarbij de leerling ‘pakkende titel’ als titel koos. Maar, het was niet mijn leerling. Ze is toen wel even komen vragen hoe dat kon. Het liep goed af, tegelijk illustreert dit hoeveel stappen ik vooruit moet denken.

„Natuurlijk zien leerlingen óók tweets. Ze appen me wel eens met ‘wow meneer kijk wat ik zie!’ over een tweet die ‘viral’ gaat. Contact met leerlingen gaat via WhatsApp, omdat ze via mail slecht te bereiken zijn. Betekent ook dat ik de hele dag door appjes van leerlingen kan krijgen. Ach, als leraar is je werkdag nu eenmaal niet 9 tot 5. Ik sta de hele dag aan, voor mij werkt dat. Het kán ook, ik ben vrijgezel en heb geen gezin.”

‘Het televisieprogramma 100 dagen voor de klas legt het docentenvak fantastisch vast. De twee makers gaan zelf honderd dagen lesgeven. De worsteling van beginnende docenten komt goed naar voren. Als je vriendjes wilt zijn, lopen leerlingen over je heen, maar als je je voordoet als cipier prikken ze daar ook genadeloos doorheen. Eén scène vond ik bij uitstek herkenbaar. Een van de makers wil de mentorles niet geven. Hij voelt zich niet voldoende voorbereid. Als docent heb je een harde tijdslimiet. Oneindig blijven voorbereiden kan niet. Soms moet je het er even mee doen, loslaten. Natuurlijk schuurt dat soms. Een beginnend docent loopt daar tegenaan.”

„Inmiddels sta ik dertien jaar voor de klas en voel ik me horen tot de gevestigde orde. Al die tijd werk ik op dezelfde school, dan heb je een soort imago. Toch kan een groep hard zijn. Zelf heb ik daar nooit veel last van gehad. Het helpt vast dat ik een man ben van 2,04 meter, dan heb je eerder een natuurlijk overwicht. En ik blijf altijd vrij relaxed. Door de sluiting tijdens corona werd iedere docent gedwongen nieuwe dingen te proberen. We zijn digitaal nu veel ontwikkelder. Maar het is niet zaligmakend. Spiekbriefjes op een bureaublad van de computer kun je niet controleren. En sommige leerlingen raak je toch kwijt, tijdens een les of erger, voor langere tijd. Ik ben veel gaan doen om de aandacht vast te houden. Meer vragen stellen, maar ook af en toe iets onzinnigs als een zoete aardappel door het beeld laten vliegen. Wat ik er in elk geval aan overhoud is een stapel uitlegvideo’s. Je zou bijna zeggen dat ik in fysieke vorm nu hartstikke overbodig ben.”