Opinie

Hup Juve

Youp

‘Dankzij de racist Churchill kunnen Johan Derksen, Akwasi en jij zeggen en schrijven wat jullie willen”, lachte de felle oude dame die ik altijd Juventus noem en die ik al jaren tot mijn beste vriendinnen reken. Alleen moet je volgens haar het fatsoen hebben om je mening niet op gebouwen te gaan kalken omdat daar toevallig de kop van een of andere middeleeuwse slavendrijver op staat. We moesten maar eens een voorbeeld aan die keurige Gandhi nemen. Die heeft ons ooit geleerd hoe je fatsoenlijk en vreedzaam protesteert. Die bleef in elk geval met zijn poten van andermans eigendommen af.

Ze doelde natuurlijk op die Tony Chocolonely die afgelopen week een van zijn reepjes op de Beurs van Berlage kliederde. Met daarbij uiteraard de onvermijdelijke tekst Black Lives Matter. Zodat iedereen weet dat linkse Tony aan de goede kant van de racismestreep staat.

„Hij deed dat toch oprecht uit protest?” speelde ik de advocaat van de duivel.

„Nee joh, gewoon reclame!” lachte de oude dame, „maar volgens mij werkt dit volstrekt tegen hem. Er gaat bij mij in elk geval geen hap van die zeezoute troep meer door mijn oude keel. Wat een dieptreurige deugneus. Een meehuilwolf uit het brave bos. Jarenlang fietste hij fluitend langs de beurs, nooit kwam hij op het idee om er tegenaan te tuffen of te pissen. En nu zomaar opeens kreeg hij die opwelling. Flikker toch op! Reclame en niets anders dan reclame. Rechts aandachtorgel!”

Ze keek me triomfantelijk aan en ging meteen door. Ze had nog iets wat haar mateloos opwond. Waarom wordt het meest macabere scenario op de IC’s van onze ziekenhuizen Code Zwart genoemd? Over racisme gesproken. En ze wilde weten wat ik van die leeftijdgrens vind? Zij is 82 en stelde een paar vrolijke dilemma’s. Wat er bijvoorbeeld gebeurt als zij tegelijk met Michael P. een ziekenhuis wordt binnengebracht? Die engerd van Anne Faber. Of met meneer Taghi? Wie gaat er dan voor? Die Michael en die Taghi hebben volgens haar nog een veel langer leven voor zich. Misschien wel meerdere levens. Niet alleen van henzelf, maar ook van anderen.

En wie bepaalt op het moment suprême uiteindelijk wie er voorrang heeft? Ik zei haar eerlijk dat ik daar als jonge jongen ooit heel anders over dacht. Maar nu ik dichter bij de eindstreep kom. Toen vroeg ze hoe het bijvoorbeeld moet als ik tegelijk met een Franse misbruikpriester met open gulp op de IC-drempel sta? Wie heeft er dan voorrang? De priester gelooft in god. Ik niet. Of je staat daar met een terrorist die levensgevaarlijk gewond is geraakt bij het opblazen van een kerk of een moskee. Of met een durfkapitalist. Zo’n cowboy die onze gezellige HEMA verramsjt heeft? En als zij tegelijk met die aardige prinses Beatrix op de IC komt? Ze is veertien dagen jonger dan onze vroegere vorstin. Wie beslist er dan wie er door welke deur gaat? De hoopgevende klapdeuren van de IC of de meedogenloze hemelpoort. Gezellig dilemma.

Ik bood Juventus aan wat boodschappen te doen omdat ze slecht ter been is. Dat mocht als ik maar niet naar Albert Heijn ging. Die willen namelijk niet meer adverteren rond Veronica Inside omdat Johan Derksen een verkeerd Akwasigrapje heeft gemaakt. En dat vond ze tuttig. Ook slechte grappen moesten volgens haar kunnen.

„Maar op een gegeven moment is het toch gewoon klaar, over en uit”, daagde ik het oudje uit. „Genoeg is genoeg. Wat niet leuk is, is niet leuk. Ik snap die jongens van Oranje wel. Geen woorden maar daden! Anders wordt voetbal oorlog.”

Ze leek het zowaar te snappen.

„Maar”, zei ze nadrukkelijk, „ik ben geen racist!”

Toen vroeg ze hoe het eigenlijk met me ging. Ze las verschrikkelijke dingen over ex-coronapatiënten, die nog geen anderhalve meter konden lopen zonder rollator. Volgens haar zag ik er verder redelijk monter uit. Of ik alles weer kon?

„Bijna”, lachte ik, „alleen een standbeeld omtrekken is nog een beetje moeilijk!”