Opinie

De UvA-docent kreeg geen naam, maar was met een muisklik snel te vinden

De ombudsman

Als journalistiek ook anno 2020 een ruwe schets is van de geschiedenis, hoe ruw was de geschiedenis zelf vroeger dan wel niet?

Afgelopen week fileerde de krant een docent aan de UvA die zich jarenlang misdroeg tegenover vrouwelijke studenten: vunzige opmerkingen en ongewenste aanrakingen. Het stuk leidde tot ophef en onderzoek aan de universiteit. Vijf studenten betichtten de instelling op de opiniepagina van laakbare laksheid.

Het grondige – en over vijf volle pagina’s ook grondig uitgeschreven – stuk was een nieuwe herinnering aan het feit dat zich ook in Nederland een culturele omwenteling aan het voltrekken is onder invloed van #metoo (een beweging die in het stuk met reden niet werd genoemd; de docent dwong geen seks af bij de studenten).

Nog niet zover terug was dat compleet anders. Even een ruwe schets: tijdens mijn schooltijd in de anti-burgerlijke jaren zeventig werd er wel eens besmuikt over gedaan dat sommige docenten het hielden met meisjes. Van een hippe docent staat me bij dat hij tijdens een schoolfeest, toen hij met zijn nimf stond te swingen, een mep vol in het gezicht kreeg van zijn echtgenote. Terwijl hij door zijn knieën zakte keken wij ernaar en dansten we vrolijk door. In dezelfde tijd kon je in het nachtleven minderjarige weglopertjes – ook een trend – zien rondslingeren aan de armen van rock-’n-roll-helden die al een half leven achter zich hadden.

Het lijkt inmiddels eeuwen geleden – en waarschijnlijk is dat maar goed ook. Al zou je na het kindermisbruik in katholieke instellingen ook best een onderzoek willen lezen naar wat er allemaal gebeurde in de jeugdhonken, welzijnsinstellingen en opvanghuizen waar op drift geraakte weglopertjes onderdak vonden.

Nu het heden. Het artikel over de Amsterdamse docent riep bij enkele lezers de vraag op waarom zijn naam niet werd genoemd, maar wél de exacte datum waarop hij aan de UvA promoveerde. Met een paar muisklikken is zijn identiteit dan te achterhalen, dus de kennelijke wens van de krant om die te beschermen is een wassen neus. Daarnaast klaagde de universiteit bij de hoofdredactie, na lezing van een concept van het artikel, over eenzijdigheid en gebrek aan wederhoor.

Over die naam: NRC vocht eerder met succes een rechterlijk vonnis aan dat de krant verbood de naam te noemen van een UvA-hoogleraar die zich schuldig had gemaakt aan seksuele intimidatie. Argument: bij zo’n onthulling over een prominente publieke figuur, een hoogleraar rechten en plaatsvervangend raadsheer bij het hof, hoort een naam.

In hoger beroep kreeg de krant gelijk, de naam is daarna in een noot onder het stuk toegevoegd, maar het artikel is niet herschreven. In een ouder stuk, over een Utrechtse kankeronderzoeker die verliefd werd op een promovenda en zich lange tijd aan haar opdrong, werd diens naam wel meteen genoemd – terwijl dat een minder sterke, om niet te zeggen zwakke #metoo-casus was.

In deze zaak zijn de feiten veel dwingender. Waarom dan anoniem? In een kader werd het zo uitgelegd: dit keer gaat het niet om een hoogleraar maar om een „docent” die „geen publieke of prominente functie heeft”. Daarbij werd dan, in mijn ogen onnodig, terloops wél weer de naam genoemd van de eerder onderzochte hoogleraar, net als twee dagen later in het Commentaar.

Enkele lezers vonden het schijnheilig dat dan toch die promotiedatum van de man werd vermeld. De auteurs van het stuk laten weten dat ze dat over het hoofd hebben gezien en anders uit het stuk hadden verwijderd. Dan nog bevat het stuk voldoende details – zoals de naam van de zeer kleinschalige opleiding – om er makkelijk achter te komen om wie het precies gaat.

Kan dat? In een eerdere kwestie, over een in opspraak geraakte journalist, noemde ik het „potsierlijk” dat de krant diens naam verzweeg maar wel de datum en het onderwerp noemde van zijn meest recente artikel in Trouw en in welk jaar hem een bepaalde prijs was toegekend. Dat komt dus neer op zijn naam noemen zonder hem te noemen.

Bij zulke onthullende stukken is altijd de afweging: maak je er een zo concreet mogelijke reportage van, incluis namen, of een anonieme ‘zedenschets’ die dient als illustratie van een breder verschijnsel. Het tweede heeft het voordeel van privacybescherming, maar het nadeel van oncontroleerbaarheid. Dit stuk zat ertussenin: geen naam, wel controleerbare details.

Dat klinkt nog als een rationele afweging, maar je kunt best vermoeden, of vrezen, dat de keus tussen die twee een illusie is geworden. Legioenen twitteraars staan klaar om alle lege plekken in een artikel voor u in te vullen.

Afgezien daarvan vind ik het argument van de krant dat het hier niet gaat om een publieke figuur niet heel sterk; zijn wangedrag werd door de krant in elk geval relevant genoeg bevonden om er vijf pagina’s aan te besteden.

Een beter argument om de naam weg te laten, dat ook meespeelde, vind ik dat het er niet om gaat deze man aan te klagen (hij was tenslotte al onder toezicht geplaatst) maar om te laten zien wat er was gebeurd en hoe de universiteit had gehandeld. Verder moet, denk ik, ook meewegen dat het niet om verkrachting gaat en betrokkene, althans blijkens het stuk, zijn leven heeft gebeterd.

Dan het wederhoor. De auteurs legden alle klachten aan betrokkene voor en citeerden zijn verweer. Er kwam ook een interview met de decaan van de opleiding. Dat is ruim voldoende. Al kun je je afvragen of het verweer visueel op kon tegen de cursieve citaten met klachten van studenten – die lazen stuk voor stuk als meppen waar je op de dansvloer onherroepelijk van door de knieën zakt.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.