Opinie

De Hof van Eden is een hel van wit privilege

Slavernij Leg de film ‘12 Years A Slave’ naast ‘Gone With The Wind’ en het is duidelijk dat de noodzaak van álle betekenissen en inzichten even zwaar weegt, analyseert Gawie Keyser.

12 Years a Slave (Steve McQueen, 2013), Filmstill
12 Years a Slave (Steve McQueen, 2013), Filmstill

Ik houd van Gone With The Wind. Ik zag de film talloze malen. De eerste keer, ik was een jaar of tien, was in een stadje in de buurt van Johannesburg waar ik opgroeide. De bioscoop was ‘slegs vir blankes’. De film was dat ook, is dat nog steeds, en juist dit ligt ten grondslag aan het nieuws dat de Amerikaanse streamingdienst HBO Max de filmklassieker van Victor Fleming uit 1939 in de ban doet. Toen ik dat hoorde, pakte ik mijn dvd van Gone With The Wind en fluisterde, samen met Clark Gable: ‘Frankly my dear, I don’t give a damn.’

Romantiek speelt een grote rol in mijn liefde voor de film: het overdreven acteren in de stijl van het klassieke Hollywood; de zuchtende kleuren van Technicolor; het drama van de vurige hoofdpersoon Scarlett O’Hara die vecht tegen de onverbiddelijke mannelijkheid van Rhett Butler; de vernietigende effecten van de Burgeroorlog op de gemeenschap van het oude Zuiden. Kortom, hoe kun je hier niet van houden?

In de afgelopen week kwam het antwoord: velen nemen aanstoot aan Gone With The Wind. John Ridley bijvoorbeeld, winnaar van een Oscar voor het scenario voor de film 12 Years a Slave (2013), die in The Los Angeles Times schrijft: „[…] Gone With the Wind [...] is een film die de horror van slavernij negeert en vervolgens de meest pijnlijke stereotypen van mensen van kleur bestendigt.” De film is een makkelijk doelwit: een melodrama over de Burgeroorlog dat het oude Zuiden inclusief slavernij voorstelt als een verloren Hof van Eden. Even later was de film dus per direct uit HBO’s onlinebibliotheek geschrapt. Hertoelating is mogelijk, op voorwaarde dat de film wordt voorzien van context.

Dit cancelen van Gone With The Wind is een levensgevaarlijke stap. Toegepast op andere verhalen met raciale stereotypering houden redeneringen zoals die van Ridley moeilijk stand – teveel krijgt er dan een streep doorheen.

Neem dit meesterwerk uit de literatuurgeschiedenis: De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha (1605-1615). In deel één krijgt de held de kans koning van een groot rijk te worden als hij een reus zou verslaan. Maar het rijk ligt in ‘negerland’ (vert. Barber van de Pol, 1997), waar schildknaap Sancho zich ernstig zorgen over maakt. Hoe lossen hij en Quichot dat ooit op? Sancho: ‘Ik hoef ze [de ‘negers’, ‘blacks’ in de Engelse vertaling van Edith Grossman uit 2003] alleen maar op een schip te laden en naar Spanje te brengen, waar ik ze tegen grof geld kan verkopen’. Ter verduidelijking: de ‘negers’ worden omgezet in geld.

Even lastig zijn ras en kleur in Moby Dick (1851) van Herman Melville. In hoofdstuk 42, ‘The Whiteness of the Whale’, overpeinst verteller Ishmael hoe de kleur wit symbool staat voor alles wat waardevol is en prachtig. Tegelijkertijd is wit de bron van terreur en verschrikking, belichaamd door de albino-walvis in kwestie. Hiertegenover staan talloze raciale stereotyperingen en problematische voorstellingen van kleur: de zwarte jongen Pip, een cliché; niet-witte ‘barbaren’; ‘dusky tribesmen’; scheepstouwen die er zijn in alle kleuren, maar de witte zijn de beste; Queequeg die ‘kannibaal’ is, maar gered wordt doordat hij zich wit gedraagt: ‘Queequeg was George Washington cannibalistically developed’.

Net zomin als Melville en Cervantes kunnen worden doorgestreept, valt Gone With The Wind te schrappen. Het zijn allemaal verhalen in het hart van de Westerse geschiedenis, compleet met raciale stereotypering. Toch gebeurt dat nu.

Je kunt zeggen: censuur. Maar het is ook het afschaffen van zingeving, oftewel van het willen begrijpen. De reden waarom we boeken lezen en films bekijken, is omdat we willen weten wie we zijn en hoe we dat zijn geworden. Als het antwoord je niet bevalt, kun je dat moeilijk afschaffen. Zinvoller, en meer inspirerend, is om dat antwoord te begrijpen.

Met Gone With The Wind kun je, precies als met 12 Years a Slave, illustreren hoe fataal het idee van rassensuperioriteit is. Beide werken zijn aanstootgevend in hun uitbeelding van de slavernij. In 12 Years staat de ervaring van de totslaafgemaakte centraal. Hoofdpersoon is Solomon Northrop die in Washington gekidnapt wordt en in slavernij in Louisiana belandt, waar hij onnoemlijke verschrikkingen ondergaat, veroorzaakt door witte mensen. Dankzij Steve McQueens kwaliteit als regisseur is hierin meegaan vanzelfsprekend, essentieel menselijk zelfs: je voelt mee met Solomon, wordt met hem woedend en voelt hoe je eigen waardigheid langzaam, al kijkende, uit je weg vloeit. Natuurlijk biedt deze film op dit punt méér dan Gone With The Wind, waarin zwarte personages slechts aan de periferie bestaan. Maar het is onmogelijk naar Scarlett O’Hara en haar milieu te kijken en niet door de grond te zakken van schaamte over de pijnlijke clichébeelden van zwarte mensen op het landgoed Tara. Dat is het hele punt van de film: racisme en slavernij vormden de bron van de Burgeroorlog. Precies hierin ligt de tragiek van Scarlett O’Hara.

Terugkijkend realiseer ik me hoe dit alles inwerkte op die zaal met witte mensen, toen ik tien jaar oud was en ik de enorme letters Gone With The Wind van rechts naar links over het scherm zag rollen in het land dat slechts voor de witten was. Representatie is essentieel, zoals 12 Years A Slave illustreert, maar even zwaar weegt de noodzaak van álle betekenissen en inzichten. Die Hof van Eden is, zoals Scarletts hele leven, een pervers droombeeld, een hel van wit privilege. Dat maakt haar verhaal belangrijk: hoe het kwaad onbeschrijfelijk langzaam de Hof binnen kronkelt en hoe goede mensen ervoor vallen. Ook al zegt de film dat niet zo nadrukkelijk, dat is wat we ontegenzeggelijk zien. Deze dingen doorkrijgen, is begrijpen, net zoals het begrijpen is wanneer we Melville lezen over de ambigue symboliek van ‘wit’ of Cervantes over de verleidelijke psychoses van Quichot en Sancho. Daarom moeten we wél een damn geven — en blijven kijken naar Gone With The Wind.

Folkert Jensma is afwezig. Zijn rubriek De Rechtsstaat is er volgende week weer.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.